Misbruik door celibaat? Het probleem zit dieper

Het onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk moet meer opleveren dan ,,zwart-wit ideeën over het celibaat, hoewel de kerk ook haar repressieve seksuele moraal ter discussie moet durven stellen.” Een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad van 17 maart 2010.

Wat is er aan de hand met de Rooms-Katholieke Kerk dat er kennelijk zoveel gevallen van seksueel misbruik kunnen voorkomen?

Die vraag blijft achter na twee weken media-aandacht en is de grote opdracht voor de commissie-Deetman. Voor velen is het echter helemaal geen vraag. Slachtoffers en beroepscritici binnen en buiten de kerk trekken snel de conclusie dat het celibaat de oorzaak van het misbruik is en daarom moet worden afgeschaft. Het kan, zo zegt men, niet gezond zijn seksualiteit te verbieden. Bovendien werd het celibaat pas in de twaalfde eeuw verplicht, dus echt Bijbels is het niet.

Dit verzet tegen het celibaat is even misplaatst als terecht. De eerste vraag is natuurlijk of er wel een direct verband is tussen celibaat en seksueel misbruik. Inderdaad, er zijn als reactie op de media-aandacht in enkele weken een paar honderd ervaringsverhalen gemeld. En inderdaad, met gebeurtenissen in Amerika, Duitsland, Ierland en Oostenrijk wijzen de Nederlandse verhalen eerder op een patroon dan op een incident. Dat wil echter nog niet zeggen dat celibatairen vaker misbruik plegen dan anderen, waaronder jeugdwerkers, dominees en zwemleraren. En ook de seculiere Britse kostscholen en de internaten voor inheemse kinderen in Canada kennen grote misbruikzaken.

Zondebok

Het is te kort door de bocht om het celibaat als zondebok aan te wijzen.

Ik besef dat dit een riskant standpunt is. Uit de mond van priesters en bisschoppen klinkt zo’n argument al snel als zelfbescherming, damage control . Mijn reden is een andere. Het afschaffen van het celibaat lijkt me namelijk om allerlei redenen een goede zaak, maar het is niet het antwoord op de crisis waarin de kerk verkeert. Het is kortzichtig en gevaarlijk om daar de pijlen op te richten. Het zal leiden tot een eindeloze en vruchteloze strijd met de gevestigde orde over iets wat slechts van bijkomend belang is. En daarmee raken we het zicht kwijt op factoren die veel meer invloed hebben.

Voor seksueel misbruik zijn drie zaken nodig: een potentiële dader, een potentieel slachtoffer en een gelegenheid. Door te kijken hoe religie en celibaat bij die drie een rol spelen, krijgen we een helderder zicht op wat wel en niet bijdraagt aan een oplossing. Om te beginnen is er de potentiële dader. Bij de verhalen die nu op tafel liggen, speelt in een aantal gevallen waarschijnlijk een rol dat het leven als (celibatair) pater aantrekkelijk was voor mensen met seksuele problemen. Door te kiezen voor het celibaat hoefden ze immers hun eigen seksualiteit niet onder ogen te zien. Dat was misschien vroom, maar ook riskant, zeker als de problematiek vooral pedoseksueel was. Celibaat is hier dus niet de directe oorzaak van seksueel misbruik, maar wel een gevaarlijke vluchtroute.

Daarnaast is er een potentieel slachtoffer. Bij de rooms-katholieke internaten waren dat jongeren (kinderen) die aan de paters en nonnen waren toevertrouwd. Zij waren extra kwetsbaar door de geestelijke status en het gezag van de leiding. Daarbij moeten we dan wel het tijdsbeeld betrekken. Van de hedendaagse mondigheid was toen geen sprake. Ook de reactie van ouders hield de slachtoffers vaak gevangen in de macht van de daders. Daarbij was het celibaat niet echt een factor, maar wel hun geestelijke status.

Gelegenheid

En dan de gelegenheid. Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst. Als er al klachten waren van de kinderen, dan werd dat in een muur van zwijgen gedempt. Dat de kerkleiding er niets van wist, is niet erg geloofwaardig, maar dat wil ook weer niet zeggen dat men niet de waarheid spreekt. Het is waarschijnlijker dat men de berichten tot nu toe steeds als losse incidenten heeft beschouwd en dat men te weinig de structurele ernst heeft onderkend. Het beschermen van de kerk kreeg meer aandacht dan het beschermen van potentiële slachtoffers.

Het is te hopen dat het onderzoek van de commissie-Deetman deze verschillende aspecten in kaart zal brengen. Dat zou ons helpen om verder te komen dan zwart-wit ideeën over misbruik en celibaat.

Uiteindelijk gaat het meer om preventie dan om reconstructie van het verleden. Daarbij moeten we denken aan betere screening en begeleiding van priesters om potentiële daders weg te houden. Belangrijk is ook het versterken van de mondigheid en weerbaarheid van kinderen, jongeren en andere potentiële slachtoffers. Maar bovenal is het nodig dat het zwijgen en toedekken van het kerkelijk systeem doorbroken wordt. Dat kan alleen als kritiek echt wordt toegelaten en als de kerkleiding haar repressieve seksuele moraal ter discussie durft te stellen. Van die seksuele moraal is het celibaat een mooi voorbeeld, maar het is niet de oorzaak van het misbruik. Het echte probleem zit dieper in het systeem van de kerk.

Dr. R. Ruard Ganzevoort is hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

Advertenties

Reacties staat uit voor Misbruik door celibaat? Het probleem zit dieper

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.