Seks en religie: partners en concurrenten

CVKoers plaatst deze week een artikel over religie en seksualiteit. Daarvoor interviewde de schrijver, Wilfred van de Poll, ook mij. Lees hieronder mijn bijdragen. Met als motto: Seks en religie lijken op elkaar en zijn daarom concurrenten.

Ruard Ganzevoort, hoogleraar Praktische Theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en specialist op het terrein van seksueel misbruik in kerkelijke kring, is gereserveerder. ,,In de protestante kerken in Nederland zie ik weinig ruimte voor de seksuele beleving. Er is wel ruimte voor het aardse in bijvoorbeeld het arbeidsethos. Maar niet in de omgang met seks.’’

Kerken van calvinistische snit in Nederland hebben nog steeds erg veel moeite met seks, constateert hij. Wie in die kringen ‘oudtestamentische onbevangenheid’ ten aanzien van seks wil zien, moet goed kijken. ,,Vrijzinnige protestanten hebben er overigens minder moeite mee. Zij denken minder vanuit de antithese, en zijn meer meegegaan met de ontwikkelingen in de maatschappij.’’
Ganzevoort wijst op nog een andere oorzaak. ,,Seks en religie lijken heel erg op elkaar’’, stelt hij. ,,Soms gaan ze zelfs in elkaar over, in bijvoorbeeld de Kanaänitische vruchtbaarheidscultus. Volgens Freud is religie een sublimatie van de seksuele drift. Daar valt veel tegen in te brengen, maar hij heeft wel een punt.’’
,,Neem de middeleeuwse bruidsmystiek (een stroming waarin de relatie met Christus haast erotisch werd uitgedrukt, red.). Hier lijkt seksuele taal de enige manier om onder woorden te brengen wat geloven is. Opvallend is dat je deze mystiek tegenwoordig in evangelische kringen terug ziet komen: de relatie met Jezus wordt daarin heel persoonlijk en intiem opgevat. Haast als een liefdesrelatie.’’
Hoe komt het dat religie en seks zo op elkaar lijken? ,,Beide gaan ze over transcendentie’’, denkt Ganzevoort. ,,In de seksuele act overstijg je de beperking van het ik en dring je – heel letterlijk – binnen in een ander. Niet toevallig wordt orgasme in het Frans ‘le petit mort’, de kleine dood, genoemd. Het zijn momenten van totale zelfovergave. Van sterven. Niet als totaal verlies maar als binnenkomen in een nieuw leven. Daar zit iets mystieks in. Net als in religie, waarin je de grenzen van je menselijke ervaring opzoekt en die probeert te overstijgen.’’
Tegendraadse moraal
Als religie en seksualiteit zo op elkaar lijken, waarom liggen ze dan continu zo met elkaar in de clinch? Dat verbaast Ganzevoort niet: ,,Het zijn elkaars concurrenten. Ze hebben allebei betrekking op een heel fundamentele levenskracht. Noem het levensdrift, eros, libido. Alleen: seks koppelt dat puur aan persoonlijke ervaring. Religie aan de samenleving, het sociale veld.’’
En daar zit volgens Ganzevoort de spanning. De seksuele drift laat zich niet dwingen, terwijl dat wel is wat religie beoogt. ,,De eros is ontwrichtend, gaat tegen de structuur van de samenleving in. Religie – ik heb het over georganiseerde religie – wil die samenleving juist bestendigen.’’
De kerk als hoeder van de sociale orde: daar lijkt iets voor te zeggen. Maar als religie de heersende moraal in de samenleving wil bestendigen, loopt de kerk in Nederland dan niet enorm achter? De samenleving heeft immers al een veel vrijere moraal aangenomen op het gebied van seks? ,,Ja, dat is vreemd’’, beaamt Ganzevoort. ,,De rol van de kerk lijkt dan ook verschoven. De kerk is meer een tegencultuur geworden. De kerk profileert zich tegenwoordig door haar tegendraadse seksuele moraal. Standpunten op dit terrein fungeren als ‘identity-markers’. Op die punten blijkt immers dat we echt anders zijn dan de wereld.’’
Die tegendraadsheid lijkt heel bijbels, maar is geen gelukkige ontwikkeling, vindt Ganzevoort. ,,Door je te profileren op de punten waarop je ánders bent – en in de ogen van de maatschappij: hopeloos verouderd – laat je je wegzetten in een hoek en kun je niet meer je positieve verhaal laten horen. Ik vind dat je je moet profileren op je kernboodschap en niet op perifere punten. Zo lees ik ook Paulus’ gebod dat vrouwen moeten zwijgen in de kerk. Volgens mij bedoelt hij: laten we geen weerstand creëren op een punt dat niet van belang is. Door die weerstand ontneem je jezelf de mogelijkheid je boodschap onder de aandacht te brengen.’’
Geen onnodige weerstand oproepen betekent anno 2010 precies het tegenovergestelde als toen, aldus Ganzevoort. Riep het in Paulus’ tijd weerstand op als je de vrouw op de voorgrond plaatste, in onze tijd roept het juist weerstand op als je haar achterstelt. Ganzevoort: ,,Je moet de vrouw juist alle ruimte geven.’’

