De kiezer spreekt

Verkiezingen zijn het feest van de democratie, zo heet het. Ik vind dat een beetje overdreven. Niet zozeer omdat er bij mijn partij dit keer geen feeststemming heerst, maar omdat het – denk ik – ver afstaat van het gevoel waarmee de meeste kiezers in het stemhokje staan. Die vieren geen feest, maar spreken hun voorkeur uit en geven hun mandaat, zwevend of niet, aan een van de partijen. Het woord ‘feest’ doet hen geen recht. En het doet zeker geen recht aan de proteststemmers die er altijd ook zijn.

Tweestrijd

Het lijkt erop dat veel mensen dit keer zijn meegegaan in de tweestrijd tussen PvdA en VVD en niet alleen voor de een, maar vooral ook tegen de ander hebben gestemd. Alles om te voorkomen dat Rutte nogmaals in het torentje kruipt, dan wel dat Samsom daar terechtkomt. Om dat nu feest te noemen…

Dat vertroebelend taalgebruik zien we ook de dagen na de verkiezingen. Commentatoren en politici buitelen over elkaar heen om de stem van de kiezer uit te leggen. De kiezer wil een middenkabinet. De kiezer wil geen polarisatie meer. Dat soort dingen. Een wonderlijke uitleg bij een gepolariseerde campagne en uitslag. En er waren meer voorbeelden. De kiezer ziet christelijke politiek niet meer zitten. De kiezer vond het sneu als GroenLinks helemaal niets meer zou overhouden en gaf nog een paar genadezeteltjes. De kiezer wil dat we verder gaan met Europa.

Al dit soort interpretaties maakt zich schuldig aan een grote denkfout. Individuele kiezers hebben hun gevoelens, gedachten, overwegingen, strategieën, wensen, afkeer, voorkeur, vertrouwen, enzovoorts. Maar DE KIEZER heeft dat niet. Het volk spreekt niet, wil niet, voelt niet, vertrouwt niet, vreest niet en hoopt niet. Het kan dat helemaal niet, want dat zijn allemaal individuele zaken.

Individuen

En het bijzondere is nu juist dat al die individuen verschillen. Sommigen geloven hartstochtelijk in christelijke politiek en/of in groene waarden en principes. Anderen vinden dat helemaal niets. En weer anderen vinden het wel belangrijk, maar geven het niet de hoogste prioriteit. Of ze geven het wel prioriteit, maar denken dat het bij andere partijen beter uit de verf komt. Of ze vinden van alles belangrijk, maar geven hun stem vooral aan iemand die ze vertrouwen. Zo zijn er groene stemmen die naar de PvdA gaan en christelijke stemmen die naar GroenLinks gaan. De ruim 200.000 kiezers die GroenLinks stemden, deden dat – vermoed ik – uit volle overtuiging en niet omdat ze het sneu vonden.

Al die individuele stemmers met hun eigen motieven en overwegingen hebben hun mandaat gegeven aan de politieke partijen. Daarmee hebben ze de machtsverhoudingen in de Tweede Kamer bepaald. In die zin is de verkiezingsdag een spilmoment in de democratie.

Luisteren naar de kiezer

We moeten alleen niet denken dat we daarmee ook weten wat de kiezer wil. Dan doen we alsof je met het antwoord op een enkele vraag sociaal-wetenschappelijk onderzoek kan doen. Zelfs de stemwijzer heeft daar dertig vragen voor nodig. En een goed onderzoek naar de inhoudelijke en psychologische redenen om voor de een en tegen de ander te stemmen – inclusief de invloed van de media – zou jaren duren en vele tonnen kosten. Het feit dat GroenLinks zwaar heeft verloren, zegt niet dat mensen groene keuzes niet belangrijk vinden, zo blijkt uit onderzoek. En het feit dat de VVD de grootste is, zegt niet alle VVD-stemmers blij zijn met het hardrechtse beleid van de afgelopen twee jaar.

Politici en commentatoren moeten meer luisteren naar de kiezers. Niet alleen op die ene dag waar de keuze van de kiezers is teruggebracht tot één rood rondje. En ook niet alleen als hun partij verloren heeft en onderzocht moet worden hoe dat komt (alsof winnen de normale gang van zaken is). Ze moeten voortdurend op zoek blijven wat nu echt belangrijk is voor mensen en dat verbinden met de waarden en idealen van hun partij. En ze moeten proberen mandaat te krijgen voor het uitdragen van die waarden en idealen. En dan is iedere kiezer er een.

Column verschenen in CW / Het Goede Leven, 21.09.2012

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Politiek

3 Reacties op “De kiezer spreekt

  1. Luisteren is een goed iets, ook in de politiek.
    Misschien dat GroenLinks zo de weg terug weer weet te vinden.
    Bezorgde groet

  2. beste Ruard,

    de term “feest van de democratie” is voor de verkiezingen gemunt door de politiek journalist Willem Breedveld. Hij bedoelde daarmee niet dat de uitkomst een feest was, of de toeloop of wat dan ook, maar principieel: dàt wij verkiezingen hebben is een feest. Hij ried zij lezers aan op die dag taart te eten. Getrouw aan zijn woord hebben wij dat hier dus ook gedaan. En tot jouw troost: het was aarbeiengebak. Roze, met een rode gloed.
    groet, Sybrand van Dijk

  3. tjark reininga

    een kleine correctie: politici moeten vooral luisteren naar hun kiezers, commentatoren en journalisten naar alle kiezers. maar allebei moeten ze zich realiseren, de De Kiezer, die één universele wens heeft voor Het Land, niet bestaat! iedere kiezer heeft zijn eigen belangen en stemt op de politicus (en partij) waarbij hij die belangen het beste behartigd verwacht.