Minderheid moet twee talen spreken (Interview)

Terwijl we in een restaurant lunchen, klinkt het lied ‘I wanne have sex on the beach’ op de achtergrond. Het gesprek van Henk Schaafsma met Ruard Ganzevoort en Cors Visser raakt eraan: welke positie hebben christenen in de publieke ruimte en wat betekent dat voor onze boodschap?

Door: Steven Mudde / Interview voor Clink, magazine van christennetwerk/GMV

Het gesprek over de positie van christenen is snel bekeken en ‘Sex on the beach’ onderstreept het nog eens: christenen zijn een minderheid. Het middendeel loopt sterk terug in aantal, de orthodoxie blijft ongeveer gelijk en nu het CDA aan het verliezen is, blijkt dat invloed van de ChristenUnie en de SGP vooral samenhangt met die van het CDA. En door de afbraak van (christelijke) instituten verdwijnt de christelijke zuil meer en meer. Cors: “Orthodoxe christenen werden eerder nog begrepen als ze verwezen naar bepaalde waarden of Bijbelse uitgangspunten. Maar als je nu iets zegt met als uitgangspunt de Bijbel, dan weten mensen dat de Bijbel bestaat, maar ze hebben geen flauw idee wat erin staat. Het maakt je positie een hele andere dan die van vroeger.”

Twee talen spreken

Henk: “Worden christenen dan nog gezien als een volwaardige gesprekspartner?” Ruard: “Mijn beeld is dat bijvoorbeeld de SGP in Den Haag wel serieus genomen wordt als machtsfactor, maar veel minder als inhoudelijke bron van argumenten. Hoe specifieker christelijk ze hun standpunten formuleren, hoe minder het een rol speelt in het debat.” Henk: “Als het over jou persoonlijk gaat binnen GroenLinks, hoe formuleer je dan je boodschap? Ruard: “In het debat gebruik ik geen religieuze taal om mensen te overtuigen, dat communiceert niet. Maar meer op inhoudelijk niveau kan ik allerlei verbindingen leggen met mijn eigen levensbeschouwelijke positie. Ik denk dat het in toenemende mate belangrijk is dat je twee talen spreekt. De expliciete taal van de gelovige en de seculiere taal.”

Cors: “Je moet je boodschap altijd afstemmen op je publiek, anders bereik je niets. Hele goede voorbeelden van mensen die als christen in een seculiere tijd leven, vind ik Lans Bovenberg, James Kennedy en Cees Dekker. Mensen die op een natuurlijke manier weten voor wat voor publiek ze spreken en zich niet schamen voor hun geloof. We hebben dat als christenen ook vaak verkeerd gedaan door onze standpunten ‘christelijk’ te noemen. Er past ons meer bescheidenheid; niet te grote woorden gebruiken. De andere kant is dat je wel je motivatie mag weergeven. As je belangrijkste argument is dat iets niet mag van God en de Bijbel, dan mag je dat ook niet ongenoemd laten. Als je dat wel doet, maak je jezelf ook ongeloofwaardig.”

Ruard: “Ook dat zou ik niet doen. De reden dat ik niet bij een confessionele partij zit, is dat ik niet geloof dat je christelijke standpunten kunt claimen. Ik vind het problematisch als mensen die anders denken worden gediskwalificeerd als niet-christelijk. Kan je vanuit je christen zijn voor of tegen 130km/u zijn? Ik heb daar wel ideeën over, maar iemand die daar anders in kiest, zal ik niet vertellen dat dat niet-christelijk is. Dit is een licht voorbeeld, maar het geldt ook voor veel zwaardere thema’s.”

Uit de christelijke zuil

Henk: “Wat betekent dat voor de manier waarop christenen in de samenleving aanwezig zijn?”

Cors: “Ik denk dat christenen veel meer het debat moeten zoeken met andersdenkenden. Als je invloed wil hebben, maar niemand kent je, dan lukt dat niet. De enige manier is dat mensen je leren kennen, snappen wie je bent en waarom je iets vindt en dat je niet helemaal achterlijk bent als christen. Misschien is het ook wel beter dat christenen zich op specifieke thema’s met elkaar verbinden en niet in een politieke partij.”

