Op deze pagina blog ik onder meer over religie, politiek en samenleving.

Uitgebreide en wetenschappelijke publicaties zijn te vinden op http://www.ruardganzevoort.nl

Advertenties

Reacties staat uit voor

Opgeslagen onder Uncategorized

Grondwetswijziging Caribisch Nederland

Spreektekst bij de behandeling van de grondwetswijziging waardoor de positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als Openbare Lichamen in de Grondwet wordt verankerd en er een kiescollege wordt ingesteld waardoor de inwoners van Caribisch Nederland stemrecht krijgen voor de Eerste Kamer.

Voorzitter, dank. Op de valreep als demissionair minister nog een grondwetswijziging in tweede lezing in deze Kamer bespreken: het is geen alledaags verschijnsel. Het is in elk geval aanleiding om de minister te danken voor zijn inzet en hem nu al al het goede te wensen voor zijn volgende levensfase.

 

In dit concrete geval danken we de minister er ook voor dat hij zich uiteindelijk, na alle mitsen en maren, door de Kamer ervan heeft laten overtuigen dat er een principieel en staatsrechtelijk correcte oplossing moest komen om de inwoners van Caribisch Nederland met de Nederlandse nationaliteit ook te laten participeren in de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Daarmee komen we, zeven jaar en twee weken na die roemruchte 10-10-10, aan een constitutionele verankering van de positie van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius in het Nederlandse staatsbestel. Het is geen definitieve positie — dat is al gezegd — want de invulling en de inkleuring kunnen verschillende gestalten krijgen. De eilanden houden ook de ruimte om een andere verhouding tot Nederland te kiezen. Het is in elk geval wel een erkenning dat het een eigen positie is, die anders is dan die van Vlieland en Emmeloord. Dat, en dus ook de stem van de inwoners van Caribisch Nederland bij de verkiezingen voor de senaat, was voor deze Kamer een erezaak. We zijn daarom blij met het voorstel dat we vandaag in tweede lezing bespreken.

Over het voorstel sec kan ik kort zijn. De meest urgente vragen in dit post-Irmatijdperk zijn ook van een heel andere orde. We leven mee en we weten ons medeverantwoordelijk voor de wederopbouw. Deze inbedding van de openbare lichamen in de Grondwet is een belangrijke erkenning van de nieuwe staatkundige verhoudingen en van de blijvende verbondenheid met Caribisch Nederland, en laat tegelijkertijd ruimte voor maatwerk. Sterker nog, zij geeft de mogelijkheid om de eilanden te vrijwaren van regels en structuren die in Europees Nederland vanzelfsprekend zijn maar die daar onwerkbaar zouden blijken. Dat is de kern van het differentiatiebeginsel, dat al opgenomen was in het Statuut van het Koninkrijk en dat nu terecht wordt verplaatst naar de Grondwet voor het land Nederland. Daar is het meer op zijn plaats.

Iedereen blij dus? Een feestelijke apotheose van het succesvolle ministerschap? Fanfares en salsa-avonden omdat het nu eindelijk goed geregeld is? Was het maar zo. In Caribisch Nederland leeft bij menigeen de vrees dat deze grondwetswijziging politieke willekeur tot norm gaat maken. Het gaat dan vooral om artikel 132a, lid 4. Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op de bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland. Dat differentiatiebeginsel klonk in het Statuut nog wat uitgebreider en specifieker, namelijk: “Voor deze eilanden kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op de economische en sociale omstandigheden, de grote afstand tot het Europese deel van Nederland, hun insulaire karakter, kleine oppervlakte en bevolkingsomvang, geografische omstandigheden, het klimaat en andere factoren waardoor deze eilanden zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.” Al die veel concretere criteria zijn in de nieuwe formulering samengevat in de woorden “bijzondere omstandigheden”, en daar ontstaan de zorgen. Iedereen begrijpt wel dat de huizen op Sint-Eustatius niet dezelfde isolatie nodig hebben als die in Klazienaveen, en dat snelheidscontroles op snelwegen op Saba weinig zin hebben, omdat er geen snelwegen bestaan. In de evaluatie van de commissie-Spies en in het idee van legislatieve terughoudendheid zijn dat soort dingen ook verwoord: leg nou alsjeblieft geen onnodige regels op aan de eilanden.

