Presentatie boek Queer bijbellezen ‘Onder de regenboog’

Voor het boek ‘Onder de regenboog. De bijbel queer gelezen’ schreef ik een voorwoord (hieronder). Zie ook het videoverslag van de bijeenkomst:

——

Voorwoord ‘Onder de regenboog’

Dit is een ondeugend boek. Misschien is het goed om dat maar vanaf het begin duidelijk te maken. De schrijvers en schrijfsters zijn bij het lezen van de Bijbel niet altijd de braafste jongetjes en meisjes van de klas. Ze houden zich niet altijd precies aan de gangbare regeltjes van de uitleg. Ze zeggen het soms opzettelijk net wat te spannend. Alsof ze er plezier in hebben de lezer te ontregelen, niet alleen bij het lezen van dit boek, maar vooral bij het lezen van de Bijbel zelf. De knipoog, het gedachtenspel, het nodigt uit om niet te lezen wat we al dachten dat er stond, maar om ons af te vragen of we het misschien ook nog eens anders zouden kunnen lezen.

Het is ook ondeugend in een wat ernstiger en pijnlijker zin van het woord. Queer bijbellezen is ook de zoektocht naar wat het betekent om de teksten te lezen vanuit de marge. Tegen de vanzelfsprekende mannelijke en heteroseksuele interpretaties wordt hier een lezing aangeboden die er volgens velen niet mag zijn, die niet deugt. De suggestie dat David en Jonathan, de Emmaüsgangers, en misschien zelfs Jezus homoseksuele gevoelens hadden is voor velen schokkend of zelfs godslasterlijk. Vreemd eigenlijk, want al staat het nergens, er staat ook nergens dat het niet zo was. Waarom is dan de gedachte zo schandelijk? Kennelijk is de heteroseksualiteit van deze mannen vanzelfsprekend en zelfs noodzakelijk. Vrouwen blijven buiten beeld, homo’s en transgenders zijn afwezig en onzichtbaar in de tekst. Of althans in de uitleg.

Het probleem is dat we alle verhalen lezen met de ogen van de vanzelfsprekendheid, van de dominante uitleg, van de stemmen van de macht. En dus lezen we ook alles als heteroseksueel, zelfs wanneer het er niet staat. Neem nu de geliefde huwelijkstekst van het drievoudig snoer (Prediker 4,12). Het hele stuk gaat over de zinloosheid van het eenzame leven, maar er is geen enkele verwijzing naar een heteroseksuele relatie. Het gaat wel over samen zijn en samen slapen, maar dan van twee vrienden! Als er ooit een tekst geschikt was voor een homohuwelijk… En als we verder bladeren: wie is eigenlijk die naakte jongeman die de nacht met Jezus doorbrengt vlak voor diens gevangenneming (Marcus 14,51-52)? Het beeld en de gebruikte woorden kunnen suggereren dat hij een prostitué was en kennelijk heeft Jezus geen moeite met zijn gezelschap tijdens zijn laatste nacht in vrijheid. Maar waarom is dat in de traditie zo onzichtbaar geworden?

Voorbij de vanzelfsprekendheid

Dit boek wil een lezing geven vanuit het perspectief van wie niet deugt, van wie niet is geaccepteerd. Tenminste, als je denkt vanuit de norm van heteroseksualiteit die zo vaak met de Bijbel in de hand wordt verdedigd. Vanuit die norm gezien zou je kunnen zeggen dat  dit een boek is voor schapen van een andere stal. Als het evangelie naar Johannes Jezus beschrijft als de goede herder, spelend met de beloften van Psalm 23 en Ezechiël 34, dan klinkt daar opeens een ontregelende uitspraak: ‘Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.’ Er zijn ook schapen van een andere stal, schapen die elders thuis zijn. En hun bestaan stelt elke vanzelfsprekendheid ter discussie. Waarom doen we de dingen zoals we ze doen? Waarom lezen we de Bijbel zoals we die lezen? Schapen van een andere stal belichamen de onvanzelfsprekendheid.

Eigenlijk komt dat volgens mij heel dicht bij de kern van het evangelie. Op allerlei manieren wordt daar namelijk de vanzelfsprekendheid ter discussie gesteld. Alles waarvan we overtuigd zijn, wordt ondermijnd om de ontvankelijkheid te stimuleren voor het vreemde koninkrijk waar Jezus het steeds over heeft. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de steeds terugkerende stijlfiguur van de gelijkenis, die Jezus volgens de evangeliën meesterlijk beheerste. Verhalen over het gewone, al te gewone, leven die ineens via een vervreemdende plotwending iets zichtbaar maken van dat onzichtbare hemelse koninkrijk. Want als het gewone vreemd kan worden, dan kan het vreemde verhaal van God toegankelijk worden.

