Vrijheid van godsdienst niet het einde, maar het begin van het gesprek

Respect voor religie kan niet zonder kritiek op religie.

Gepubliceerd op Joop.nl, 19.08.2010

De discussie over religie en grondrechten staat volop in de belangstelling. De dreigende samenwerking van CDA en PVV scherpt dat nog eens aan. Is het CDA onbetrouwbaar geworden als het om de grondrechten gaat? Voor- en tegenstanders bieden petities aan, Maxime Verhagen doet verwoede pogingen om tegen de kritische geluiden in het imago te redden. En CDA-ers Maarten Neuteboom en Diederik Boomsma (Trouw, 12 augustus) trekken een rookgordijn op door zich af te zetten tegen vrijzinnige partijen als GroenLinks en D66. Die zouden net zo gevaarlijk zijn als de PVV.

Neuteboom en Boomsma baseren de dwaze stelling dat GroenLinks een bedreiging is voor de klassieke grondrechten onder meer op een artikel dat ik samen met Dick Pels schreef over de spanning tussen de grondprincipes van de democratische samenleving en de ruimte die we moeten laten aan religieuze groepen (De Groene, 24 maart). Tandenknarsend, omdat die groepen er soms onaangename of zelfs gevaarlijke ideeën op na houden over de positie van vrouwen of homo’s of het slaan van kinderen. Juist in een plurale samenleving moeten we dat echter niet te snel willen verbieden. Wel moeten we het morele debat aangaan, en de overheid heeft daarin een leidende rol om die democratische principes uit te dragen.

Het is jammer dat Neuteboom en Boomsma deze visie en de positie van GroenLinks onjuist weergeven. Het verkiezingsprogramma is heel expliciet: ‘Religie is voor veel mensen zingevend en bezielend. Religieuze groepen leveren vaak een waardevolle bijdrage aan de samenleving.’ De vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van godsdienst zijn voor GroenLinks vanzelfsprekend en voor mij als theoloog helemaal. En daarom is GroenLinks ook helemaal niet tegen bijzonder onderwijs, maar wel tegen discriminatie die in naam van die godsdienstvrijheid kan voortbestaan.

Waar draait het dan wel om? Misschien helpt een citaat: ‘Helaas komt het nogal eens voor dat men met een beroep op vrijheden onvrijheid laat bestaan. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met een beroep op de vrijheid van godsdienst vrouwen in een boerka te laten rondlopen. De andere kant van de medaille is wel dat deze opvatting zeer vrouwonvriendelijk is en een onvrije situatie voor vrouwen veroorzaakt.’ Ik zou het zo hebben kunnen zeggen, maar het zijn woorden van Neuteboom zelf (Opinio, 18 april 2008). En precies daarover ging het artikel dat ik met Dick Pels schreef: hoe kunnen we voorkomen dat de vrijheid van godsdienst – die we zeer hoog hebben – onvrijheid veroorzaakt?

Het probleem is alleen dat men vaak eenzijdig aan de islam denkt en daarmee olie op het islamofobische vuur gooit. Hetzelfde spanningsveld tussen collectieve vrijheid en individuele vrijheid is namelijk ook in het christendom een thema. Waarom zou de onvrijheid van de boerka moeten worden aangepakt en mogen reformatorische scholen wel een homoseksuele leraar weigeren? Het onderliggende dilemma is hetzelfde: een religieuze gemeenschap mag haar interne leven organiseren zoals ze wil en mag een moraal en overtuigingen uitdragen zoals haar goed dunkt. Maar daarmee kan ze op gespannen voet komen te staan met de morele principes van onze rechtsstaat. Mensenrechten gelden overal, ook binnen de kerk en de moskee.

Dat vraagt om een moreel debat waarbij kerken, moskeeën en bijzondere scholen zich niet zomaar kunnen verschansen achter vrijheid van godsdienst. Ze hebben iets uit te leggen als hun vrijheid onvrijheid van anderen met zich mee brengt. Maar voor dat morele debat zouden ze helemaal niet bang moeten zijn. Integendeel. Het helpt hen stil te staan bij de vraag naar de essentie van hun boodschap. Helaas laten ze zich vaak te makkelijk in de hoek dringen en eisen ze het recht op om anderen uit te sluiten of te beperken in hun vrijheden. Daarmee bevestigen ze voortdurend het beeld dat gelovigen vooral mensen zijn die van alles en nog wat willen verbieden en buitensluiten. Jammer, want het verhaal van religies kan zoveel positiever zijn.

Respect voor religie kan niet zonder kritiek op religie. Het morele debat zal gaan over de principes en waarden van de samenleving, de grondrechten. Ook volgens de grondwet heeft de vrijheid van godsdienst beperkingen: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Over die beperkingen moet het gaan in het morele debat over hoe religie kan functioneren in onze postverzuilde samenleving. De vrijheid van godsdienst is dus niet het einde van het gesprek, maar het begin.

Advertenties

Reacties staat uit voor Vrijheid van godsdienst niet het einde, maar het begin van het gesprek

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.