Maar in Caribisch Nederland leeft een heel ander gevoel bij menigeen, namelijk dat deze formulering vooral betekent dat men geen aanspraak kan maken op dezelfde rechten als inwoners van Europees Nederland. Daar heeft men het gevoel — niet iedereen, maar het leeft wel — dat artikel 132a, lid 4 betekent dat artikel 1 van de Grondwet voor hen buitenspel wordt gezet. En eerlijk is eerlijk, daar heeft de regering het ook wel een klein beetje naar gemaakt. Daarom is er zo veel gevraagd naar de betekenis van de woorden “een in Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau”. Op het terrein van onderwijs is grote vooruitgang geboekt. Voor volksgezondheid geldt dat ook, al blijft het problematisch dat de minister van VWS nooit echt rekening heeft willen houden met het feit dat het stelsel van zorgverzekeringen daar totaal anders functioneert en er geen aanvullende verzekering bestaat. Maar bijvoorbeeld bij infrastructuur zijn de achterstanden nooit goed weggewerkt en bij de sociale zekerheid heeft de staatssecretaris er alles aan gedaan om zelfs een onderzoek naar een bestaansminimum over de grens van haar termijn heen te tillen. Wij wensen de inwoners van Drenthe dan ook alvast sterkte toe, maar dat terzijde.

Waar het om gaat, is dat de aard van de differentiatie tussen Europees en Caribisch Nederland niet is gedefinieerd. Wat zijn dan de bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland? Daar is bij de behandeling in de Tweede Kamer over gedebatteerd en de minister was en is klaarblijkelijk terughoudend om op dat punt al te veel weg te geven. Maar ik wil toch concreet van de minister weten of met “bijzondere omstandigheden” hetzelfde is bedoeld als wat in het Statuut omschreven was als “economische en sociale omstandigheden, de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte en bevolkingsomvang, geografische omstandigheden, het klimaat en andere factoren”. Meer concreet wil ik weten of die bijzondere omstandigheden bedoeld zijn om de openbare lichamen te beschermen tegen onwerkbare regelgeving dan wel om hen uit te sluiten van het in Nederland aanvaardbare voorzieningenniveau. Want iedereen snapt dat wegen, zorgvoorzieningen en zelfs pensioenen daar niet identiek kunnen zijn aan die van hier, maar niemand snapt dat in de vangnetvoorzieningen, zoals de onderstand, zo veel gaten zitten dat je er met een doodsmak doorheen gaat als je in die situatie komt. En niemand snapt dat sociaalliberale bewindslieden zo getraineerd hebben bij het vaststellen van het bestaansminimum.

 

Met andere woorden: mijn fractie kan zich op zichzelf goed vinden in dit grondwetsvoorstel, maar ze hoort graag expliciet van de minister dat deze terminologie niet betekent dat de inwoners van Caribisch Nederland minder rechten hebben op basale voorzieningen op sociaal, medisch en economisch terrein, et cetera. Als ik de minister dan toch éénmaal direct mag aanspreken: laat hierover alstublieft geen onduidelijkheid ontstaan, maar doe op uw ministeriële sterfbed nog eenmaal goed en laat uw laatste woorden zijn dat de inwoners van Caribisch Nederland mogen rekenen op een in Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau en dat dat het criterium is waarmee ook de differentiatiebepaling moet worden geïnterpreteerd. Als medegrondwetgever hebben wij de plicht om op dat punt helderheid te scheppen. We zien dan ook uit naar de beantwoording van onze vragen.

Lees verder

Reacties staat uit voor Grondwetswijziging Caribisch Nederland

Opgeslagen onder Uncategorized

Eigen risico

Spreektekst bij de spoedwet die een verhoging van het eigen risico terugdraait


Voorzitter, dank u wel. Allereerst feliciteer ik graag mevrouw Baay-Timmerman met haar maidenspeech. We hopen nog veel van haar te horen, en vooral ook bij onderwerpen die we wat langer en wat inhoudelijker kunnen voorbereiden dan in dit geval. Misschien kan ik van de gelegenheid gebruikmaken om ook mevrouw Schippers, de minister, te feliciteren met haar aanstaande mogelijke exitspeech, waarvoor ik haar graag een wat bevredigender en inhoudelijker onderwerp had toegewenst, en misschien ook wel een wetsvoorstel waar ze zelf achter had gestaan. Dat was misschien ook wel leuk voor haar geweest. Maar zij moet het doen met wat zij hier krijgt.

