Praten over, niet praten met…

De Christelijke Gereformeerde Kerk, een van de meer orthodox-protestantse genootschappen, bespreekt op haar synode een rapport over homoseksualiteit. Steeds sterker voelde men in de kerken de behoefte om antwoord te vinden op de vraag hoe je pastoraal om kunt gaan met homoseksuele gemeenteleden als je tegelijkertijd vindt dat je homoseksuele daden moet afwijzen. Goed dus dat men de handschoen heeft opgepakt. Goed ook dat de toon veel pastoraler is dan je zou kunnen vrezen. Jammer dat het toch een vrij eenzijdig document is geworden. En vooral jammer dat het een gesprek is over homo’s en niet een gesprek mét…

Het rapport bestaat uit een visiedocument van 57 bladzijden en een pastorale handreiking van 35 bladzijden. Geen handleiding, zo benadrukken de schrijvers, want niet alles is pasklaar aan te duiden, maar ook geen vingerwijzing, want het is wel degelijk meer dan het aangeven van een richting.

Dat klopt. Vanaf de eerste bladzijde zit er een spanning tussen een open verkennende en pastorale benadering en een nogal onwrikbare overtuiging. Ze proberen de polarisatie te vermijden, maar dat blijkt erg ingewikkeld. De beoordeling van homoseksualiteit komt dan ook geen moment ter discussie te staan, ook al wordt wel de indruk gewekt dat de verschillende visies evenwichtig beschreven worden. Maar al in de tweede alinea lezen we over ontwikkelingen in de samenleving: dat mensen zelf invulling geven aan hun leven, dat de vraag naar de wil van God nauwelijks een rol meer speelt, en dat traditionele verbanden hun zeggingskracht hebben verloren. Daarmee is de toon gezet voor de alinea’s die volgen waarin het gaat over veranderingen op het veld van seksualiteit: het loskoppelen van seksualiteit en voortplanting, het loskoppelen van seksualiteit en moraliteit, en het loskoppelen van seksualiteit en trouw. En de brede acceptatie van homoseksuele relaties. Ongetwijfeld denken de auteurs dat ze hiermee een neutrale en eerlijke beschrijving geven, maar het zet vanaf pagina 2 het gesprek over homoseksualiteit in de sfeer van het eigenwijze, afvallige en immorele.

Sterker nog: het rapport schrijft dat deze veranderingen op het gebied van de seksualiteit geleid hebben tot de brede acceptatie van homoseksualiteit en dat daardoor homoseksuele mannen en vrouwen uit de verborgenheid konden komen en nu als normaal worden beschouwd. Zeker, de weg naar acceptatie had ook een militante dimensie in de homobeweging die traditionele opvattingen over moraal bestrijdt. Maar dit lijkt mij toch een eenzijdige voorstelling van de geschiedenis van de homo-emancipatie. Die ging niet alleen of primair om het bestrijden van de traditionele moraal of om het ontdekken dat ‘ze’ er mochten zijn omdat ‘we’ tegenwoordig anders denken over seksualiteit. Het begon ermee dat homoseksuele mannen en vrouwen uit hun schemerbestaan tevoorschijn kwamen en lieten zien dat zij er ook waren. Vervolgens was ‘de’ homobeweging veel te divers om te doen alsof die één bepaalde strategie, visie of moraal heeft.

