Waar zou Wilders zijn zonder moslims?

Bizarre dans van vijanden die elkaar nodig hebben

Essay in De Volkskrant, 02.10.2010*

Wie in 2010 nadenkt over de plaats van haat in onze samenleving, ontkomt niet aan de discussie over de optredens van Geert Wilders. De inzet van het proces dat tegen hem is aangespannen is immers het aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen wegens ras, godsdienst of levensovertuiging, geslacht, enzovoorts. Ik zal hier niet ingaan op de juridische beoordeling. Veel belangrijker vind ik namelijk de vraag hoe haat de omgang tussen bevolkingsgroepen bepaalt.

De voorbeelden van die confrontaties zijn eindeloos. Israëliërs en Palestijnen, orthodoxe christenen en uitbundige homo’s, blanken en zwarten, Noord-Ierse katholieken en protestanten, bezorgde ouders en pedoseksuelen, Serven en Bosniërs, Fransen en Roma’s, moslims en islamofoben, enzovoorts. Op een zeker moment kan hun relatie alleen nog maar met dat ene woord worden beschreven: haat. Maar wat is het?

Haat is een sterke negatieve emotionele gerichtheid op de ander. Een obsessie die net als liefde geen nuance meer ziet maar de wereld indeelt langs scherpe scheidslijnen. Maar haat is geen afstand. Men is juist heel sterk gehecht aan de persoon of de groep die men afwijst. Sterker nog: men ontleent er de identiteit aan. Zo ontstaat de bizarre dans tussen twee vijanden die elkaar nodig hebben om de eigen identiteit vorm te geven. Waar zou Geert Wilders zijn zonder moslims? Waar zou Staphorst zijn zonder boze buitenwereld? En waar zouden de liberalen zijn zonder fundamentalisten om zich tegen af te zetten?

Een tsunami van katholisering

Het is geen nieuw verhaal. De acteurs verschillen in de loop van de tijd, maar het patroon keert steeds terug. Na de grondwetsherziening van 1848 kreeg de rooms-katholieke kerk weer de vrijheid om zichzelf te organiseren. Toen de Paus in 1852 dan ook besloot weer bisschoppen aan te stellen, viel dat slecht bij protestanten, die er een ernstig gevaar in zagen. De Paus was immers nogal negatief over de ‘razernij van de calvinistische ketterij’ en de ‘pest’ van het protestantisme. Voor de tegenstanders het bewijs dat dé puur calvinistische Nederlandse cultuur werd bedreigd. Katholieken waren bovendien onbetrouwbaar: hun eerste loyaliteit lag in Rome en niet in Nederland. Men vreesde zelfs dat protestanten op het schavot zouden eindigen als de roomsen de overhand zouden krijgen. Een grote volksbeweging steunt een massale petitie waarbij de koning gevraagd wordt deze ‘onnationale politiek’ te stoppen. Het parlement en ook de koning zijn ongelukkig met de roomse dadendrang. Het kabinet, dat vasthoudt aan de nieuwe grondwet, struikelt over de koning die sympathie uitspreek voor deze anti-roomse ‘aprilbeweging’.

De stemming is zeer gespannen. Katholieke dienstbodes worden ontslagen en protestanten mijden katholieke winkels. In kerken wordt gepreekt over een naderende godsdienstoorlog en ook de media van die tijd verspreiden antikatholieke gevoelens, waarbij men aansluit bij verzet in andere landen tegen het groeiende zelfbewustzijn van de katholieke kerk. Tijdschrift ‘De Fakkel’ noemde de paus ‘een man die een vorst der vorsten is en over de 1.200.000 Roomsche zielen in Nederland oppermagtig gebiedt’. En de theoloog Hofstede de Groot maakte duidelijk dat het katholicisme slechts uiterlijke rijkdom en geestelijke vervlakking bracht, terwijl het zuivere, sobere en diepgaande protestantisme juist de individuele verantwoordelijkheid centraal stelde. Daarom was het katholicisme onverenigbaar met het Nederlandse volksideaal. Ook politici en filosofen meenden dat het protestantisme moreel veel hoogstaander was en dat de Nederlandse cultuur ondermijnd werd als de katholieken geen halt werd toegeroepen.

De woorden en argumenten lijken nogal op de hedendaagse discussie over de opkomst van de Islam in Nederland. Opnieuw gaat het om een groeiend zelfbewustzijn van een minderheid. Ook nu staan religieuze verschillen centraal. Er zijn imams met scherpe negatieve taal tegen onze cultuur. Mensen die opkomen voor de grondrechten van iedereen staan tegenover wie de Nederlandse identiteit willen verdedigen tegen het de dubbele loyaliteit van bijvoorbeeld Marokkaanse moslims. En net als toen wordt de tegenstander met hele en halve waarheden onderuit gehaald en in een kwaad daglicht gesteld.

De weerstand

Haat ontstaat niet zomaar, maar begint met een bedreiging of kwetsing. Zo zijn er reële problemen met bijvoorbeeld Marokkaanse jongens en daarvan hebben mensen last. De terreurdreiging is sinds 2001 ook direct gekoppeld aan Islam, in elk geval in het westen. Die feitelijke problemen en risico’s worden vervolgens uitvergroot, verabsoluteerd, en aan een totale bevolkingsgroep verweten. Mensen tellen niet meer als individu, maar krijgen de schuld van alles wat hun soortgenoten hebben gedaan. Alle moslims worden bijvoorbeeld als gewelddadig gezien – net zoals in de Arabische wereld soms alle westerlingen over een kam worden geschoren. Dat is niet alleen een schadelijke vertekening van de werkelijkheid, het betekent ook dat alles wat de ander doet als een nieuwe aanval wordt uitgelegd. Zelfs een op dialoog en verzoening gericht initiatief als een islamitisch centrum in New York wordt gezien als een directe belediging van de heilige grond van Ground Zero. Moslims kunnen immers geen vreedzame bedoelingen hebben.