Lees verder

Reacties staat uit voor Eigen risico

Opgeslagen onder Eerste kamer, Politiek

Lerarenregister

Spreektekst bij het debat over het lerarenregister op 14 februari 2017

Wie de stukken over het Lerarenregister tot zich neemt, die raakt welhaast ontroerd door alle goede bedoelingen. Het gaat erom de professionele ruimte van de leraar beter te erkennen en de kwaliteit van het beroep van leraar steviger te verankeren door professionele standaarden te ontwikkelen en een lerarenregister waarbij leraren zelf een belangrijke stem hebben in het bepalen van de kaders en criteria.  

Mijn fractie – laat ik daarmee beginnen – deelt die goede bedoelingen voluit. We behandelen deze maand bijna elke week een wetsvoorstel over het onderwijs en ik kan alleen maar blijven herhalen hoe belangrijk onderwijs als investering in de samenleving van de toekomst. Een samenleving die steeds meer wordt gekenmerkt door complexiteit en waarin veranderingen steeds sneller zullen gaan door de exponentiële groei van kennis. Dan ben je er niet met een iPad en Google, maar is het juist steeds belangrijker dat we docenten hebben die in die snel veranderende wereld – vol van informatie, desinformatie en ‘alternatieve feiten’ – jongeren kunnen leren hun weg te vinden. Mijn vader, zelf een leraar, zei wel eens voor de grap dat een goede leraar van bijna alle dingen bijna alles afweet, maar dat is niet wat we vandaag verwachten, juist omdat bijna alles blijft veranderen. Wel verwachten we van een leraar dat zij of hij in staat is om steeds weer op een effectieve manier snel veranderende kennisdomeinen te ontsluiten voor leerlingen op een manier die hen helpt om hun vaardigheden en hun talenten te ontwikkelen en zo hun plek in de samenleving in te nemen. Dat vraagt nogal wat en daarom is dit debat ook een goed moment om onze waardering uit te spreken voor al die goede leraren die steeds weer jonge mensen helpen om zich te ontwikkelen en de brug te slaan naar kennis, inzicht en vaardigheden.  

Dat is ook precies die goede bedoeling van dit wetsvoorstel. Want hoe kan een leraar die complexe rol vervullen wanneer zij of hij zelf niet voldoende tijd, ruimte, mogelijkheden en uitdaging zou krijgen om ook mee te groeien en voldoende up to date te zijn? Als de wereld van leerlingen snel verandert, dan verandert de wereld van leraren ook en dan is het niet voldoende als je vijf, tien, twintig, of vijfendertig jaar geleden je opleiding met succes hebt afgerond. Het vak van leraar vereist een voortdurende ontwikkeling en bijscholing. En het lerarenregister dat met dit wetsvoorstel wordt verankerd zorgt er dan ook vooral voor dat dat voortdurende bijspijkeren wordt gegarandeerd en dat leraren erkenning krijgen voor die broodnodige vernieuwing van hun deskundigheid. Bevoegdheid en bekwaamheid moeten daarom de vanzelfsprekende norm worden en daarom is transparantie goed, zeg ik ook tegen de SGP die bang blijkt voor verlies van gezag als ouders ontdekken dat een leraar onbevoegd is in plaats van dat gezag te borgen met die vanzelfsprekende bevoegdheid. 