Ruard: “Ik geloof veel minder in de groepsgewijze presentie van christenen in de samenleving. Ik zie mezelf ook niet als bewaker van het christelijke gedachtegoed, veel eerder als bewaker van pluriformiteit. Ik werk bijvoorbeeld graag met het woord compassie. Dat is niet exclusief christelijk, maar je vindt het wel terug. Ik kan daarbij expliciet maken dat ik inspiratie vind in de persoon van Jezus. Anderen vinden diezelfde compassie bij Boeddha. Ik wil die pluriformiteit graag zichtbaar maken. Dat betekent dat rond allerlei thema’s waar christenen beter beschermd worden door de wet dan andere andersdenkenden, dat we daar nog wat stapjes terug hebben te doen. We hebben nog een grotere claim op deze samenleving liggen dan realistisch is en dat gaat ook ten koste van anderen.”

Uniform of pluriform

Henk: “Cors, is de pluriforme samenleving jou ook lief?” Cors: “Ja, die is mij ook lief. Of, naja, dat is een interessante vraag.” Ruard: “Zou het niet beter zijn als alle Nederlanders christen zijn?” Cors: “Ja, dat wel. Misschien niet voor de samenleving, maar wel voor de eeuwige bestemming van de mens.” Henk: “En Ruard, wat is jouw eigen antwoord op die vraag?” “Ruard: Nee, dat is niet per se beter. Ik ben in Suriname opgegroeid en daar vier je Holi Phagwa, Suikerfeest en Kerstfeest. Pluriformiteit is voor mij zo vanzelfsprekend dat het onbegrijpelijk is dat anderen die toevallig in een andere context zijn opgegroeid het eeuwig heil zouden mislopen. Dat wil er bij mij niet in. Ik zie in de Bijbel veel minder dat exclusivisme van het heil en veel meer een focus op leven met anderen en thema’s als onrecht.”

“Ik denk dat pluriformiteit een zegen is. Het is begonnen bij de Torenbouw van Babel en doorgegaan bij Pinksteren. Babel is niet zozeer een straf, maar eerder een zegen. Mensen bleven bij elkaar terwijl ze geroepen waren om tot de uiteinden van de aarde te gaan. Dan drijft God hen uit elkaar en zorgt voor diversiteit.”

Cors: “Ik ben het met je eens dat diversiteit in de Bijbel helemaal niet verkeerd is. Maar dan is het nog wel even de vraag wat de reikwijdte van de diversiteit is. Inderdaad gaat het in de profeten veelal over recht en onrecht, maar bijna altijd gaat het hand in hand met een volk dat God losgelaten heeft. Bij Pinksteren gaat het over allerlei tongen, maar wel, ze zullen allemaal knielen voor Christus. Dat is de verbindende schakel. Je trekt het zo breed dat ik denk, naja.”

Ruard: “Dat is ook de reden waarom ik op het snijvlak van politiek en spiritualiteit bezig blijf. Ik heb basale uitgangspunten die voor mij onopgeefbaar zijn omdat ze uiteindelijk te maken hebben met mijn geloofsverstaan. Daar komt ook mijn verontwaardiging vandaan over dingen waarvan ik denk ‘dit kan God nooit zo gewild hebben.’ Ik ben terughoudend met grote woorden maar het zit wel op dat niveau.”

Rol als vakbond

Henk: Dan de laatste vraag, wat zou de boodschap van christennetwerk|gmv moeten zijn in deze tijd?” Cors: “Ik vind het voordeel van een vakbond dat je heel duidelijk opkomt voor bepaalde belangen. Dat is ook heel legitiem. Daarmee kan je je standpunten heel goed onderbouwen. ‘Dit vinden wij, anderen denken daar anders over, maar dit is onze mening, dit is onze bijdrage.’ En zorg dat je als vakbond je leden niet opsluit.”

Ruard: “Ik denk aan het verschil tussen een absolutistische aanspraak van ‘dit is de absolute waarheid en iedereen zou die moeten overnemen’ en een meer particuliere bijdrage. ‘Dit is waar wij staan en we begrijpen dat iemand anders ergens anders staat.’ Ik denk dat de mate waarin je de absolutistische aanspraken loslaat, het particuliere geluid ook veel beter te verteren valt.”

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Religie en politiek

Een Reactie op “Minderheid moet twee talen spreken (Interview)

  1. Ruard, een boeiend gesprek en soms ook op het scherpst van de snede.