De kolonisering van de gay pride

We hebben nog twee maanden te gaan maar de discussie laait al weer op. Moet de regering meevaren met de Gay pride botenparade? En hoe zit het met de commercialisering? De macht en het geld hebben zich meester gemaakt van de emancipatoire zelfexpressie.

Wie vandaag de dag een beetje wil meetellen als moderne en tolerante organisatie, bedrijf of politieke partij, die regelt een boot om mee te varen. Bedrijven zien het als een uitgelezen kans om vrijheidslievend en spannend te lijken in de ogen van honderdduizenden toeschouwers. Efficiënte reclame. Binnen de universitaire gemeenschap van de UvA was vorig jaar commotie over het besluit van het bestuur om niet mee te varen. Bewindslieden scharen zich ondertussen onder de schaars of extravagant geklede homo’s om te laten zien hoezeer ze achter seksuele diversiteit staan. Dat heeft duidelijk partijpolitieke doeleinden, maar straalt ook de morele stellingname van de overheid uit.

Nu kon men dat van Plasterk wel hebben. Niet vanwege de hoed (eigenzinnig en toch ook wel een beetje sexy), maar omdat zijn beleid redelijk eenduidig gericht was op het verder ondersteunen van de homo-emancipatie. Bij zijn opvolgster Van Bijsterveld klinkt meer kritiek, omdat ze veel te weinig gedaan heeft om discriminatie tegen homo’s in het onderwijs tegen te gaan. Als Rouvoet deze portefeuille had gekregen, was er overigens helemaal geen boot geweest. Niet dat die tegen discriminatie is (wie is dat niet?), maar omdat de gay pride niet echt een vorm is waarmee hij wil worden geassocieerd. Maar natuurlijk zou zijn eventuele deelname nog veel meer kritiek hebben opgeroepen. Zijn CU-collega Van Middelkoop verbood vorig jaar nog militairen in uniform mee te varen, net als CDA-staatssecretaris Jack de Vries een jaar eerder had gedaan, omdat ‘het niet past bij de waardigheid van het uniform’.

Nu ben ik altijd al ambivalent geweest over de gay pride parade. De diepste reden zal wel zijn dat ik er gewoon niet uitbundig genoeg voor ben, maar dat is niet het enige. Ik heb er moeite mee dat het evenement bijdraagt aan karikaturale beelden van homoseksualiteit. Enkele honderden homo’s bepalen weer voor een jaar het beeld van homoseksualiteit terwijl honderdduizenden homo’s niet in dat beeld passen. De overeenkomsten tussen homo’s en hetero’s zijn groter dan de verschillen, zeker in het dagelijks leven. We houden de stereotyperingen misschien wel te veel in stand. In mijn ideale samenleving doen we daar niet meer aan omdat we er vanuit gaan dat iedereen net even anders is, ook in zijn of haar seksualiteit. En toch – dat is mijn ambivalentie – zal ik de gay pride blijven verdedigen als een belangrijk aspect van emancipatie. Die ideale samenleving van mij bestaat namelijk niet. Homoseksualiteit wordt nog te vaak onzichtbaar gemaakt en in allerlei kringen groeien homoseksuele jongeren op zonder identificatiefiguur. Laat dan maar een keer per jaar dit spel gespeeld worden, luid op de trom van het verschil worden geslagen, ook al is dat een karikatuur.

Maar over hoe het nu gaat, ben ik nog ambivalenter. Ik snap wel dat het een volgende fase in de emancipatie is als bedrijven, organisaties en overheden zich achter de homozaak scharen. Het is salonfähig geworden. Dat gebeurt in het klein: als ik mensen vertel dat ik homo ben, krijg ik nog steeds regelmatig als antwoord dat ze zelf ook een homo kennen en dat dat zo’n leuk, aardig, creatief, zorgzaam, … mens is. Daarmee maken ze duidelijk dat ze er echt open staan en dus niet bekrompen zijn. Ik waardeer dat als een uiting van goede wil, maar de onderliggende boodschap is dat er iets vreemds mee is. Als ik vertel dat ik kinderen heb, krijg ik niet zulke reacties. En zelfs als ik vertel dat ik politiek actief ben, reageert men anders. Waarom dan wel als het gaat om mijn seksualiteit?