Je zou dus verwachten dat de regering met haar voorstel veel steun heeft weten te verwerven in het veld. Maar in plaats daarvan werd er vandaag een petitie aangeboden aan deze Kamer. Daarin zeggen leraren: we zijn hier niet per se op tegen, maar we willen niet dat het wordt opgelegd terwijl er geen draagvlak is, we willen niet dat daarmee onze keuzevrijheid bij professionalisering wordt ingeperkt, en we willen vooral dat het niet in de plaats komt van al die andere zaken die nodig zijn om het onderwijs te verbeteren zoals kleinere klassen, minder lesuren, en meer bevoegde leraren. En de sectorraden zeggen: goed idee, maar zonder draagvlak onder leraren en zonder goede inbedding in de schoolpraktijk zien wij het niet zitten. En daarom stelt mijn fractie aan de staatssecretaris de vraag hoe hij het voor elkaar heeft gekregen om een plan waar in theorie iedereen voor is, en waar de vrijwillige variant van het lerarenregister redelijk breed omarmd wordt, zo te laten ontsporen dat het vandaag lijkt alsof er massale weerstand is tegen het hele voorstel. Er zijn zeker ook andere stemmen te horen, ook vanuit de beroepsgroep, maar de vele handtekeningen onder de petitie geven wel aan dat er onrust is. Wat heeft de staatssecretaris gedaan om de brede steun die er in principe is te verzilveren voor een door de beroepsgroep zelf gedragen register? En hoe komt het dat alle woorden van de regering in bijvoorbeeld de Memorie van Antwoord – dat dit voorstel precies aansluit bij wat Leraren in Actie wil bijvoorbeeld – door de actievoerende leraren niet worden herkend?  

Deze vragen klemmen voor mijn fractie omdat wij niet alleen de intenties delen, maar ook denken dat het voorstel in de goede richting wijst. En met de inmiddels aangebrachte temporisering bij de invoering zien we alle reden om op deze weg verder te gaan. Maar dan is het gebrek aan draagvlak wel een punt van zorg. Graag een reactie van de regering over hoe bij de uitwerking de beroepsgroep zo wordt meegenomen dat de bezwaren en weerstanden verdwijnen.. 

Mijn fractie ziet dus wel de waarde van de invoering van een lerarenregister maar is het met de protesterende leraren eens dat er ook echt andere zaken nodig zijn, waaronder het terugdringen van het tekort aan bevoegde leraren. De regering heeft naar aanleiding van de motie van de Tweede Kamerleden Grashoff en Ypma aan de Tweede Kamer aangegeven haar uiterste best te doen om voor 15 februari 2017 met een plan van aanpak te komen specifiek gericht op het bestrijden van het lerarentekort. Nu is het vandaag 14 februari en dus de laatste dag voor die bedoelde 15 februari en we horen dan ook graag van de regering hoe dat plan van aanpak eruit zal zien. Wat doet de regering om het tekort aan te pakken? 

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Levensbeschouwelijk onderwijs

Spreektekst bij het debat over het initiatiefvoorstel van Loes Ypma, Joel Voordewind en Michiel Rog inzake de bekostiging van levensbeschouwelijk onderwijs en godsdienstonderwijs op openbare scholen
.

Mijn fractie dankt de indieners van dit wetsvoorstel voor hun initiatief en hun betrokkenheid. Wij zullen het voorstel ook steunen en ik plaats dat vandaag in het iets grotere perspectief van de visie op onderwijs. Het gaat er bij onderwijs volgens mijn fractie altijd om mensen – vaak jonge mensen – te stimuleren om zich zo te ontwikkelen dat ze optimaal kunnen functioneren in de samenleving. Daarvoor is nodig dat ze zich voldoende kennis en vaardigheden eigen maken, maar dat is niet genoeg. Ze moeten ook de ruimte krijgen om hun eigen talenten maximaal te ontplooien. En als derde hebben ze recht op vorming tot authentieke en verantwoordelijke burgers. Dit wetsvoorstel gaat over dat laatste aspect want bij die vorming hoort ook de levensbeschouwelijke dimensie in al haar diversiteit.

Die levensbeschouwelijke vorming heeft twee kanten. Er is een kennisaspect dat ook wel ‘teaching about religion’ wordt genoemd en er is een overdrachtsaspect dat ook wel ‘teaching into religion’ heet. Dat kennisaspect krijgt in brede zin aandacht in kerndoel 38, kennisgebied geestelijke stromingen. Ik citeer: “De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillende opvattingen van mensen.” Buitengewoon belangrijk in een levensbeschouwelijk veelkleurige samenleving als de onze. Maar het is niet genoeg. Leerlingen moeten ook leren zichzelf te verstaan en te positioneren in relatie tot hun eigen achtergrond, reflecteren op levensbeschouwelijke en morele vraagstukken en daarbij te wortelen in hun levensbeschouwelijke traditie. Ook dat is deel van de vorming als verbinding met en aanvulling op wat zij van huis uit mee krijgen.