In de psychologie wordt dit zwart-wit denken splitting genoemd, en uitgelegd als een reactie op een traumatische gebeurtenis. Die primaire reactie helpt in eerste instantie om de eigen identiteit te beschermen tegen een grote schok, maar leidt al gauw tot verstarring. Iedereen die enige nuance wil aanbrengen, krijgt het verwijt niet te zien hoe erg het is. Dat past allemaal bij de eerste reactie na een schok, maar als het te lang duurt, krijgt het trekken van een persoonlijkheidsstoornis.

Naast de angst die voortvloeit uit een gevoelde bedreiging, zijn er ook de reële belangen. Bij de opkomst van de katholieken in de negentiende eeuw en van de moslims in onze tijd speelt nadrukkelijk de vraag naar de economische mogelijkheden en beperkingen. Veel PVV-aanhangers maken zich meer zorgen over hun sociale zekerheid en de zorg dan over de Islam. Ze voelen zich geschaad in hun belangen, zeker als ‘Henk en Ingrid moeten meebetalen voor Ali en Fatima’. Dat is meer dan angst, het gaat om belangen en die moeten we ernstig nemen. Het is niet voor niets dat polarisatie en haat welig tieren in economisch zwaar weer.

Een derde voedingsbodem voor de haat is de oprechte loyaliteit aan de eigen idealen en groepsidentiteit. Er is niets mis met het verlangen om de Nederlandse identiteit te bewaren en te versterken. Met alle immigratie kan men makkelijk het gevoel (of de angst) hebben de eigen identiteit kwijt te raken. Maar haat is daar niet alleen het gevolg van, het is ook het middel om die eigen identiteit weer te versterken. Onze identiteit wordt gedefinieerd door het afzetten tegen de ander. Daarom vielen zovelen over prinses Maxima heen toen ze een veel vloeiender idee van Nederlandse identiteit bleek te hebben. Daarom wordt het ‘dubbele paspoort’ een symbool van onbetrouwbaarheid.

Islam als boosdoener

In de retoriek van Wilders zijn de angst, de belangen en de identiteit vervlochten en massief gericht op de Islam. Daar zijn vandaag de dag de grootste spanningen zichtbaar, maar dat is een recente uitvinding. Vijftien jaar geleden spraken dezelfde mensen die nu moeite hebben met ‘moslims’ daar nauwelijks over. Toen zetten ze zich af tegen Turken en Marokkanen, daarvoor tegen Surinamers en daar weer voor tegen Molukkers. Dat waren allemaal etnische categorieën, maar vandaag wordt de kloof als een religieuze beschreven.

Dat is grondrechtelijk een kwetsbare opstelling, want we hebben nu eenmaal vrijheid van godsdienst. Daarom laat Wilders niet na te zeggen dat de Islam eigenlijk helemaal geen echte religie is, maar een politieke ideologie, gericht op de omverwerping van onze cultuur en samenleving die nu eenmaal gebaseerd zijn op onze Joods-christelijke traditie. De boodschap is dan: wij hebben echte religie en/of echte democratie, zij hebben een gevaarlijke ideologie vermomd als religie.

De Islam-retoriek van Wilders is even effectief als onzinnig. Net als andere religies kent de Islam een grote verscheidenheid van stromingen en ideeën. Een klein deel daarvan is problematisch en verdient scherpe kritiek, maar onderdrukking en terreur zijn niet voorbehouden aan de moslimgemeenschap. Enkele decennia geleden waren het vooral extreem-linkse en extreem-rechtse bewegingen, in Noord-Ierland waren het christenen, en in Azië vinden we zelfs boeddhistische terreur.

Met zijn Islam-retoriek wint hij veel aanhang, maar hij veroorzaakt er ook problemen mee. Het gebrek aan nuance en het wegzetten van hele bevolkingsgroepen om hun geloof is schadelijk omdat die krenking en belediging precies de voedingsbodem voor de haat is. De vicieuze cirkel van de haat houdt hij er mee in stand. Maar daarmee wordt hij zelf het spiegelbeeld van die vijand. Hij veroorzaakt tweespalt en de vernietiging van de tolerante Nederlandse identiteit die hem zo lief is. Hij heeft zich laten gijzelen door een geprojecteerde vijand.

En ik dan?

Is dit niet een te makkelijk oordeel? Als ik de retoriek hoor die haat oproept en in stand houdt, dan merk ik bij mezelf de verleiding om er scherp tegen in te gaan of het te willen verbieden. Maar dan? Laat ik me, als lid van de linkse kerk, niet te veel, te obsessief, leiden door anti-Wilders gedachten. Al te makkelijk kom ik in dezelfde tweespalt terecht en bepaalt mijn tegenstander mijn opstelling. Hoe kan ik ontsnappen aan de verstikkende rituele dans van de haat en blijf ik trouw aan mijn eigen idealen? Die vraag houdt me uiteindelijk meer bezig dan Wilders.

Ruard Ganzevoort is hoogleraar praktische theologie aan de VU en voorzitter van De Linker Wang

Dit essay verschijnt bij de aankondiging van het congres Haat, obstakel voor een duurzame vrede, Den Haag, 2 december, waar ik gespreksleider ben van een workshop met Tariq Ramadan en Dominique Moïsi.

Advertenties

Reacties staat uit voor Waar zou Wilders zijn zonder moslims?

Opgeslagen onder Integratie, Religie en politiek

Reacties zijn gesloten.