Steeds meer zie ik het hele evangelie als ontregeling, met name van ons beeld van Jezus en daarachter van God. Twintig eeuwen christelijke theologie doen je makkelijk vergeten hoe onduidelijk Jezus’ rol en identiteit zijn. We hebben uit de verhalen en brokstukken een beeld samengesteld en daar een absolute vanzelfsprekendheid aan gegeven alsof er nooit een vraag is geweest. Dat maakt het ook zo moeilijk te begrijpen dat niet iedereen hem onmiddellijk herkende als Gods eigen zoon. In werkelijkheid zijn de verhalen echter nogal diffuus. De vier evangeliën (en eigenlijk het hele Nieuwe Testament) worstelen met een grote vraag: ‘Wie is toch die man uit Nazareth?’ Hij houdt zich niet aan de regels, hij is telkens onverwacht, hij onttrekt zich aan de beelden en ideeën die zelfs zijn trouwste volgelingen over hem hebben. Hij is de ongrijpbare, de man die niet geplaatst kan worden. Dat wordt al op de eerste bladzijde van het Nieuwe Testament duidelijk gemaakt, als in het geslachtsregister drie maal veertien verwekkingen worden genoemd en uitgerekend de verwekking van Jezus ontbreekt. Tegen de natuur in, tegennatuurlijk, queer. Maar precies dat is noodzakelijk om de vraag te stellen en misschien te ontdekken wie Jezus is.

Het belang van ondeugende lezingen

Ondeugende lezingen zijn niet per se juist, maar ze geven in elk geval te denken. Ze laten zien wat er gebeurt als je met vreemde, andere ogen naar bekende verhalen kijkt. Ze leggen daarmee vooral bloot hoe we door vooroordelen verblind kunnen zijn. Ze deconstrueren en geven de lezer nieuwe speelruimte in oude teksten. En soms zijn die nieuwe doorkijkjes zo overtuigend en trefzeker dat je niet begrijpt dat we het niet eerder gezien hebben.

Wat is het belang van zo’n ondeugende lezing? Volgens mij ligt het belang in de toe-eigening. Verschillende hoofdstukken in dit boek laten zien hoe een ondeugende lezing ruimte geeft om jezelf te herkennen in de verhalen. Wat als de Emmaüsgangers partners waren of de slaaf van de hoofdman zijn minnaar? Lesbische vrouwen kunnen in beeld komen zoals de bloedvloeiende vrouw uit de anonimiteit tevoorschijn komt. Uiteindelijk draagt dat bij aan zichtbaarheid van iedereen, hetero en homo, en komen we allen uit de kast als Lazarus. Van welke stal we ook komen, het zal zijn een kudde, een herder, en een hele reeks van vreemde schapen. Zo doorbreekt een queer lezing uiteindelijk de tegenstelling omdat het ons allemaal ter discussie stelt.

Een ondeugende lezing van bekende verhalen is van belang omdat ze het recht opeist om de verhalen te lezen met eigen en dus  (voor anderen) vreemde ogen. Vrouwen weigeren zichzelf te lezen door de ogen van mannen, homo’s willen niet beoordeeld worden met de maatstaven van hetero’s. Transgenders, queers en hoe we ons ook noemen, het gaat er steeds om dat we met eigen ogen de teksten nieuw lezen. Dat we uit de kast komen en ons de teksten toe-eigenen: ook wij mogen de Schrift lezen, ook ons perspectief draagt iets wezenlijks bij aan het leren kennen van God en het verstaan van zijn woorden. Misschien dat we daarmee ook kunnen ontsnappen aan dat onvruchtbare dilemma dat ontstaat als de Bijbel als anti-homo-boek wordt gelezen en daarom maar wordt dichtgeslagen. Queer bijbellezen laat zien dat de Bijbel ons veel meer te vertellen heeft dan die paar teksten die volgens sommigen gelden als bewijs dat God niets van homoseksualiteit moet hebben. Als homo’s, lesbo’s, transen, queers en al die anderen – waaronder ook allerlei hetero’s – die niet passen in het klassieke heteroplaatje ook zelf gaan lezen en vertellen wat zij in de verhalen zien, dan zeggen ze daarmee dat het ook hun Bijbel is. Zo is dit boek soms serieus, soms clownesk, maar steeds ondeugend. Want er staat wel wat op het spel.

Queer bijbellezen is volgens mij dus ten diepste een kritische stem vanuit de marge die zoekt naar ontregeling en zo probeert om de tekst opnieuw toe te eigenen. Daarmee ontdekken we hoeveel de Bijbel te zeggen kan hebben voor mensen in de marge. Maar juist die onverwachte stemmen uit de marge kunnen ook op een creatieve en verrassende manier de tekst opnieuw tot leven brengen. Voor iedereen die seksueel ‘anders’ is, maar ook voor wie seksueel ‘niet-anders’ is – en dan is de vraag onmiddellijk: niet-anders dan wat? Het idee van ‘een kudde, een herder’ gaat dus hopelijk ook op voor de schrijvers en lezers van dit boek: voorbij de in hokjes en stallen ingedeelde groepen worden we hier allemaal uitgedaagd door frisse en andere interpretaties.. Ik hoop in elk geval dat het lezen voor de nodige opwinding zal zorgen en de vanzelfsprekendheid doorbreekt.

Advertenties

Reacties staat uit voor Presentatie boek Queer bijbellezen ‘Onder de regenboog’

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.