Dat is niet nieuw, zoals de indieners in hun Memorie van Toelichting terecht duidelijk maken. Het is al vanaf de negentiende eeuw structureel onderdeel van ons onderwijsstelsel. Het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs – dat overigens toch al kleiner aan het worden is – is namelijk helemaal niet dat er in het openbaar onderwijs geen ruimte zou zijn voor religie en levensbeschouwing. De openbare school laat ruimte voor alle richtingen en neemt daarbij zelf geen eigen religieuze of levensbeschouwelijke kleur aan. En terzijde: dat openbaar onderwijs in de eerste helft van de negentiende eeuw werd juist wel geacht algemeen christelijk te zijn, gericht op de ‘eer van het opperwezen’ (1801) en gericht op ‘alle Maatschappelijke en Christelijke deugden’(1806). Kom daar nog maar eens om …

Bij dat ruimte laten voor alle richtingen wordt ook al vanaf de eerste onderwijswetten van de negentiende eeuw geregeld dat het specifiek leerstellige onderwijs gegeven wordt binnen de school door vertegenwoordigers van de levensbeschouwelijke stromingen. Dat gebeurt nog steeds en daarover gaat dit wetsvoorstel. Het vloeit voort uit de kwaliteitseisen die we tegenwoordig ook stellen aan deze denominatie-gebonden docenten. Als we kwaliteitseisen stellen, dan moeten we ook de salariëring en ondersteuning gewoon fatsoenlijk regelen.

Mijn fractie hecht zeer aan de levensbeschouwelijke ruimte, maar juist daarom ook aan de kwaliteit van deze docenten. Die kwaliteit is immers een noodzakelijke voorwaarde om te voorkomen dat deze levensbeschouwelijke vorming sektarisch zou worden en kan strijden met de voorbereiding op die levensbeschouwelijk veelkleurige samenleving en het respect dat kerndoel 38 centraal stelt. Goede persoonlijke levensbeschouwelijke vorming die aansluit bij de opvoeding is veel waard als het verbonden wordt met die respectvolle omgang met anderen. Daarvoor is kwaliteit van de docenten essentieel en daarom is dit een buitengewoon verstandig wetsvoorstel waar we de indieners voor danken.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Een inclusieve en empathische samenleving

Inleiding voor provinciale ledenvergadering GL Drenthe, Assen 05.11.2016

We zouden het vandaag kunnen hebben over de strijd tussen Hillary Clinton en Donald Trump, over de hatelijkheid waarmee ze op elkaar reageren, over de manier waarop Trump woede oproept en kanaliseert en daarmee een behoorlijke aanhang lijkt te vergaren, over de angst die leeft bij Mexicanen voor de gevolgen van een eventuele regering Trump, over hoezeer dat haaks staat op een inclusieve en empathische samenleving, over of Hillary eigenlijk veel beter is, over hoe zij met overslaande stem Donald met zijn aanhang wegzette, over of ze überhaupt eigenlijk wel linkser is dan een VVD-er van het goede soort, … 