Kerken kunnen op een nieuwe manier over seks leren nadenken en praten. ,,Voor mij staan daarbij twee woorden centraal’’, zegt Ganzevoort. ,,Die woorden zijn: lust en eerbied. Die vormen de basis van een gezonde seksuele moraal. De lust als drijfveer om de grens tussen mij en de ander te doorbreken. Dat is een scheppingsgave. Maar lust is ook een vuur waaraan je je kunt branden. De ander blijft altijd de ander. Je moet het geheim van de ander respecteren. Als ik mij die toe-eigen, dan vergrijp ik me. Lust zonder eerbied ontaardt in geweld, maar eerbied zonder lust is saai.’’

In de huidige kerken ziet Ganzevoort vooral veel eerbied. ,,Ik zou wel wat meer lust willen zien! En ik zou meer willen horen dat het vermogen tot lust, dat dierlijke instinct, ook een gave van de schepping is. Als je daar begint, krijg je een andere basishouding… Het onderwerp wordt nu vaak benaderd vanuit angst. Een positieve waardering zie ik nauwelijks. Terwijl we daar zo’n behoefte aan hebben!’’
De protestantse huiver rond seksualiteit

Aardse lusten

De katholieke kerk ligt onder spervuur vanwege problemen met seks. Ook protestants Nederland blinkt niet uit in een soepele omgang met het onderwerp. Hoe komt dat? En kan de kerk er iets aan doen? ,,Ons praten over seks moet menselijker worden.’’

Door Wilfred van de Poll

Aardse lusten Bol stond de pers de afgelopen maanden van berichten over de Rooms-Katholieke Kerk. De aanleiding was weinig opbeurend. Een eindeloze stroom aan verhalen over paters die kinderen seksueel misbruikten: Benedictus XVI had geen slechtere afsluiting van zijn vijfjarig ambtsjubileum kunnen vrezen. En de verhalen over misbruik die tot nu toe naar buiten zijn gekomen, lijken nog maar het topje van de ijsberg.

