Religie kan niet zonder religiekritiek

De recente toespraak van Femke Halsema over godsdienstvrijheid riep veel reacties op. Een snelle gang langs de reageerders en -guurders toont hoe evenwichtig haar positie is. Misschien moeten we nog een stap verder gaan en onderstrepen dat religie zelf niet zonder religiekritiek kan.

Religies zijn geen massieve en onveranderlijke systemen van geloofswaarheden en leefregels. Het zijn buitengewoon complexe culturele tradities vol van stemmen en tegenstemmen. Ze belichamen de levenswijsheid van samenlevingen en kanaliseren daarmee de vragen en gevoelens die bij mensen in die samenlevingen opkomen. En zo dragen ze bij aan de sociale cohesie binnen de groep en aan de verhoudingen met andere groepen (positief en negatief). Dat betekent ook dat ze zich voortdurend aanpassen aan nieuwe culturele omstandigheden en aan de ontmoeting met andere culturele en religieuze systemen.

In dat voortdurende proces van vernieuwing en aanpassing speelt religiekritiek een onmisbare rol. Neem nu de grote hervormers die aan de wieg hebben gestaan van het protestantisme. De kern van hun bezigheden was het leveren van scherpe kritiek op de dominante rooms-katholieke kerk. Die kritiek richtte zich niet alleen op puur theologische concepten. Het ging ook over maatschappelijke misstanden zoals het uitbuiten van de gelovigen. Het is niet los te zien van de hele periode van spanning tussen de wereldlijke en de geestelijke macht. En het hangt heel direct samen met vernieuwingen in de cultuur, waarbij individuele autonomie en wetenschappelijke ontdekkingen de klassieke macht van de kerk ter discussie stelden. Het protestantisme was ook een democratiserings- en vernieuwingsproces.

Precies zo’n verhaal is te vertellen over het begin van het christendom. De verhalen die verteld worden over Jezus zijn verhalen van religiekritiek. Hij verzette zich tegen de gevestigde orde van zijn tijd, die collaboreerde met de Romeinse bezetters. Dat ging soms over inhoudelijk-theologische onderwerpen, maar zelfs die waren direct verbonden aan maatschappelijke thema’s. Zorg voor zwakkeren bijvoorbeeld, omgaan met de vreemdeling, enzovoorts. Net als de profeten in het Joodse volk voor zijn tijd schuwde hij de felle kritiek niet.

Mohammed sloot op zijn beurt aan bij de christelijke stroming van de Nestorianen, die zeer kritisch stonden tegenover de dominante westerse kerk. Ze geloofden bijvoorbeeld dat Jezus niet goddelijk was. Maar toen de Islam zelf een gevestigde religie was en andersdenkenden onder druk kwamen te staan, ontstond er ook weer interne religiekritiek, zoals bij de mystiek gerichte soefi’s of de ‘humanistische’ Alevieten. En voor wie denkt dat het alleen voor klassieke monotheïstische ‘religies van het boek’ opgaat, het Hindoeïsme en Boeddhisme kennen net zo goed reformistische bewegingen die bijvoorbeeld strijden tegen uithuwelijken, tegen het kastenstelsel, voor de omgang met andere religies enzovoorts.

Religiekritiek is een vanzelfsprekend onderdeel van religie. Natuurlijk zijn er stromingen die dat willen buitensluiten, en die noemen we fundamentalistisch. Ze willen de dynamiek van de religieuze traditie bevriezen in de objectieve ‘waarheid’ van hun eigen standpunt. Ze klemmen zich vast aan de onveranderlijke fundamenten omdat ze de weg van vernieuwing niet op kunnen, willen of durven gaan. Vaak genoeg zijn overigens hun tegenstanders even fundamentalistisch omdat ze niet willen weten van de mogelijkheid van verandering. Ze hebben het over de ‘ware Islam’ of ‘echte christenen’ en bestrijden vervolgens die karikatuur. Maar religie is altijd veelkleurig, past zich aan aan verschillende contexten en culturen en is daar voortdurend mee in interactie.

Intellectuele en morele religiekritiek

In die lange en dynamische geschiedenis – maar ook in de onderbuikreacties op een gemiddelde internetsite – komen we twee vormen van religiekritiek tegen. De eerste valt religie aan op intellectuele gronden. Men betwist het wereldbeeld van de religie op wetenschappelijke gronden en laat zo zien dat bepaalde conservatieve ideeën en standpunten onhoudbaar zijn (de aarde draait echt om de zon en homoseksualiteit is niet te genezen). Sommigen maken er een sport van om aan te tonen dat religie überhaupt onzinnig is en dat eigenlijk geen enkel rationeel mens gelovig kan zijn. Anderen voeren de discussie van binnenuit en helpen een kritische theologie te ontwikkelen. De waarde van deze intellectuele religiekritiek is dat het de religies helpt om kritisch te blijven op het eigen denksysteem, onzuiverheden ter discussie te stellen, en zo meer aan te sluiten bij de hedendaagse cultuur.

De tweede vorm valt religie aan op morele gronden. Men strijdt tegen schadelijke kanten van het religieuze systeem of tegen de uitwassen ervan. Het verzet tegen het apartheidsregime dat ook door kerken in het zadel werd gehouden, kritiek op de positie van vrouwen in de Islam, en de woede om het wijdverbreide en te vaak onder het vloerkleed geveegde seksueel misbruik in katholieke internaten, het zijn voorbeelden van verzet tegen religie omdat er moreel en maatschappelijk iets heel erg verkeerd gaat. En ook hier zijn het zowel stemmen van buiten de religie als stemmen van binnen die de strijd aangaan en de religiekritiek inzetten. De stemmen van binnen zijn uiteindelijk de motor tot verandering, daar moet het vandaan komen. Maar zonder kritische stemmen van buiten komt het vaak niet in beweging.

Wat mij betreft, is religiekritiek altijd zeer welkom, zelfs als het in eerste instantie als blasfemie wordt beleefd. In een eerdere blog schreef ik daarover: “Cartoons over Mohammed met een bom of over priesters met kleine jongetjes, verhalen over seks met God in de gedaante van een ezel, het zijn schokkende maar ook noodzakelijke bijdragen aan religieuze tradities die willen meegroeien met de samenleving en daarom gezuiverd moeten worden van hun negatieve aspecten. Ten diepste zijn het betrokken, gepassioneerde, en daarmee vrome uitingen van geloof in het goede, ook als de vorm meer weerstand dan gesprek oproept.”

Religieuze tradities kunnen hun heilzame rol alleen spelen als ze tegelijk voortdurend onder kritiek staan. Waar dat wegvalt, worden het fundamentalistische machtsblokken of zelfgenoegzame burgerlijke clubjes. In de religiekritiek ligt de kern van vernieuwing die de religie bij de tijd en op het juiste spoor houdt. En tegelijk is ook kritiek van religieuze tradities op elkaar en op onze cultuur en samenleving zeer welkom, omdat ze een wijsheid van eeuwen belichamen die ook voor de bredere samenleving vruchtbaar kan zijn. Wederzijdse ruimte en wederzijdse kritiek maakt het mogelijk om met een veranderende omgeving om te gaan en te bouwen aan een wereld waarin we samen moeten leven. Niemand heeft de waarheid in pacht, maar we mogen, moeten er elkaar wel op bevragen.

Advertenties

Reacties staat uit voor Religie kan niet zonder religiekritiek

Opgeslagen onder Religie en politiek

Reacties zijn gesloten.