Maar waarom zo ver van huis? Onze verkiezingen zijn een beetje anders van toon, ook omdat we meer partijen hebben. En onze samenleving heeft vanouds bijvoorbeeld betere sociale voorzieningen waardoor de tegenstellingen minder groot zijn. Maar verder? Uit allerlei onderzoeken blijkt dat de tweedeling in de samenleving toeneemt. Rijk en arm komen elkaar nauwelijks meer tegen. Hoog en laag opgeleid kijken volstrekt anders tegen de samenleving aan. Hier geboren Nederlanders en nieuwkomers staan soms tegenover elkaar, vooral als het gaat om de vraag waar en hoe je de opvang van asielzoekers moet organiseren. Mensen met een beperking merken hoeveel obstakels er overal zijn omdat we nog steeds alles bouwen voor mensen zonder beperking, ook al is dit jaar eindelijk en na veel gedraai van de regering het internationaal verdrag voor de rechten van mensen met een beperking aangenomen. Mensen die door afkomst, inkomen of opleiding meer voorrechten hebben gekregen, zijn gezonder en leven langer en gelukkiger. Ze kunnen zich beter eten veroorloven, wonen in gezondere wijken en maken zich geen zorgen over het eigen risico als ze een keer zorg nodig hebben. Mensen die die voorrechten niet hadden, wonen vaker in buurten met slechte huizen of langs snelwegen, hebben minder kans om in de natuur te gaan wandelen met hun kinderen, hebben meer moeite om onderlinge steun te organiseren, en kunnen zich de gezondere voeding of medische zorg minder goed veroorloven. En de allergrootste motor van de ontwikkeling van mensen, het onderwijs, blijkt ook nog eens in het voordeel te werken van mensen die al die voorrechten al hadden. Terwijl de happy few hun kinderen soms al voor de geboorte hebben aangemeld bij de beste kinderopvang en daarna de meest ambitieuze lagere school, vallen kinderen uit achterstandsgroepen soms buiten de boot. Bij de schooladviezen voor de middelbare school krijgen zij vaker een laag schooladvies, en bij de doorstroom via mbo en hbo zijn er voor hen veel meer horden te nemen dan voor kinderen die met een gouden lepeltje geboren zijn.

En ook in het sociaal-culturele vlak gaat het niet altijd goed. De verdraagzaamheid is in Nederland in de afgelopen jaren minder geworden. Je ziet dat bij de toegenomen spanningen met religieuze groepen. Natuurlijk, heel nadrukkelijk rond de Islam, maar ook de felheid tegen orthodox-christelijke groepen lijkt te zijn toegenomen. Terwijl we vroeger graag en trots spraken over onze religieuze diversiteit hoor je vandaag de dag soms steeds feller ageren tegen religie in het algemeen. En wat je daar ook van vindt, het verhardt de sfeer. Ook de etnische minderheden voelen zich vaak buitengesloten terwijl omgekeerd autochtone Nederlanders (mag dat woord nog?) zich soms bedreigd voelen door nieuwkomers. Homo’s en lesbiennes durven niet meer hand in hand over straat te lopen. En jong en oud vechten elkaar de pensioenpot uit.

Man man man, wat een klaagzang. Is het dan zo erg met Nederland? Nou, ik kan ook een ander verhaal vertellen en dat is ook waar. Ons onderwijs en onze zorg zijn over de gehele linie van goede kwaliteit en breed toegankelijk. Er is een groot draagvlak voor vrijwilligerswerk, ook als het gaat om natuurbehoud, opvang van vluchtelingen, cultuur, enzovoorts. Ons land hoort bij de koplopers als het gaat om gelijke rechten voor man en vrouw, homo en hetero, etcetera. Ons pensioenstelsel is nog steeds robuust, betrouwbaar en solidair. Er is dus ook veel goeds te vertellen, maar er is geen reden om op onze lauweren te rusten. Als we al dat goede willen behouden, moet er wel iets gebeuren.

Als we nadenken over een inclusieve en empathische samenleving en wat daar voor nodig is, dan moeten we beginnen te beseffen dat dat niet een kwestie is van terug naar vroeger. Wie een beetje de geschiedenis kent, die weet dat Nederland nooit echt een inclusieve en empathische samenleving is geweest. Oh ja, er was zeker een vorm van tolerantie die ervoor zorgde dat vluchtelingen hier terecht konden: Joden, Hugenoten en Hongaren bijvoorbeeld in verschillende tijden. Maar verder? Tot diep in de negentiende eeuw was Nederland toch echt een standenmaatschappij waar alleen de rijken het voor het zeggen hadden en vrouwen politiek al helemaal niet meetelden. De eerste helft van de twintigste was een verzuilde samenleving waar wel de gelijke rechten werden ontwikkeld maar waar je je niet hoefde te bemoeien met mensen van een andere achtergrond. En met de definitieve afbraak van de verzuiling staan we nu op het punt dat we niet zo goed weten hoe dan een inclusieve en empathische samenleving eruit ziet.