Hoewel de media in Nederland altijd wel te porren zijn voor een partijtje moddergooien richting georganiseerde religie – alsof er buiten de kerk minder sprake is van misbruik – heeft de kerk weinig reden tot zelfbeklag. Ze heeft de spot over zichzelf afgeroepen. Niet alleen vanwege de feitelijke wantoestanden, maar meer nog door de kwalijke manier waarop ze ermee omgegaan is. Aan de ene kant predikte ze een hoge seksuele moraal, terwijl ze aan de andere kant verhalen van misbruik toedekte – en pas verontschuldigingen aanbood toen het echt niet anders kon.
De kerk lijkt keer op keer bezorgder om haar reputatie dan om de schade die mensen door haar toedoen hebben geleden. Paradoxaal genoeg berokkent juist die houding de meeste schade aan haar reputatie. Maar nog los daarvan is het triest dat de kerk pas actie onderneemt als de media aan de bel trekken.
Ondertussen is het opvallend dat de kerk vooral op het gebied van seksualiteit zo veel op negatieve wijze in het nieuws komt. Hoewel dat zeker te maken heeft met een vrijere seksuele moraal in de samenleving, lijkt de huiver van de kerk ook te wijzen op een dieper gelegen ongemak met seksualiteit als zodanig. De vraag is: waar komt dat ongemak vandaan? Waarom lukt het de kerk maar niet om op een gezonde en ontspannen manier met seksuele onderwerpen om te gaan?
Die problematische relatie is niet alleen kenmerkend voor de Rooms-Katholieke Kerk, maar speelt ook protestantse en evangelische kerken parten. De manier waarop de Romana met haar misbruikschandalen omgaat, is misschien specifiek katholiek – ook in protestantse kringen komt seksueel misbruik voor in pastorale situaties. Ook in deze kringen is homoseksualiteit een heet hangijzer: lang veroordeeld als ‘doodzonde’ is het onderwerp nog altijd moeilijk bespreekbaar. Meer in het algemeen wordt er niet veel gesproken en gepreekt over seksualiteit. En als dat al gebeurt, dan gaat het vooral over de problemen met seks. Of over seksuele zonden, die dan de zonden bij uitstek lijken te zijn.
Die fixatie op zonden van seksuele aard is eigenaardig. Waarom zou seksueel gedrag de toetssteen van morele zuiverheid moeten zijn? Waarom niet bijvoorbeeld vraatzucht of trots? Hoe dit ook zij, alleen al het feit dat seksualiteit benaderd wordt als een probleem of als iets zondigs verraadt een moeizame verhouding met het onderwerp.
Celibataire elite
Ad de Bruijne, hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen, herleidt het probleem tot ,,de invloed van een Griekse mensvisie’’ en ,,de verbinding daarvan met de zondeleer’’. In deze dualistische mensvisie staat het vleselijke op een lager niveau dan het geestelijke. De kerk heeft dit dualisme volgens De Bruijne al vroeg overgenomen en gekoppeld aan de zondeleer: lust is zondig, vies, iets waarvoor je je schaamt. Verlossing gaat om je ziel, niet om je lichaam. Daarom moesten de elitetroepen van de kerk celibatair zijn: zo ver mogelijk van die lust vandaan, onbezoedeld door het vleselijke.
De Reformatie was een poging met dat dualistische denken te breken, aldus De Bruijne. De reformatoren probeerden ,,iets van de oudtestamentische onbevangenheid’’ terug te vinden. ,,De oudtestamentische omgang met seksualiteit is opvallend open en tegelijk zuiver, zeker vergeleken met de omringende cultuur waarin seksualiteit een negatieve en destructieve macht was.’’
Of de kerken die ontstaan zijn uit de Reformatie die open omgang met seks hebben weten over te nemen en te behouden, is natuurlijk de vraag. Volgens De Bruijne ging het al gauw weer mis; het dualistische denken blijkt hardnekkig en diepgeworteld.
Toch heeft de kerk volgens de hoogleraar niet méér moeite met seks dan de haar omringende samenleving. ,,Alleen wie denken vanuit de seksuele revolutie van de jaren 60 komen tot zo’n eenzijdig oordeel en herhalen het zo vaak tot we denken dat het waar is.’’ Dat laat onverlet dat er in protestantse kring nog veel te winnen is: ,,Bijvoorbeeld in de omgang met homoseksualiteit, in de seksuele opvoeding en in de bezinning op masturbatie. Overigens weet ik niet anders dan dat over dat laatste en zeker ook over pornoverslaving in mijn kerkelijke omgeving regelmatig open en stevig gesproken wordt, tot in themadiensten toe.’’