Op allerlei plaatsen proberen de auteurs zeker recht te doen aan de ervaring van homo’s en lesbiennes. Ze erkennen dat de kerk vaak te kort is geschoten, mensen beschadigd heeft, onverdraagzaamheid heeft uitgestraald, enzovoorts. Ze verwerpen elke vorm van lichamelijk, psychisch of verbaal geweld tegen homoseksuelen. En ze begrijpen dat het moeilijk genoeg kan zijn als je ontdekt dat je diepste gevoel naar mensen van hetzelfde geslacht uitgaat. Dat zijn belangrijke signalen. En toch…

Na de inleiding en enige terminologie en cijfers bespreekt het rapport de biologische en psychologische achtergronden van homoseksualiteit. Terecht wordt beschreven dat het in de laatste eeuwen eerst als misdaad, toen als afwijking en sinds enige tijd als normale variant werd gezien. Er worden enkele biologische (hormonen, hersenen, genen) en psychische (stoornis, scheefgroei, aangeleerd gedrag, misbruik) factoren beschreven. Het rapport erkent dat verandering niet waarschijnlijk is, behalve bij diegenen waar een homoseksuele oriëntatie in de latere jeugd is ontwikkeld. Het rapport laat deze verschillende verklaringen naast elkaar staan. Daar is in het algemeen wel wat voor te zeggen, maar daarmee miskennen de auteurs wel de wetenschappelijke common sense dat homoseksualiteit bij zeer veel diersoorten voorkomt (en in die zin tot de natuurlijke variatie behoort) en dat een aantal van de psychologische verklaringen volstrekt achterhaald is. De ‘afwezige vader-dominante moeder’- theorie bijvoorbeeld wordt buiten de christelijke homo-kritische literatuur nauwelijks meer gevonden. Dat geldt ook voor de gedachte dat homoseksualiteit te maken heeft met meisjesachtige jongens of jongensachtige meisjes of dat seksuele voorkeur samenvalt met gender-identiteit (“Bovendien is iemand nooit honderd procent mannelijk of vrouwelijk. Een uitgesproken heteroseksuele man kan best typisch vrouwelijke trekken hebben en omgekeerd” 73). Op dit punt zijn de literatuurverwijzingen in het rapport eenzijdig en verouderd. En het is veelzeggend dat het rapport wel de uitkomsten van biologische onderzoeken ter discussie stelt, maar de vermelde psychologische onderzoeken niet, terwijl juist daarover in wetenschappelijke kring veel meer discussie is.

Het is ook wat pijnlijk dat de auteurs vaak in stereotypen vervallen: “Bij velen komt hun homoseksuele gerichtheid uit in hun manier van praten en doen, kleden en lopen, denken en voelen” (11). In de handreiking beseffen ze dit zelf: “Zonder te willen vervallen tot stereotypering: homoseksuelen hebben niet zelden een gevoelige antenne voor beschaving, schoonheid en een verzorgde stijl” (73). Een bladzijde eerder las ik al “…het homoseksuele gemeentelid – vaak al fijnzinnig van aard…” (72). Dit zijn op zich steeds positieve beschrijvingen, maar dat betekent niet dat ze waar zijn of dat ze recht doen aan het perspectief van homoseksuele mannen of vrouwen zelf. Ik voel me in elk geval niet aangesproken.

Ik ben het helemaal met de auteurs eens dat het erkennen van het bestaan van homoseksualiteit nog geen ethische grond is voor de goedkeuring daarvan. Uiteindelijk komt het aan op de morele kaders die voor deze kerken – uiteraard – in de bijbel gevonden worden. Het rapport benadrukt dan ook klassieke elementen van het gehoorzaam/ontvankelijk omgaan met de bijbel. Daarbij benadrukt het rapport vanaf Genesis 1 een traditionele verhouding van man en vrouw en hun complementariteit als wezenlijk voor het menszijn. Voortplanting wordt dan ook in de ogen van de schrijvers een wezenlijk aspect voor menselijke relaties. Dat is allemaal reuze interessant, maar nergens komt de concrete ervaring in beeld van mensen die in een lesbische/homoseksuele relatie precies dezelfde complementariteit ervaren. Want inderdaad, het is bijzonder als je met iemand verbonden raakt die wezenlijk anders is. Maar dat is in een MM- of VV- relatie precies zo aan de orde als in een MV-relatie…