Uiteindelijk gaat het volgens mij niet om een vrije keuze of je wel of niet zo’n inclusieve en empathische samenleving wilt. Het begint namelijk met de eenvoudige constatering dat wij leven in wereld waarin we met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk. Oorlog in Syrië en armoede in Griekenland betekenen direct dat er vluchtelingen in Drenthe komen. Mijn aanschaf van een mobiele telefoon – ook als ik hem zogenaamd gratis krijg bij een nieuw abonnement – betekent dat in China of Afrika mensen onder slechte omstandigheden zeldzame mineralen uit de grond halen met soms grote milieuschade die vervolgens weer bijdraagt aan wereldwijde klimaatproblemen en sociale spanningen. Alles hangt met alles samen. Maar natuurlijk kunnen we er wel voor kiezen hóe we daarmee omgaan. Probeer ik mijn eigen wereldje te beschermen door de ander buiten te sluiten, of probeer ik vanuit die verbondenheid te denken en te werken?

De eerste grote stap die je dan kunt zetten, is het bouwen aan een inclusieve samenleving. Dat wil zeggen dat je doet wat mogelijk is om te zorgen dat ook de ander – welke ander dan ook – in die samenleving zijn of haar weg kan vinden. Maar dat is wel meer dan roepen dat nieuwkomers zich maar moeten invechten. Dat hebben minderheidsgroepen natuurlijk vaak gedaan. In stilte, zoals veel migranten, of luidkeels zoals in de emancipatiestrijd van eerst vrouwen en later homo’s en lesbiennes en vandaag de dag mensen met een beperking. Stuk voor stuk hebben ze laten zien hoe vaak onze maatschappelijke structuren die inclusiviteit in de weg staan. En daarom is het zo belangrijk en zo ingewikkeld om dat ideaal van een inclusieve samenleving echt voorop te zetten. Het vraagt namelijk ook iets van de mensen die er al waren, die het al voor het zeggen hadden. Inclusief denken betekent voor een witte bevoorrechte man van middelbare leeftijd – zoals ik, zeg maar – kritisch zijn op mijn voorrechten en op de vraag of ik met die voorrechten de ontwikkeling van een ander in de weg sta. Het betekent dat we bij het ontwerpen van een nieuw gebouw beginnen met de mensen voor wie toegankelijkheid een probleem is, want dan is het voor de mensen zonder beperking sowieso goed. Enzovoorts. Inclusief denken ondermijnt de vanzelfsprekendheid omdat het begint te denken bij de outsider. En daarmee wordt de samenleving uiteindelijk voor iedereen prettiger, maar dat is alleen uiteindelijk. Want in eerste instantie kost het mij misschien wel mijn privileges.

Daarom kan een inclusieve samenleving niet zonder empathie – of wat ik ook wel compassie noem. Ik ben blij dat Jesse Klaver dat begrip empathie de laatste tijd vaker gebruikt en ben erg benieuwd naar zijn boek hierover dat binnenkort uitkomt. Voor mij betekent empathie – als politiek begrip – dat we vanuit de fundamentele verbondenheid van alles en iedereen zoeken naar inlevingsvermogen. Mijn visie op het vluchtelingenprobleem wordt anders als ik mij kan inleven in jonge mensen die vanuit een verscheurd Aleppo een veilig heenkomen zoeken. Maar het wordt ook weer anders als ik mij kan inleven in mensen in een klein Drents dorp die zien hoe een pretpark-eigenaar groot geld verdient aan het huisvesten van asielzoekers terwijl zij zich in hun eigen dorp niet meer thuis voelen. Empathie is niet kiezen voor de een of de ander, maar beginnen ons te verplaatsen in hen beiden. Dat leidt uiteindelijk altijd tot een betere oplossing en tot meer draagvlak dan eenzijdig kiezen of dan de uitruilpolitiek waar de coalitie de laatste jaren steeds voor gekozen heeft.