Ruard Ganzevoort, hoogleraar Praktische Theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en specialist op het terrein van seksueel misbruik in kerkelijke kring, is gereserveerder. ,,In de protestante kerken in Nederland zie ik weinig ruimte voor de seksuele beleving. Er is wel ruimte voor het aardse in bijvoorbeeld het arbeidsethos. Maar niet in de omgang met seks.’’
Kerken van calvinistische snit in Nederland hebben nog steeds erg veel moeite met seks, constateert hij. Wie in die kringen ‘oudtestamentische onbevangenheid’ ten aanzien van seks wil zien, moet goed kijken. ,,Vrijzinnige protestanten hebben er overigens minder moeite mee. Zij denken minder vanuit de antithese, en zijn meer meegegaan met de ontwikkelingen in de maatschappij.’’
Ganzevoort wijst op nog een andere oorzaak. ,,Seks en religie lijken heel erg op elkaar’’, stelt hij. ,,Soms gaan ze zelfs in elkaar over, in bijvoorbeeld de Kanaänitische vruchtbaarheidscultus. Volgens Freud is religie een sublimatie van de seksuele drift. Daar valt veel tegen in te brengen, maar hij heeft wel een punt.’’
,,Neem de middeleeuwse bruidsmystiek (een stroming waarin de relatie met Christus haast erotisch werd uitgedrukt, red.). Hier lijkt seksuele taal de enige manier om onder woorden te brengen wat geloven is. Opvallend is dat je deze mystiek tegenwoordig in evangelische kringen terug ziet komen: de relatie met Jezus wordt daarin heel persoonlijk en intiem opgevat. Haast als een liefdesrelatie.’’
Hoe komt het dat religie en seks zo op elkaar lijken? ,,Beide gaan ze over transcendentie’’, denkt Ganzevoort. ,,In de seksuele act overstijg je de beperking van het ik en dring je – heel letterlijk – binnen in een ander. Niet toevallig wordt orgasme in het Frans ‘le petit mort’, de kleine dood, genoemd. Het zijn momenten van totale zelfovergave. Van sterven. Niet als totaal verlies maar als binnenkomen in een nieuw leven. Daar zit iets mystieks in. Net als in religie, waarin je de grenzen van je menselijke ervaring opzoekt en die probeert te overstijgen.’’
Tegendraadse moraal
Als religie en seksualiteit zo op elkaar lijken, waarom liggen ze dan continu zo met elkaar in de clinch? Dat verbaast Ganzevoort niet: ,,Het zijn elkaars concurrenten. Ze hebben allebei betrekking op een heel fundamentele levenskracht. Noem het levensdrift, eros, libido. Alleen: seks koppelt dat puur aan persoonlijke ervaring. Religie aan de samenleving, het sociale veld.’’
En daar zit volgens Ganzevoort de spanning. De seksuele drift laat zich niet dwingen, terwijl dat wel is wat religie beoogt. ,,De eros is ontwrichtend, gaat tegen de structuur van de samenleving in. Religie – ik heb het over georganiseerde religie – wil die samenleving juist bestendigen.’’
De kerk als hoeder van de sociale orde: daar lijkt iets voor te zeggen. Maar als religie de heersende moraal in de samenleving wil bestendigen, loopt de kerk in Nederland dan niet enorm achter? De samenleving heeft immers al een veel vrijere moraal aangenomen op het gebied van seks? ,,Ja, dat is vreemd’’, beaamt Ganzevoort. ,,De rol van de kerk lijkt dan ook verschoven. De kerk is meer een tegencultuur geworden. De kerk profileert zich tegenwoordig door haar tegendraadse seksuele moraal. Standpunten op dit terrein fungeren als ‘identity-markers’. Op die punten blijkt immers dat we echt anders zijn dan de wereld.’’
Die tegendraadsheid lijkt heel bijbels, maar is geen gelukkige ontwikkeling, vindt Ganzevoort. ,,Door je te profileren op de punten waarop je ánders bent – en in de ogen van de maatschappij: hopeloos verouderd – laat je je wegzetten in een hoek en kun je niet meer je positieve verhaal laten horen. Ik vind dat je je moet profileren op je kernboodschap en niet op perifere punten. Zo lees ik ook Paulus’ gebod dat vrouwen moeten zwijgen in de kerk. Volgens mij bedoelt hij: laten we geen weerstand creëren op een punt dat niet van belang is. Door die weerstand ontneem je jezelf de mogelijkheid je boodschap onder de aandacht te brengen.’’
Geen onnodige weerstand oproepen betekent anno 2010 precies het tegenovergestelde als toen, aldus Ganzevoort. Riep het in Paulus’ tijd weerstand op als je de vrouw op de voorgrond plaatste, in onze tijd roept het juist weerstand op als je haar achterstelt. Ganzevoort: ,,Je moet de vrouw juist alle ruimte geven.’’
