Religie en politieke ideologie

Sinds Geert Wilders betoogt dat de Islam geen religie is, maar een politieke ideologie, ligt de vraag op tafel wat nu eigenlijk het verschil is. En in het verlengde daarvan: of hij gelijk heeft. Het probleem met die vraag is alleen dat het daarbij niet over feiten gaat maar over retoriek.

Het begint met de vraag naar de definitie van religie. Veel definities van religie dienen om af te bakenen en de ene of andere groep buiten de deur te zetten. Zo werd vooral in de tweede helft van de vorige eeuw veel over het verschil tussen religies en sekten gesproken en in verschillende landen hebben groepen die als sekte te boek staan niet dezelfde rechten als ‘religies’. Dat probeert Wilders ook. Door de Islam het label ‘religie’ af te nemen, wil hij aan moslims de bescherming weigeren die de wet nu eenmaal aan religies geeft. De definitievraag is dus al direct een politiek-strategische vraag.

Wikipedia definieert als volgt: “Onder religie wordt gewoonlijk een van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan, waarbij meestal een hogere macht of opperwezen centraal staat. In bredere zin duidt het woord ‘religie’ op een algemenere vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven.”

Zo’n brede definitie helpt om oog te houden voor de enorme verscheidenheid van religieuze verschijnselen. Daar hebben Wilders en consorten, maar ook veel religie-verdedigers weinig oog voor. Net zo min als ik me herken in het christendom van de Amish, de kruisvaarders of Robert Mugabe, net zo min kan men het geloof van alle moslims gelijkstellen. Hét christendom bestaat niet en dé Islam evenmin. Elke religie is een verzameling van mensen en standpunten en tegenstrijdige politieke ideologieën, van heilzaam tot schadelijk. Dat Wilders alleen de meest radicale standpunten als echte Islam erkent, is onterecht en onverstandig, omdat het elke vernieuwing blokkeert.

Breed of niet, de definitie van Wikipedia heeft te weinig oog voor de institutionele kant, het feit dat in veel religies niet alleen de persoonlijke verhouding tot het hogere een rol speelt, maar ook de vraag hoe je de samenleving kunt beïnvloeden. En op dat vlak is er ook altijd sprake van een riskante versmelting van religie en macht die inderdaad soms problematisch is.

Wilders en Bosma formuleerden het zo:  “Weliswaar heeft de islam bepaalde religieuze kenmerken (een opperwezen, een hiernamaals et cetera) maar de doelen van de islam liggen hier op aarde: de invoering van de sharia, werelddominantie, de jihad, dhimmitude (de onderdrukking van ongelovigen), de apartheid tegen vrouwen en het onderdrukken en vermoorden van niet-moslims. De islam is allesomvattend van erfrecht tot strafrecht. Daarom is het meer een politieke ideologie dan een religie.”

Maar daarmee maken ze een onzinnige tegenstelling. In heel veel religies is namelijk dit streven naar macht en beïnvloeding of zelfs verandering van de wereld een vanzelfsprekend element. Van de theocratische idealen bij de SGP-gelovigen tot de politiek-religieus-economische macht van het Vaticaan tot de ecologische spiritualiteit die je ook bij delen van GroenLinks aantreft, overal proberen mensen hun inspiratie ook politiek te vertalen. En voor al die ‘religies’ geldt dat ze beslag leggen op het hele leven. Zo had Abraham Kuyper het adagium: “er is niet een centimeter in de schepping, waarvan Christus niet zegt ‘Mijn’”. En dat omvatte voor Kuyper dan ook de politiek, de wetenschap, de media en het persoonlijk leven van mensen.

Met politieke ideologie bedoelen we meestal een beeld van de wereld zoals die is en zoals die zou moeten zijn en een route om daar te komen. Dat betekent dat religies (bijna altijd) ook politiek-ideologische kanten hebben. Dat betekent soms dat ze tegen kwalijke ontwikkelingen opkomen, zoals de Bekennende Kirche zich verzette tegen Hitler. En soms loopt het helemaal fout zoals bij de blanke Zuid-Afrikaanse kerk die het apartheidsregime verdedigde. Natuurlijk valt religie niet samen met ideologie. Er is ook de persoonlijke ervaring, er zijn rituelen, er is sprake van troost en inspiratie, er zijn verhalen van vroeger. Maar er is inderdaad ook een politiek-ideologische kant.

Die vermenging van religie, politieke ideologie en macht is inderdaad gevaarlijk. En vandaag de dag zien we dat vooral – maar niet alleen – in landen waar de Islam een centrale rol speelt. Dat los je niet op door een theoretische discussie over de woorden religie en ideologie. Wat nodig is, is kritisch weerwerk tegen elke ondermijning van mensenrechten, om daar maar eens te beginnen. Daarom is er verzet nodig als men in Iran een vrouw wil stenigen wegens mogelijk overspel. Niet omdat het uitkomst van een religieuze dan wel politieke ideologie is, maar omdat het onmenselijk is.

Binnen de Islam – maar ook binnen delen van het christendom – is daarbij nog een lange weg te gaan om de invloed van geharnaste fundamentalistische stemmen te laten afnemen. Mensen mogen allerlei politieke ideologieën afleiden uit hun religie (of het ontbreken daarvan), maar in onze plurale samenleving zijn tolerantie, respect en democratische grondrechten de onopgeefbare kaders. Daar zal het debat over moeten gaan, niet over de retorische en zinloze vraag of de Islam een religie of een politieke ideologie is.

Advertenties

Reacties staat uit voor Religie en politieke ideologie

Opgeslagen onder Religie en politiek

Reacties zijn gesloten.