Veel kritiek op wetsvoorstel onderwijstijd

Bij het voorstel Wijziging Wet op het voortgezet onderwijs inzake onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties heb ik namens GroenLinks kritische vragen gesteld. Omdat de kritiek breed leeft – en niet alleen bij de oppositie – is het onzeker of het wetsvoorstel aanvaard zal worden.

“De leden van GroenLinks hebben bezorgd kennis genomen van het wetsvoorstel en van de grote onrust die dit voorstel in het onderwijsveld teweeg heeft gebracht. Omdat het wetsvoorstel zeer uitgebreid is besproken in de Tweede Kamer, zijn onze vragen beperkt in aantal, maar fundamenteel van aard.

1040

De eerste vraag wordt opgeroepen door het gemak waarmee de regering het 1040-uren-amendement heeft aanvaard. In de Nota naar aanleiding van het verslag (32640 Nr 6) stelt de minister nog dat de aanbevelingen van de Commissie Onderwijstijd in samenhang bezien en in haar geheel overgenomen zijn en dat ‘shoppen in het totaalpakket’ de balans zal verstoren. De beargumenteerde en in het onderwijsveld breed gedragen norm van 1000 uren maakte nadrukkelijk deel uit van dat totaalpakket. In het debat in de Tweede Kamer heeft de minister met zoveel woorden gezegd dat zij draagvlak in het onderwijsveld minder belangrijk vindt dan een meerderheid in de Kamer. Als dat zo is, twijfelt onze fractie ten zeerste aan de uitvoerbaarheid van deze wet. Is de regering werkelijk van mening dat de door haar gewenste situatie zonder draagvlak kan worden afgedwongen? Hoe ziet de regering de toekomstige relatie tussen minister en onderwijsveld als essentiële spelers als de VO-raad zeggen niet met dit wetsvoorstel te kunnen leven? Is er enige inhoudelijke onderbouwing van de norm van 1040 uur en zo ja, welke is dat?

Wat en hoe

Dat leidt tot de tweede, meer fundamentele vraag. Het is zo langzamerhand een vast uitgangspunt dat de overheid het ‘wat’ bepalen en de scholen het ‘hoe’. Dat sluit ook aan bij de onderwijsvrijheid die de kern vormt van ons bestel. Waarom respecteert de regering dat principe niet en neemt ze haar toevlucht tot micromanagement van uren en onderwijsdagen? Waarom legt de regering een wetsvoorstel voor dat ingrijpt in en consequenties heeft voor de CAO-afspraken waar de regering buiten dient te blijven? Dit speelt met name een rol bij de discussie over vakantiedagen, roostervrije dagen en lesdagen. Waarom legt de regering de verantwoordelijkheid voor het ‘hoe’ niet bij de scholen als het ‘wat’ van onderwijskaders en kerndoelen bepaald is, geconcretiseerd zelfs in een norm voor onderwijstijd? Is de hele inbreuk op de organisatie van het onderwijs, inclusief de verschuiving in vakantie- en compensatiedagen niet een inbreuk op de vrijheid van onderwijs?

Bekostiging

De derde vraag betreft de bekostiging. Het wetsvoorstel verwacht van de scholen meer lesuren zonder daarvoor de kosten te compenseren. Ook wordt er ingegrepen in de CAO-rechten zonder compensatie. Daarmee creëert de regering de facto een bekostigingsprobleem. Dat sommige scholen dat kunnen opvangen, wil niet zeggen dat alle scholen dat kunnen. De leden van GroenLinks vragen naar een berekening van de haalbaarheid van deze extra lasten. In dit kader vragen de leden specifiek hoe de extra lesuren moeten worden bekostigd. Het feit dat het hier gaat om maatwerkuren die niet voor elke leerling verplicht zijn, betekent immers niet dat er geen docent nodig is, integendeel. Juist maatwerk vraagt om deskundigheid. De leden verzoeken de regering ook om een reactie op de signalen dat er door de aanscherping van de onderwijstijd een tekort aan bevoegde docenten ontstaat en daardoor een aantasting van de kwaliteit. Hoe groot is dat tekort nu en hoe zal zich dat ontwikkelen wanneer dit wetsvoorstel wordt aangenomen en gehandhaafd?

Onderwijskwaliteit en medezeggenschap

Ten slotte hebben de leden van GroenLinks een vraag bij de beoogde onderwijskwaliteit. Zij betreuren het dat dit aspect in het huidige wetsvoorstel wordt meegenomen terwijl het ook en misschien wel beter had gepast in het wetsvoorstel over de rol van de inspectie. Daar ging het immers over borging van onderwijskwaliteit; hier gaat het vooral over kwantiteit. Deze leden zijn op zichzelf voor de horizontale verantwoording van onderwijskwaliteit en de rol van ouders en leerlingen daarin. Wel hebben zij vragen bij de haalbaarheid daarvan, ook in het licht van de kanttekeningen van de Raad van State en zij vragen de regering hoe die haalbaarheid wordt gewaarborgd. Verder vragen de leden hoe de inspraak van ouders en leerlingen zich verhoudt tot de professionele verantwoordelijkheid van de docenten. Is de informatievoorziening aan ouders en leerlingen ook inhoudelijk van dien aard dat zij zinnig kunnen meespreken (over meer dan het aantal uren) en is de eigen verantwoordelijkheid van docenten wel adequaat geborgd?”

Advertenties

Reacties staat uit voor Veel kritiek op wetsvoorstel onderwijstijd

Opgeslagen onder Eerste kamer, Politiek

Reacties zijn gesloten.