Omstreden koningschap

Inleiding bij een debat over het Koningshuis, SGP-jongeren Elspeet

Het koningshuis staat met enige regelmaat ter discussie. Soms omdat de leden zich onhandig lijken te gedragen – niet zo erg als in België, maar toch – soms vanwege de onheldere invloed van de koningin op het politieke systeem. Met name tijdens de laatste kabinetsformatie kwam die discussie weer naar boven, juist ook van de kant van partijen die het normaal gesproken voor het koningshuis opnemen. En omgekeerd vonden aanhangers van partijen die normaliter kritisch zijn op het koningshuis dat de koningin het niet zo slecht deed. Daarmee leek de rol van de koningin wel erg politiek geworden. Dat speelde precies zo bij het staats-, privé- of handelsbezoek in Oman.

De reden is dat het koningshuis eigenlijk gewoon uit een verouderd systeem komt. Dat is nog geen oordeel, want het heeft mooie en lastige kanten, maar het is wel een constatering. Het erfelijk koningschap is een overblijfsel uit een pre-democratische tijd en het laat zich eigenlijk niet zo goed inpassen in een moderne democratie. Dat wil zeggen: in een democratie waarin de laatste stem ligt bij het volk. Kenmerken daarvan zijn dat functionarissen verantwoording moeten afleggen voor hun doen en laten en dat ze ook naar huis kunnen worden gestuurd. Zo doen we dat met ministers en burgemeesters. Maar we doen het niet met de koningin. Zij onttrekt zich aan het hele spel van checks en balances dat hoort bij een democratie. Elke transparantie ontbreekt en we weten daardoor ook niet wat er bijvoorbeeld gebeurt in de ontmoetingen tussen de koningin en de rest van de regering. En dat wringt.

Daar ligt voor mij het springende punt in het denken over het koningshuis. Dat het geld kost, is ondergeschikt, want de alternatieven kosten ook geld en waarschijnlijk niet minder. Dat het de internationale handel helpt, is waar, maar daar zitten ook wel ongelukkige voorbeelden van verkeerde handel tussen. En dat de Koninklijke Familie heel veel goed werk doet is ook zo, maar dat kan ook via NGO’s. Het wezenlijke punt is de vraag of je in het centrum van de macht iemand wilt hebben die niet door het volk is gekozen en niet voor het volk verantwoording hoeft af te leggen.

Maar misschien mag ik dat nog op een andere manier zeggen, juist in deze kring. Het koningschap is niet alleen nu omstreden. Dat was het in het oude Israël bij invoering al. Sterker nog: de beweging naar het instellen van een koningshuis wordt in de bijbel beschreven als een verzet tegen God zelf. De koning is helemaal niet bij voorbaat de door God gegeven leider, maar juist een teken dat mensen zich niet door God willen laten leiden. In de Statenvertaling klinkt dan de reactie van God als volgt: “Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn” (1 Samuël 8: 7).

Tussendoor: in de rol van GroenLinks-politicus heb ik geen mening over het gezag van bijbelteksten of het historische gehalte. Maar ik ga er wel vanuit dat in levensbeschouwelijke tradities heel veel wijsheid besloten ligt. En dan constateer ik dat er een diepe spanning zit in het koningschap. De ultieme boodschap, zo lees ik in deze tekst, en zo lees ik bij de profeten en in het Nieuwe Testament… de ultieme boodschap, zo begrepen de reformatoren als de kern van het protestantisme… de ultieme boodschap is dat er geen enkele instantie tussen de mens en God staat. Geen leider, geen heerser, geen koning, geen paus. Uiteindelijk is ieder mens zelf verantwoording schuldig en heeft ieder mens zelf de keuzes in het leven te maken.

Als ik die fundamentele wijsheid vertaal naar meer seculiere termen – want zo voer ik het debat als politicus – dan leidt dat tot een systeem waarin de verantwoordelijkheid ligt bij mensen zelf. Bij het volk dus. Een democratie dus. Dan leidt dat tot een systeem waarbij de leiders niet in eerste instantie over ons gesteld worden, maar waarbij de leiders primair dienaren zijn van het volk en uiteindelijk ook voor het volk verantwoording moeten afleggen. Dat is geen u-zegt-wij-draaien-democratie – populisme heet dat – maar wel een afgewogen systeem van checks en balances, transparant en voortdurend in debat.

In dat model past geen politiek geladen monarchie. Uiteindelijk, zo zegt het GroenLinks-programma, zou een republiek de voorkeur verdienen. Maar zo ver zijn we nog niet en het is ook niet het allerbelangrijkste op dit moment. Maar het is wel nu al van belang om de rol van de koning (want het gaat niet om deze toevallige koningin maar om het principe) opnieuw helder gedefinieerd wordt en beperkt wordt tot een symbolische, ceremoniële rol. Het staatshoofd kan een belangrijke rol spelen op dagen van nationale rouw en nationale eenheid, als vertegenwoordiger van onze natie in het buitenland, als bindmiddel in onze mooie veelkleurige samenleving. Een pastorale rol, een symbolische rol, een moeder des moederlands, een drager van onze kernwaarden als respect en tolerantie. Maar geen politieke rol en geen oncontroleerbare invloed achter de schermen. Want dat is in seculiere termen misschien geen verzet tegen God, maar wel tegen de kern van de democratie.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek

Een Reactie op “Omstreden koningschap

  1. dag Ruard,
    eigenlijk begrijp ik de commotie over de monarchie niet zo. Het lijkt mij een totaal intern Haagse discussie die bovendien naar mijn mening afleidt van een veel relevanter deficiet van de democratie. Dat valt niet te zoeken bij de koning, maar eerder bij de alsmaar verdere afname van actieve betrokkenheid van de bevolking op de politiek. Het leidt vooral af van het grootste defect: dat niet-democratische partijen een plek kunnen krijgen in het parlement. Wilders heeft voorals nog méér dédain voor de democratie getoond in zijn laatste vier jaar dan de koningin in haar hele ambtsperiode.