De weinige bijbelteksten die min of meer expliciet over homoseksualiteit gaan, worden eenzijdig weergegeven. Van nogal onduidelijke woorden in het Grieks (vaak vertaald als schandknapen en knapenschenders) weet het rapport precies wat ze betekenen. En over het woord ‘gruwel’ zegt het rapport dat dat weliswaar in Leviticus 18 en 20 ook voor zonden in het algemeen wordt gebruikt, maar bij concrete zonden alleen wordt toegepast op seksuele omgang tussen mannen. Het negeert voor het gemak dat Leviticus 11 het uitgebreid gebruikt voor ‘onreine’ dieren en Deuteronomium voor het dienen van andere goden of het offeren van een dier met een gebrek.

Dat elk van de teksten discussie oproept, wordt miskend, wat pijnlijk zichtbaar wordt bij de bespreking van Romeinen 1:26-27. Het gaat daar over de notie dat homoseksualiteit ‘tegennatuurlijk’ is. Het rapport verwijst daar dankbaar maar eenzijdig naar ons boek Adam en Evert en negeert voor het gemak dat we daarin aangeven dat hetzelfde begrip ‘tegennatuurlijk’ ook gebruikt wordt voor niet-Joodse christenen en daarom niet per se negatief geladen is (28). Het is overigens interessant dat het rapport ons hier beschrijft als “sommige auteurs die pleiten voor een homoseksuele relatie”, terwijl dat nergens in ons boek is aan te wijzen… Integendeel, we probeerden juist steeds de verschillende kanten van het debat te laten zien. Daartegenover kiest het rapport steeds enkel de traditionele uitleg. Met argumentatie, zeker, maar niet met openheid voor een alternatieve uitleg. Dat vind ik wetenschappelijk zwak en uiteindelijk ook niet getuigen van willen luisteren naar de Schrift zelf.

Ik vind het overigens positief dat het rapport erkent dat je niet zomaar de bijbelteksten kunt toepassen. De betekenis die woorden toen hadden (en die we proberen te reconstrueren) bepaalt niet automatisch de betekenis voor nu. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de verschillen in tijd en cultuur en bij de vraag of er ook in de bijbel zelf al een ontwikkeling te vinden is. Maar nergens wordt de vraag gesteld of we die bijbel niet altijd vooringenomen aan het lezen zijn. Het is voor de auteurs van meet aan duidelijk dat homoseksualiteit ‘gebrokenheid’ is en homoseksueel gedrag een zonde. Dat in een homoseksuele relatie de ‘fundamentele verscheidenheid’ ontbreekt (alsof alle homo’s hetzelfde zijn). Een mooi voorbeeld is de signalering dat het verbod op homoseksueel handelen in het Oude Testament slechts een keer voorkomt: “Dat zou de indruk kunnen geven dat het minder belangrijk is. Toch is dat niet het geval. Het is duidelijk waarom dit verbod niet vaker wordt uitgewerkt in het Oude Testament. De reden daarvoor is dat over de kracht van dit verbod geen enkele twijfel of discussie bestaat. Zo gezien heeft het verbod veel gewicht.” (47) Dit argument e silentio is een klassiek voorbeeld van vooringenomen lezen; men kan met evenveel recht zeggen dat het zwijgen van de bijbel betekent dat het niet zo belangrijk is.

Zo wordt het betoog afgerond op het punt waar het begon: De Schrift laat geen ruimte. Pas daarna komt het toe aan de mensen om wie het gaat: homoseksuele mannen en vrouwen. Maar zelfs daar wordt de nadruk gelegd op gehoorzaamheid. En uiteindelijk heeft de kerk het dan voor het zeggen: “Worden de verantwoordelijkheid van de gelovige en die van de kerkenraad tegen elkaar afgewogen, dan weegt op basis van de Schrift de bevoegdheid van de kerkenraad zwaarder.” (53) En dus gaat het om duidelijke prediking en waar nodig vermaning en tucht. Liefdevol natuurlijk, maar toch. “Wij willen samen optrekken met onze homoseksuele broeders en zusters op de weg van geloof, gebed en gehoorzaamheid. Dit is voor ons allen een smalle weg, die wij voor elkaar niet onbevoegd willen verbreden maar ook niet onnodig willen versmallen” (71) “Intussen laat de prediking ook duidelijk doorklinken dat een homoseksuele gerichtheid op zichzelf geen zonde is en ook homoseksuele gevoelens en verlangens dat niet per se zijn” (75).

