Na de commissie Deetman…

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.

Advertenties

9 reacties

Opgeslagen onder Religie, seksueel misbruik

9 Reacties op “Na de commissie Deetman…

  1. Sigrid

    Hoi Ruard,
    Ben altijd blij als jij erbij bent op televisie – voor genuanceerde antwoorden en uitleg!
    ‘Sigrid’ 😉

  2. Kolkman, W

    Goed en evenwichtig artikel.

    Wat denk ik ook een essentiele factor van de ‘enabling’ situatie, cultuur en mindset is geweest, is dat men het belang van de kerk als instituut boven het belang van de missie van de kerk (het navolgen van Christus) geplaatst heeft.
    Juist in de kerk, had men op basis van het evangelie tegen dit misbruik op moeten treden En had men in moeten zien dat een faith-based organisatie juist aboluut niet kan buiten ‘walk-the-talk’.

    Het feit dat dat niet gebeurd is, heeft niet alleen de kerk, maar ook het aanzien van het chr geloof in het algemeen beschadigd.

    Zeer zeker moet men meer aandacht en empathie opbrengen voor de slachtoffers, maar men moet m.i. ook het navolgen van Christus eerste prioirteit gaan geven, allen dan kan en verdient de RK kerk het als organistie duurzaam en respectvol te blijven bestaan.

  3. René van Doremalen

    Een afgewogen reactie! Wat zou het verademing zijn als de rk-kerk (de kerk waar ik lid van ben) in staat zou zijn de systeemkanten van het probleem van de zwijgcultuur zou kunnen blootleggen. Het onderlinge wantrouwen heeft binnen de Catholica structurele vormen aangenomen, waardoor misstanden onbespreekbaar blijken. Het is mijn overtuiging, dat mijn kerk de noodzakelijke veranderingen niet van binnenuit kan bewerkstelligen. De benoeming van de commissie Deetman wijst op een begin van het besef daarvan bij de hiërarchie. Hier mag het echter niet stoppen. En daarvoor hebben we de (opbouwende) kritiek van niet-(rooms)katholieken nodig, zodat deze geïnternaliseerd kan worden. Daartoe echter, is ook openheid binnen de hiërarchie van de rkk (en van alle katholieken) vereist en is het sluiten van de gelederen na het verschijnen van het rapport Deetman fnuikend.

  4. Marijke Genuit

    Goede, evenwichtige, doordachte en bedachtzame reactie. Wat zou het mooi zijn als dit de norm zou zijn in de media….

  5. Een mooi overzicht en een goede analyse. Twee vragen: ‘Overigens is het aandeel van geestelijken onder plegers niet veel te noemen.’ Zijn daar cijfers van? Het beeld is toch vooral dat geestelijken zich vergrepen hebben. Tweede vraag: Wat zou je concreet een gepaste reactie vinden van de kerk(en)?

    • In de samenvatting van het rapport-Deetman staat: “De onderzoeksvraag was gericht op plegers werkzaam binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Van de Nederlanders van veertig jaar en ouder heeft één op de honderd (0,9 procent) tot één op de driehonderd (0,3 procent) ervaring met ongewenste seksuele benadering voor het achttiende jaar door een pleger die werkzaam was binnen de Rooms-Katholieke Kerk.” Dat betreft dan alle Nederlanders. Ongeveer 10 % van hen heeft misbruik buiten het gezin ervaren.

      Wat de kerk zou moeten doen? Stimuleren van autonomie en weerbaarheid bij kinderen en kwetsbare volwassenen. Ter discussie stellen van klassieke machtsverhoudingen en visie op geestelijkheid. Maar dat zal allemaal niet gebeuren, vrees ik.

      • Bedankt voor je reactie. Mij verrast het eigenlijk dat het een relatief klein percentage is wat door een kerkelijke pleger begaan is.

        Je noemt boeiende actiepunten. Als protestant (PKN) vraag ik me af of de protestantse kerk al meer de theologie ‘in huis heeft’ om autonomie te stimuleren en afkeer te hebben van klassieke machtsverhoudingen, en een lagere visie op geestelijkheid. Vraag je eigenlijk niet een tweede reformatie van de RK, met nadruk op de structuur?

      • Beste Ruard,
        Ik vroeg me af wat voor cijfers andere buitenlandse kerkprovincies laten zien…..
        Complimenten voor je tv optreden en het artikel. Hgr. Thanh

  6. Goed artikel Ruard en complimenten voor je bijdrage vanmorgen op tv! Fijn weekend. Greco Idema.