De non-discussie over bijzonder onderwijs

Afgelopen vrijdag deed Thomas Hendrikx in De Volkskrant namens de Jonge Socialisten weer eens een duit in het zakje van de discussie over bijzonder onderwijs. Waar Wilders voorstelt om Islamitisch onderwijs te verbieden, willen de Jonge Socialisten in een moeite door het hele bijzonder onderwijs afschaffen. Met deze liefdeswurggreep willen ze Wilders de wind uit de zeilen nemen en tegelijk een einde maken aan de ‘vele uitwassen’ van het huidige stelsel.

Hendrikx is overigens zeer kort over die uitwassen: ‘van het weren van homoseksuele docenten op christelijke scholen tot slecht onderwijs op islamitische scholen’. En dat zijn inderdaad zorgelijke zaken die om beleid vragen, maar toch te incidenteel om het hele onderwijssysteem op de schop te nemen – alsof het onderwijs daar op zit te wachten. Er is inderdaad een probleem als homoseksuele docenten worden geweerd en meer nog als leerlingen worden geweigerd omdat ze een ‘verkeerde’ achtergrond hebben, maar die problemen worden doeltreffend aangepakt met de huidige wetsvoorstellen rond het inschrijvingsrecht en het afschaffen van de ‘enkele feit’-constructie. En ja, er is ook een probleem met de onderwijskwaliteit op islamitische scholen, maar het gaat daar in absolute aantallen om een klein groepje. Dat vraagt om ingrijpen en actief investeren in beter leiderschap, maar niet om een stelselherziening.

Misschien moeten we gewoon eens kijken naar de feitelijke situatie. Van alle basisscholen (om me daar maar toe te beperken) is 33% openbaar, 30 % rooms-katholiek en 26 % protestants-christelijk. Het restant: bijna 4 % reformatorisch, 0,6 % islamitisch, 1 % samenwerkingsschool en bijna 6 % algemeen bijzonder, vaak op basis van een specifieke onderwijsvisie. Twee derde van de leerlingen volgt onderwijs op levensbeschouwelijke basis, overigens om heel verschillende redenen. Een daarvan is kwaliteit: het openbaar onderwijs telt procentueel twee keer zoveel ‘zeer zwakke’ scholen volgens de Inspectie (zie onder). Reformatorisch en vooral islamitisch onderwijs doen het nog slechter. Maar dat het kwaliteitsprobleem is opgelost als we het bijzonder onderwijs afschaffen, is een naïeve gedachte.

Het echte argument van Hendrikx cum suis is dan ook een ander: verzet tegen het recht van ouders om hun kind onderwijs te geven dat aansluit bij hun levensovertuiging. De keuzevrijheid van het kind gaat boven die van de ouders: ‘kinderen zijn autonome wezens met hun eigen gedachten, die in alle vrijheid op eigen benen moeten kunnen staan.’ Nu vind ik ook dat onderwijs en opvoeding uit moeten zijn op de ontwikkeling van kinderen tot autonome en authentieke mensen, maar dit is wel erg kort door de bocht. Zonder opvoeders die morele en levensbeschouwelijke richting geven, zal het met die autonomie ook niet goed komen. Het bezwaar tegen populisme en nihilisme is nu juist het ontbreken van dergelijke richting.

Bijzonder onderwijs is volgens de Jonge Socialisten een remmende factor voor verdraagzaamheid en de kennis van andere levensovertuigingen. Daarmee zien ze over het hoofd dat het overgrote deel van de scholen in het bijzonder onderwijs (zeker RK en PC) bevolkt wordt door een zeer diverse leerlingengroep, dat docenten zeer hun best doen om de eigen identiteit van de school (en van zichzelf, want dat valt ook niet altijd samen) te verbinden met de vele identiteiten van de leerlingen. Ze zien ook over het hoofd dat juist voor kleinere culturele groepen een school van eigen richting kan helpen bij de emancipatie en het levend houden van tradities. De opkomst van het bijzonder onderwijs moet in zijn tijd juist ook gezien worden als een emancipatiebeweging! En ze zien over het hoofd dat levensbeschouwelijke segregatie slechts één aspect is, en misschien niet eens het belangrijkste. Wie opgroeit in een dorp in de Achterhoek, in een villawijk in Blaricum of in Amsterdam-West, die komt in heel veel opzichten weinig diversiteit tegen, zelfs op een openbare school.

De grote waarde van ons onderwijssysteem is dat het een sterke balans kent tussen de ruimte voor ouders om scholen op te richten waarin ze hun kinderen vormen en de sturing van de overheid als het gaat om kwaliteit en inhoudelijke algemeen-democratische normen. Die laatste komen we bijvoorbeeld tegen bij burgerschapsvorming en levensbeschouwelijke vorming. Van alle scholen mag worden verwacht (en getoetst) dat ze voorbereiden op het leven in een plurale samenleving. Maar ze mogen dat wel op verschillende manieren doen.

Natuurlijk hebben Hendrikx en de zijnen gelijk als ze ons onderwijsstelsel zien als een overblijfsel van de verzuiling. Als we het landschap vandaag vanaf nul zouden opbouwen, zouden we wellicht iets anders ontwerpen. Maar ook dan zou ik geen voorstander zijn van een totaal openbaar onderwijs. Het zou misschien goed zijn als het minder strak gekoppeld was aan klassieke levensbeschouwelijke stromingen en meer uitging van de individuele diversiteit. Maar laten we niet doorschieten in het schijnbaar neutrale staatspaternalisme van de Jonge Socialisten. De vrijzinnige ruimte voor emancipatie en diversiteit kan juist in ons duale stelsel opbloeien.

———————————–

Licht gewijzigd ook gepubliceerd als opiniebijdrage in De Volkskrant en mede-ondertekend door Eline van Nistelrooij, voorzitter van Dwars

———————————–

Onderbouwing van de percentages: Van de 62 volgens de inspectie zeer zwakke scholen zijn er 24 openbaar, 12 RK, 11 PC, 6 reformatorisch, 4 islamitisch en 5 overig (met name met bijzondere onderwijsvisie). Afgezet tegen het totaal aantal scholen per richting is dat dan bij openbaar 1,1 %, RK 0,6 %, PC 0,6 %, reformatorisch 2,2 %, islamitisch 5,8 % en overig 1,0 %.

Advertenties

Reacties staat uit voor De non-discussie over bijzonder onderwijs

Opgeslagen onder Uncategorized

Reacties zijn gesloten.