Bouwen aan de samenleving 2: het gaat om mensen

In mijn vorige blog vertelde ik over het boek Koninkrijk vol sloppen, over de groei van de steden in de negentiende eeuw en het bouwen van een nieuw soort samenleving. Bouwen aan de samenleving is ook vandaag de grote uitdaging. Of verbouwen. We lopen aan tegen de grenzen van hoe we het hebben georganiseerd, en daardoor lopen de kosten steeds meer uit de hand. Dat is een teken dat het anders moet. Maar hoe? Deze week was ik met GroenLinks kandidaat Niels van den Berge op werkbezoek in Nijmegen. Louis de Mast, ambulant hulpverlener, politiek junkie en filmmaker nam ons mee de stad in. Het werd een ontmoeting met mensen die klem zitten en met mensen die op een creatieve manier iets van hun leven maken.

Indringend waren de verhalen van mensen die we thuis bezochten. Mensen die minder kansen hebben gekregen, bijvoorbeeld omdat ze leven met een verstandelijke beperking of een vorm van autisme. Ze willen precies hetzelfde als ik: gelukkig zijn met iemand die van ze houdt op een  plek waar ze prettig kunnen leven en met dingen te doen die de moeite waard zijn. Maar terwijl dit voor de een vanzelf spreekt, is het voor de ander een onbereikbaar ideaal.

Zo zaten we op de bank bij een gezin waar de problemen zich opstapelden. Een combinatie van aanleg en ongeluk waardoor ze voor het moment afhankelijk zijn van een uitkering en begeleiding. Daarmee houden ze net het hoofd boven water. De huishoudinkomenstoets, eigen bijdrage GGZ en het afbreken van de PGB betekenden voor hen dat ze helemaal vastliepen. Voor hen was het lente-akkoord dan ook letterlijk redding van de honger.

Mensen komen meestal niet in de problemen als er eens een keer even iets tegenzit. Maar wel als ze van het ene in het andere rollen. Een kleine tegenslag kan dan uitgroeien tot een onoplosbaar probleem. Of het nu gaat om werk, gezondheid, geld of relaties. Wie minder kansen en reserves heeft, die raakt soms zomaar van de regen in de drup. Op zulke momenten heb je een steuntje in de rug nodig. Sommigen hebben genoeg aan iemand die even meedenkt. Anderen zullen altijd wat extra steun nodig hebben. Waarschijnlijk zal er altijd zo’n 5 % van de bevolking zijn die het niet helemaal zelf redt.

Ondersteuning

De grote vraag is natuurlijk waar mensen ondersteuning vinden als het nodig is. En of ze die op tijd durven vragen en kunnen krijgen. Een van de grote problemen daarbij is dat de hulp vaak zo is georganiseerd dat je voor elke vraag bij een ander loket moet zijn. Dat is niet toevallig. Het vloeit voort uit de manier waarop de samenleving is georganiseerd langs de lijnen van specialisatie. Huisvesting, onderwijs, medische zorg, psychische begeleiding, maatschappelijke ondersteuning, kinderopvang, jeugdzorg, conflictbemiddeling, schuldhulpverlening, enzovoorts. Allemaal eigen domeinen die stuk voor stuk goed werk kunnen leveren. Stap voor stap zijn ze gegroeid vanuit bijvoorbeeld de klassieke liefdadigheid en steeds meer geprofessionaliseerd.

Het punt is alleen dat het leven van mensen niet bestaat uit losse problemen die door de beste club moeten worden opgelost. Het leven van mensen bestaat uit een netwerk van grotere en kleinere vragen en antwoorden, uitdagingen en kansen, problemen en oplossingen, tekorten en hulpbronnen. En dat betekent dat de ondersteuning moet beginnen met samenhang en ontschotting.

Het bezoek bij de wijkbeheerder van de woningbouwstichting gaf een mooi voorbeeld. Hij heeft zijn kantoortje midden in de oude arbeiderswijk waar meer dan gemiddeld mensen wonen met meer problemen en minder oplossingsmogelijkheden. Elke dag loopt hij door zijn wijk, doet kleine reparaties, bemiddelt bij beginnende conflicten over bijvoorbeeld een heg, signaleert huiselijke problemen, vervuiling, enzovoorts. En hij heeft een netwerk met politie, maatschappelijk werk en wie ook maar. En omgekeerd weet de maatschappelijk werker snel te verbinden met andere professionals in de wijk.

Een belangrijk punt daarbij is dat ze niet bezig zijn om vooraf te bepalen wie precies welke uren voor zijn rekening neemt. Zo werkt ons hele systeem van intakes en indicaties wel. Dat was bedoeld om te voorkomen dat de kosten de pan uitrijzen, maar het middel is soms erger dan de kwaal. De indicatieprocedure voor lichte maatschappelijke ondersteuning kost net zoveel als een half jaar begeleiding… Dan kun je dus beter gewoon beginnen te helpen. Dat is goedkoper, sneller en effectiever. Net zoals het goedkoper is om een wijkbeheerder neer te zetten als manusje van alles, dan per activiteit een specialist te sturen. Terwijl hij de noodverlichting in een complex controleert, ziet hij meteen hoe het met de bewoners gaat. Maar dat heeft wel gevolgen voor hoe we het organiseren!

Mijnkanaries

Bouwen aan de samenleving moet beginnen met de vraag wie als eerste aanloopt tegen de grenzen van het systeem. Wie als eerste de klappen krijgt. Niet alleen omdat de kwetsbaarste mensen respect, bescherming en ondersteuning verdienen, maar vooral omdat zij haarfijn laten zien waar de haarscheurtjes en breuklijnen zitten. Onder die haarscheurtjes zitten namelijk vaak de weeffouten… Zoals mijnwerkers een kanarie meenamen omdat die eerder reageerde op zuurstoftekort, zo is het welzijn van mensen met minder mogelijkheden een teken hoe gezond de samenleving als geheel is.

(wordt vervolgd)

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Politiek

3 Reacties op “Bouwen aan de samenleving 2: het gaat om mensen

  1. Pingback: Bouwen aan de samenleving 3: burgerkracht | Ruard Ganzevoort blogt

  2. In de verhalen van Buurtpastor Monique de Bree, werkzaam in de Daalse Buurt in Utrecht komt ook steeds naar voren, dat zij vooral bezig is al die verschillende hulpverleners te laten samenwerken.

  3. Kleine buurtwinkeltjes vervullen vaak de functie van buurtkanaries. Bij de kassa worden de meest intieme zaken besproken. Een luisterend oor een stilstaande klok geven tijd en ruimte aan elk.
    Jammer genoeg worden wijken te vaak gesloopt en verhuizen de bewoners met hun problemen naar grotere en meer anonieme woonwijken.

    Bouwen met steen vraagt eerst aandacht voor het kloppend hart van de bewoners.

    Aan Nijmegen heb ik nog steeds goede herinneringen. De Benedenstad en het Waterkwartier zijn voor mij speciaal.

    Vriendelijke nostalgische groet