En in het groot gebeurt hetzelfde: alle partijen (OK, op een na) doen hun best om vooral over te komen als een partij die opkomt voor emancipatie en tegen discriminatie. Dat zit bij de een dieper in de genen dan bij de ander, maar vooruit. Op www.gayvote.nl is een overzicht te vinden van de roze standpunten en de roze kandidaten. Van die laatste zijn er maar negen en daar zitten ook nog twee pro-roze hetero’s tussen (zo kan ik het ook). Netto staan er drie op een direct verkiesbare plaats. Zonder voorkeurstemmen (tip!) zal dus waarschijnlijk 2 % van de kamer roze zijn na 9 juni. Gelukkig zijn ook niet-roze kandidaten vaak voor emancipatie, maar toch. Het roze standpuntenoverzicht (waar de SGP niet aan meedoet en de Christenunie zichzelf te genuanceerd vond om in een lijstje stellingen te passen) maakt duidelijk dat de meeste partijen erg voor emancipatie zijn. Met de stelling ‘Acceptatie van LHBT’s is de lakmoesproef voor een open en tolerante samenleving’ is het CDA het eens en de rest ‘zeer eens’.

Waarom heb ik daar dan moeite mee? Natuurlijk ben ik blij dat dit politiek zo vanzelfsprekend is dat er een goede basis is om echt verder te komen met effectief beleid tegen discriminatie en dat ook internationaal uit te dragen. Dat is een geweldige situatie vergeleken met het op veel plaatsen in de wereld gaat waar homo’s alleen zelf de stem verheffen en er niemand is die het voor ze opneemt. Waar de paus het homohuwelijk (samen met abortus) de gevaarlijkste dreiging voor de samenleving noemt, erger dan kernwapens en epidemieën… Dan zijn wij echt een stap verder als bijna alle partijen zo pro-roze zijn. En als dat bij de gay pride zichtbaar wordt in commercieel en partijpolitiek vlagvertoon, dan is dat een hoopgevend signaal van de roze barometer.

Het probleem is alleen dat daarmee de emancipatiestrijd van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders gekoloniseerd is. Gay pride was nooit bedoeld als politiek correct carnaval. Het was de zelfexpressie van een onderdrukte groep die tegen de schaamte en vernedering in uit de kast kwam en zich verzette tegen hoe zowel de publieke opinie als de overheid hen behandelde. Sinds de Stonewall riots heeft dat zich over wereld verspreid als een beweging van mannen en vrouwen die opkwamen voor het recht op seksuele zelfbeschikking: wij zijn er ook en we gaan niet weg. Zeker, dat mag je ook vieren, met name wanneer de emancipatie zo ver gevorderd is als in Nederland. Maar de echte geest van gay pride zit juist niet in de geaccepteerde knuffelhomo’s. Die zit bij militairen die niet in uniform mogen meedoen, bij christelijke homo’s die tegen de stroom in varen, bij moslimhomo’s die nog nauwelijks mee durven doen. En bij parades in Minsk, Riga en Jeruzalem die tegen verboden en verdrukking in gehouden worden. Gay pride is een stem vanuit de marge. Als de politiek en commercie zich daar meester van maken en de homo met roze boa symbool wordt van hun modern-liberale houding, dan wordt het tijd dat we ons ook daarvan distantiëren. Homo-acceptatie als lakmoesproef voor een open tolerante samenleving? Dat is geen gay pride maar kolonisatie.

Advertenties

Reacties staat uit voor De kolonisering van de gay pride

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.