Een dunne lijn tussen compassie en dwaasheid

Column in Christelijk Weekblad, 11.02.2011

Het besluit van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks om de regering te steunen in de missie naar Kunduz heeft veel en vooral heftige reacties opgeroepen. Voor een deel gingen die over de politieke situatie hier: waarom een kabinet helpen dat we liever weggestemd zien? Waarom het vuile werk van de PVV opknappen die zich opzichtig onzichtbaar maakte en niet tégen de missie stemde? Waarom niet een hecht blok met links gevormd? En waarom het risico lopen te vervreemden van de eigen achterban?

Ik snap die reacties en voel er in mee, maar ze gaan me niet diep genoeg. Veel meer raken me de bezwaren tegen deze missie omdat het misschien (waarschijnlijk?) onmogelijk zal zijn om de bedoelde civiele missie echt vorm te geven in Kunduz. Dat onze soldaten en de getrainde politiemensen uiteindelijk toch gewoon in gevechtssituaties terecht komen. En dat we daarmee ons pacifistische verleden verkwanselen.

Het is een dunne lijn tussen het taxeren van de gevaren en cynisme over de toekomst van Afghanistan. Het is ook een dunne lijn tussen pacifisme en apathie. En het is een dunne lijn tussen verantwoordelijkheidsgevoel en misplaatste bemoeizucht. Dat maakt de afwegingen zo ingewikkeld.

We hebben daar natuurlijk ook in De Linker Wang over gepraat. Tot in onze naam zit een sterk pacifistisch element. En ook al maken we ook daar verschillende afwegingen, we delen de vragen. Iedereen is tegen het deelnemen aan een gevechtsmissie (altijd al geweest) en iedereen wil bijdragen aan wederopbouw. Het verschil ligt in het antwoord op de vraag of die opbouw in deze situatie met deze missie mogelijk is. Hopelijk, zeggen aarzelende voorstanders. Nee, zeggen tegenstanders.

Mijn grootste zorg zit in mijn overtuiging dat geweld nooit een einde maakt aan geweld. Dat is het diepe inzicht van Jezus, Boeddha, Gandhi. Wie in geweld investeert, versterkt het geweld. Het enige echte antwoord op geweld is het radicaal afzien van geweld. Wie zich inlaat met geweld, die wordt deel van een vicieuze cirkel – of spiraal.

Dat is een typisch geestelijke boodschap, waarvan het de vraag is of je er ook concrete politiek mee kunt bedrijven. Kun je geloofwaardig zijn in de internationale politiek als je niet bereid bent ook geweld in te zetten? Ik sluit inderdaad niet uit dat geweld soms onvermijdelijk is. Soms is het nodig om groter geweld te stoppen. Toch laten ook de ontwikkelingen in Irak en Afghanistan zien dat op geweld geen toekomst te bouwen is.

Uiteindelijk is een heel andere houding nodig. Ook in Kunduz gaat het om de opbouw van een menswaardige samenleving, om investeren in onderwijs, voedsel, mensenrechten, democratie. Als we mensen trainen die mee gaan vechten, dan zijn we deel van het probleem geworden, niet meer van de oplossing.

Wat mij drijft in die afweging is ten diepste de compassie: geraakt worden door het lot van mensen. Vooral natuurlijk de onschuldige mensen die het meest te lijden hebben onder de strijd. Compassie wil zeggen dat ik me niet afsluit voor het leed van de ander maar me wil laten aanspreken. Het betekent ook dat ik iedereen als medemens wil zien, ook degene die in het geweld de tegenstander is. Compassie is de bereidheid om met die ander lotsverbonden te raken en samen te werken aan een leefbare wereld.

Maar het is maar een dunne lijn tussen compassie en dwaasheid. Tussen geraakt worden door de nood van de ander en meegaan in een hopeloos avontuur. Tussen bereid zijn om te helpen en meegezogen worden in naïeve goede bedoelingen.

Het is maar een dun lijntje en dat maakt de afweging zo belangrijk en zo subtiel. Ik heb niet alle feiten en details, maar ik kan me goed voorstellen dat ik tegen gestemd zou hebben. Uit compassie met een land waar niet nog meer geweld moet komen. Of voor. Uit compassie met mensen die verlangen naar een nieuwe toekomst.

Advertenties

Reacties staat uit voor Een dunne lijn tussen compassie en dwaasheid

Opgeslagen onder Politiek

Reacties zijn gesloten.