Testosteronkanonnen
De vrouw de ruimte geven – daar kan auteur Gerry Velema, die veel heeft geschreven over kerk en seksualiteit, zich helemaal in vinden. Niet zozeer vanuit het argument van Ganzevoort – om geen weerstand op te roepen – maar vooral omdat volgens haar een gelijkwaardige inbreng van de vrouw veel van het ongemak met seks in de kerk kan weghalen.
Velema ziet de patriarchale manier waarop de kerken zijn georganiseerd als de kern van het probleem. ,,Het is het gevolg van een theologie die mannen en vrouwen uit elkaar haalt en in een gescheiden rollenpatroon perst. Er is weinig oog voor het feit dat de beide seksen een aanvullend verhaal te vertellen hebben. Vrouwen praten op een heel andere manier over seks dan mannen, ze kijken er anders tegen aan. Maar zij worden niet gehoord; het zijn toch altijd de mannen die het woord voeren in de kerk…’’
Die dominantie van de man is te betreuren, zegt Velema. ,,Eenzame mannen aan de macht, dat is vragen om problemen. Veel sprekers in de kerken zijn bovendien van die testosteronkanonnen die ervan houden fel van leer te trekken en graag tegen iets strijden. Dat hebben vrouwen minder… Wat we nodig hebben, is een transformatie in de geest van de mannen. God heeft de vrouw gegeven als echte wederhelft die de man iets wezenlijks te vertellen heeft. Ook over seks.’’
Niet dat vrouwen geen problemen hebben op seksueel gebied, benadrukt Velema, maar toch ziet ze de vrouw als ,,beschermster’’ van seksualiteit. ,,Zoals een vagina een penis omvat, zo begrenst de vrouw de man’’, zegt ze. ,,Het is zo goed bedoeld van oorsprong: de vrouw die de man begrenst en aanvult. Maar de strakke, mannelijke hiërarchie houdt dat tegen.’’
Maar op welke manier kan een grotere inbreng van vrouwen de kerken helpen beter met seksualiteit om te gaan? ,,Vrouwen steken in op het relationele vlak, en zien seksualiteit ook in dat perspectief. Daardoor hebben ze een bredere kijk op het onderwerp. Mannen zijn verder geneigd eerder te oordelen en meteen problemen te willen oplossen. Maar heling en groei zijn langzame processen. Je moet inzicht krijgen, begrip. Dat kan de vrouw inbrengen. Als iemand pornoverslaafd is of veel aan zelfbevrediging doet, moet je eerst de tijd nemen om te kijken: wat zit hier nu achter, waar komt dit vandaan?’’, vindt Velema.
En dan ontdek je dat zo’n ‘seksverslaving’ niet altijd uit een slechte bron komt. ,,Soms is het verlangen daaronder juist heel zuiver. Alleen is het verkeerd gericht. Zo iemand moet je niet meteen veroordelen. Over zo iemand moet je je ontfermen. Wij hebben als kerk eigenlijk zoveel goeds te zeggen… Hoe kan het dan toch dat we het onderwerp zo moeilijk vinden?’’
Seksuele burn-out
Velema heeft gelijk dat kerken veel goeds te melden hebben over seksualiteit. Er zijn waardevolle wijsheden over het wezen van de mens – en daarmee ook zijn seksuele kant – te vinden in de Bijbel en de christelijke traditie. De kunst is om die niet op een defensieve, veroordelende of overspannen manier voor het voetlicht te brengen. Er is grote behoefte aan openheid, humor, lichtheid. Veel christelijke lectuur maakt van seks zoiets groots dat je bijna zou vergeten dat het ook iets heel normaals, haast banaals is.
Dat christelijke auteurs de heiligheid van seks zo sterk benadrukken, is overigens goed te begrijpen. De platheid en lelijkheid waartoe seks tegenwoordig vaak wordt gedegradeerd, geeft daartoe ruimschoots aanleiding. Toch belemmert het gewicht dat kerken, als reactie daarop, aan het onderwerp geven een ontspannen omgang met seks, vindt Velema: ,,Onze omgang met seks, ons praten erover, moet menselijker worden. Seks is voor mensen. Het is een echt menselijke kracht. Als we het te hemels, te groots maken, als de pruimen te hoog in de boom hangen, dan raken we met zijn allen veel te gestrest.’’
