Juist omwille van de godsdienstvrijheid

Met Dick Pels schreef ik een artikel in De Groene Amsterdammer onder de titel Het tandenknarsen van de democratie. Dat leverde heel wat reacties op, onder meer via een wat onevenwichtige weergave in het Nederlands Dagblad: Staat, pak kerk aan die homo’s weigert. Mijn reactie en verheldering plaatsten ze helaas niet. Daarom hier:

Juist omwille van de godsdienstvrijheid…

Het was een nogal karikaturale kop die het Nederlands Dagblad op 26 maart zette boven een weergave van het betoog van Dick Pels en mijzelf over de godsdienstvrijheid. ‘Staat, pak kerk aan die homo’s weigert’. Wie ons artikel leest in De Groene Amsterdammer, die ontdekt al direct dat we dat nu juist niet zeggen. We verdedigen van harte de godsdienstvrijheid, maar benadrukken dat dat geen vrijbrief is om de wet te overtreden. Daarom bestaat er een spanning. Enerzijds heeft de kerk zeker de ruimte om intern bepaalde groepen uit te sluiten van ambt of avondmaal. Anderzijds staat dat haaks op de uitgangspunten van onze democratische samenleving. Met die spanning moeten we leven en dat kan alleen via een kritische dialoog. Daar begint het gesprek dus pas en het is niet goed om dat te blokkeren met een beroep op de scheiding van kerk en staat.

Er is geen sprake van dat de staat de kerk zou moeten ‘aanpakken’. Wat de staat wel moet doen, is het hooghouden van de morele uitgangspunten van de democratie. De democratie behelst hogere waarden, schreven wij, maar dat komt in de weergave niet goed uit de verf. De democratie is volgens ons geen levensbeschouwing en de waarden van de democratie zijn niet hoger dan die van de levensbeschouwingen. We schreven dat het bij democratie gaat om hogere waarden dan enkel het reguleren van de macht. Het gaat ook om het beschermen van de minderheden. Bijvoorbeeld de minderheid van een orthodox-christelijke kerk die homoseksualiteit afwijst. Maar ook van de minderheid binnen die minderheid: de jongere die daar opgroeit en de eigen homoseksualiteit ontdekt in een klimaat dat hem of haar afwijst. Het is te makkelijk om die kritiek van het lijf te houden met een beroep op de godsdienstvrijheid of de scheiding van kerk en staat.

Laat ik als theoloog nog iets meer zeggen: die kritiek van buiten zou de kerk ook helemaal niet erg moeten vinden. Het gebeurt regelmatig dat bewegingen buiten de kerk de consequenties van het evangelie eerder begrepen dan de kerk zelf. De kerk liep niet voorop bij de emancipatie van de vrouw, bij de zorg voor het milieu, enzovoorts. En bij de strijd tegen de apartheid lieten in elk geval sommige kerken het pijnlijk afweten. Soms moet de kerk inderdaad van buitenaf tot de orde van het evangelie worden geroepen. In de Bijbelse theologie heet dat de ‘Fremdprophetie’, de profetie van buiten. Dit is soms nodig om de kerk uit haar zelfgenoegzaamheid te halen.

Dat is niet het hele verhaal. Soms is het ook andersom. De kerken hebben door de tijden heen ook steeds de samenleving en de overheid ter verantwoording geroepen wanneer men verkeerde wegen ging. Bij de zorg voor zwakkeren, de inzet voor vrede, en het bewaren van de schepping liep de kerk soms echt voorop. Kijk naar achterstandswijken waar juist de kerk zoveel goed doet. En ook heeft men zich in een kritische dialoog vaak scherp tegen de samenleving en de overheid gericht. De kerk heeft zeker een bepaald moreel gezag op grond van haar inbreng door de jaren heen. Maar dat maakt haar niet immuun voor kritiek van buiten. Integendeel.

Dat ik zo positie neem, is niet omdat ik tegen de kerk ben. Integendeel. Mijn hele werkzame leven ben ik bezig ten dienste van kerken en religieuze gemeenschappen en personen die leven in een plurale samenleving. Met al mijn vezels ben ik geworteld in de christelijke traditie en ik vind mijn inspiratie in het tegendraadse evangelie en de persoon van Jezus. Ik ben een hartstochtelijk liefhebber van religie in haar vele verschijningsvormen: het mooiste (maar ook het gevaarlijkste) dat we hebben. Ik zal altijd de ruimte van mensen verdedigen om hun geloof te beleven en vorm te geven. En ik heb al vaak betoogd dat religie niet kan zonder de ongemakkelijke en harde kanten die er aan zitten.

Maar juist daarom vind ik het zo belangrijk om religie niet te beschermen tegen de kritiek op die ongemakkelijke kanten. Denk aan kinderen. Denk aan internaten. En zelfs daar zijn sommigen aarzelend in te grijpen vanwege de godsdienstvrijheid. Alsof de scheiding van kerk en staat de kerk boven de wet plaatst. Alsof het instituut belangijker is dan kwetsbare kinderen die in hun persoonlijkheid en in hun geloof beschadigd worden. Ik geef toe: ik ben met name geïnteresseerd in de positie van de meest kwetsbaren, ook binnen de kerk. Ook zij hebben recht op vrijheid binnen de godsdienst. Juist omwille van de godsdienstvrijheid moet de kritiek op religie blijven klinken.

Ruard Ganzevoort is hoogleraar praktische theologie en voorzitter van De Linker Wang

Advertenties

Reacties staat uit voor Juist omwille van de godsdienstvrijheid

Opgeslagen onder Religie en politiek

Reacties zijn gesloten.