Empathie is ten diepste een levenshouding die niet door de politiek kan worden bewerkstelligd. Alle voorbeelden waarmee ik begon laten zien dat inclusiviteit en empathie niet geen softe feel-good termen zijn maar direct raken aan de harde politieke werkelijkheid. De overheid kan door haar beleid en haar wetgeving best wel iets doen aan een inclusieve samenleving, maar ze heeft geen directe invloed op deze grondhouding. Politici hebben echter wel invloed op de cultuur. Door de manier waarop ze met elkaar en over elkaar spreken, dragen ze bij aan een meer empathisch gesprek of aan een verhardend debat. En dat gebeurt van links tot rechts. Als wij een inclusieve en empathische samenleving willen, dan is de eerste stap dat we andere politici en kiezers van andere partijen niet wegzetten maar proberen te begrijpen. Rechtse kiezers en populistische kiezers – en die twee vallen niet samen – zijn niet dom of fout. Ze hebben net als wij hun dromen, wensen, angsten en verlangens. En als we daarover in gesprek komen, ontdekken we misschien wel meer raakvlakken dan we dachten. Dat mag doorklinken in de politiek die we bedrijven en in de keuzes die we maken. Wij zijn er niet voor de belangen van onze achterban maar voor het ideaal van een wereld voor iedereen.

Als we op zoek gaan naar die inclusieve en empathische samenleving, dan ontdekken we ook dat die er op heel veel manieren al is. Talloze mensen hebben zich laten raken en inspireren door de komst van asielzoekers. Ze zetten zich in voor taallessen. Ze proberen de ander te leren kennen en zich welkom te laten voelen in dit land, in deze wereld. Ze zorgen in hun dorp voor elkaar, ook als de voorzieningen soms minder worden door de bevolkingskrimp. De meeste mensen willen liever die inclusieve empathische samenleving dan een samenleving waarin groepen tegen elkaar worden opgezet. De overgrote meerderheid in ons land, oudkomers en nieuwkomers, is helemaal klaar met de angst- en haatzaaiers en verlangt naar stemmen die vrede en verbinding brengen.

Bouwen aan een inclusieve en empathische samenleving moeten we samen doen. Politici hebben een rol in hoe ze de toon zetten en hoe ze belemmeringen wegnemen. Maar uiteindelijk zijn wij het zelf, als inwoners, als burgers, als mensen, die die samenleving vorm geven. En wij staan samen voor de vraag hoe we dat meer inclusief en met meer empathie zullen gaan doen.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Radicale zachtmoedigheid

Op het jubileumsymposium van De Linker Wang, 29-10-2016, nam ik afscheid als voorzitter. Dit was mijn toespraak:

Onze tijd heeft een dringende behoefte aan radicale zachtmoedigheid. Dat is de samenvatting van wat ik vandaag bij dit afscheid wil zeggen, dus we zouden nu gelijk aan de borrel kunnen. Maar misschien is het toch goed dat ik het nog wat toelicht. Ik heb in de aanloop naar vandaag natuurlijk nagedacht over de boodschap van De Linker Wang en wat dat betekent voor alle vragen die in onze samenleving spelen. En daarmee ook aan het thema van dit jubileumsymposium: waar is religie nu een rem op de positieve ontwikkelingen en waar draagt het positief bij?

Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Caribisch Nederland in de Grondwet

Spreektekst bij het debat op 11-10-2016 over de verankering van de positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de Grondwet en de wijze waarop burgers van die eilanden kunnen deelnemen aan de verkiezing van de Eerste Kamer.

Voorzitter. Wij bespreken vandaag een drietal wetsvoorstellen en dat laat iets zien van de complexe voorgeschiedenis van dit debat. Naast de formele hoofdmoot van behandeling in eerste lezing van een voorstel voor vastlegging in de Grondwet van de staatkundige positie van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba is er op verzoek van deze Kamer een novelle waardoor het kiesrecht voor de Eerste Kamer op een correcte wijze wordt geregeld. Daarnaast is er nog een zinledig wetsvoorstel dat als de opengebarsten pop dood op de grond blijft liggen als de vlinder van het Caribisch kiescollege straks vleugels heeft gekregen. Hopelijk wil de minister dat voorstel nu intrekken. Zo niet, dan ruimt de Kamer het vandaag wel voor hem op

Lees verder

Reacties staat uit voor Caribisch Nederland in de Grondwet

Opgeslagen onder Uncategorized