Overigens ziet zij ook een positieve ontwikkeling in de maatschappij. ,,Als ik kijk naar MTV of naar de hoeveelheid porno op internet, dan word ik weleens moedeloos. Maar er is duidelijk ook een andere trend, die ik regelmatig in de media tegenkom. Men lijkt steeds meer te beseffen dat je van ongebreidelde seks niet gelukkig wordt. Dat je er goed aan doet om er zorgvuldiger mee om te gaan. Die trend is echt niet alleen te danken aan christelijke partijen. Het dringt bij veel mensen domweg door dat het triest is als je op je 25e al een seksuele burn-out hebt. Het is alsof de maatschappij sinds de jaren 60 flink gepuberd heeft en nu de littekens begint te zien die ze eraan heeft overgehouden.’’
Velema haalt Jezus’ gelijkenis van de verloren zoon aan. ,,Wij hebben als oudste zoon – de kerk – moeite met de seculiere omgeving: de jongste zoon die al de leuke feestjes heeft. Het liefst wijzen we dan met onze vinger. Daaraan zie je dat we niet al te genadig zijn. Maar die oudste zoon was zo preuts dat hij niet eens durfde te feesten! Natuurlijk, de jongste zoon wilde alles ervaren en raakte zichzelf kwijt. Geen van beiden zat op een goed spoor. Het punt is dat er maar één iemand echt verstand had van feesten. En dat is de vader… De kerk heeft de waarheid niet in pacht, is evengoed zendingsveld, zit vol onheilige zielen. Het Evangelie is er zowel voor kerk als samenleving. De vader wil de jongste zoon op het rechte pad zetten. En tegen de oudste zegt hij: wees niet zo stroef en veroordelend. Kom ook op het feest.’’
Positief over seks
Het zou naïef zijn om te denken dat er een alomvattend antwoord is op de vraag naar de oorzaak van het kerkelijk ongemak met seksualiteit. Of dat er maar één oorzaak zou zijn. In het voorgaande zijn verscheidene oorzaken aangewezen, zoals het diepgewortelde dualistische denken, het gegeven dat religie de seksuele drift probeert in te tomen, en de patriarchale structuur van veel kerken. Ze leggen de vinger bij een aantal zere plekken.
Als Ganzevoorts stelling klopt dat religie en seksualiteit naar hun aard op elkaar lijken en elkaars concurrenten zijn, mogen we verwachten dat seksualiteit een blijvende bron van ongemak zal vormen. Toch blijft het daar niet bij. Er valt winst te boeken door een andere manier van denken: niet dualistisch, maar holistisch. De kerken kunnen hun oor wat dat betreft te luisteren leggen bij het jodendom. Dat is veel minder gevangen in een Griekse manier van denken en weet het ‘aardse’ meer op waarde te schatten. Volgens Velema kan de kerk de omgang met seks verbeteren door meer ruimte te geven aan vrouwen. Hierin kunnen kerken een voorbeeld nemen aan de samenleving, die al langer oog heeft voor de positieve kanten van het vrouwelijke.
Kerken kunnen op een nieuwe manier over seks leren nadenken en praten. ,,Voor mij staan daarbij twee woorden centraal’’, zegt Ganzevoort. ,,Die woorden zijn: lust en eerbied. Die vormen de basis van een gezonde seksuele moraal. De lust als drijfveer om de grens tussen mij en de ander te doorbreken. Dat is een scheppingsgave. Maar lust is ook een vuur waaraan je je kunt branden. De ander blijft altijd de ander. Je moet het geheim van de ander respecteren. Als ik mij die toe-eigen, dan vergrijp ik me. Lust zonder eerbied ontaardt in geweld, maar eerbied zonder lust is saai.’’
In de huidige kerken ziet Ganzevoort vooral veel eerbied. ,,Ik zou wel wat meer lust willen zien! En ik zou meer willen horen dat het vermogen tot lust, dat dierlijke instinct, ook een gave van de schepping is. Als je daar begint, krijg je een andere basishouding… Het onderwerp wordt nu vaak benaderd vanuit angst. Een positieve waardering zie ik nauwelijks. Terwijl we daar zo’n behoefte aan hebben!’’
Van Jan Hoek, bijzonder hoogleraar Gereformeerde Spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit Kampen, mag het Hooglied daarom weleens vaker van de kansel klinken. ,,En dan niet vergeestelijkt, maar in letterlijke zin. Kijk, in de bijbelse boodschap zie je altijd twee polen. Enerzijds is er erkenning van seksualiteit als goed en door God gegeven. Anderzijds is seksualiteit bij uitstek een invalspoort voor de zonde. Het is een punt waarop de mens zwak is en openstaat voor verleiding. De kerk kan natuurlijk om die tweede kant niet heen. Maar je moet wel evenwicht houden met de eerste pool.’’

Dit artikel maakt deel uit van het dossier Omgaan met seksualiteit

Advertenties

Reacties staat uit voor Seks en religie: partners en concurrenten

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.