In de pastorale handreiking worden goede dingen gezegd over het pastorale gesprek (ook al zou ik zelf wat andere accenten leggen). Mooi is ook wat er gezegd wordt tegen ouders die geneigd zouden kunnen zijn een homoseksueel kind met haar of zijn partner buiten de deur te houden: “Ouders moeten zichzelf en hun kinderen hun ouderschap niet ontnemen. Daarvoor is het een te kostbaar geschenk. Laat de deur altijd open blijven staan!” (79) Maar verder blijft het moeizaam. Ondanks de ontkenning (71) is het een typische “Je mag het wel zijn maar niet doen”-positie. Dat is overigens winst, want het “Je mag het wel zijn”-deel wordt hier wat ruimhartiger ingevuld.

Het allergrootste gebrek van dit hele rapport – visiedocument en pastorale handreiking – is echter het totaal ontbreken van de stem van de mensen over wie het gaat. Nergens komt het perspectief van homo’s, lesbiennes en biseksuelen aan bod. Ze worden beschreven in de derde persoon (vaak nogal stereotypisch) maar komen niet aan het woord. De auteurs stellen objectiverend en massief vast wat de bijbel zegt en maken daarna duidelijk hoe ‘wij’ (dat is de kerk, de kerkenraad en kennelijk de heteroseksuelen) ‘hen’ (de homo’s) de weg moeten wijzen. En daar gaat het zowel pastoraal als ethisch mis. Hoe liefdevol en schriftgetrouw je het ook beschrijft, hier wordt de mensen om wie het gaat de mond gesnoerd. Praten over in plaats van praten met. De synode kan met dit rapport gerust zijn: we weten weer (of beter: nog) hoe het zit. Hun probleem is opgelost nog voordat het gesprek met de homoseksuele leden begonnen is. En dat is jammer.

Advertenties

15 reacties

Opgeslagen onder Religie

15 Reacties op “Praten over, niet praten met…

  1. Basho Roshi

    Onderstaand schrijven heb ik enkele dagen gelezen op http://www.cip.nl geplaatst naar aanleiding van het verhaal aldaar van ene Daniël die ondanks zijn homoseksuele gevoelens toch heeft gekozen voor een leven als hetero in Christelijke kring. Ik moet zeggen dat ik er respect voor heb, maar een dergelijk verhaal kan gemakkelijk worden beschouwd als een (Christelijke) “successtory”, terwijl er hoogstwaarschijnlijk veel meer jongeren zijn die zwaar worstelen met hun homoseksuele gevoelens. Hun verhaal zou inderdaad eigenlijk ook moeten worden gepubliceerd, net als u stelt dat de CGK dat te weinig of zelfs niet verwerkt in haar rapport over homoseksualiteit. Iedereen wordt in deze samenleving geboren en eenieder wordt netjes in de richting van de heteroseksuele normen opgevoed. Waarbij homoseksualiteit wordt afgedaan als niet normaal of erger, ondanks alle “tolerantie”. Het homo-zijn is (en wordt) door een aantal kerkgenootschappen nog immer beschouwd als iets wat niet in Gods plan zou passen. Het wordt derhalve voorzien van een menselijk etiket, alsof zij voor God de Vader zouden kunnen uitmaken wat wel en wat niet in Zijn plan past. Ik denk dat we ons daar helemaal niet mee mogen bemoeien, ook de kerkelijke autoriteiten niet.

    Toen ik ongeveer 12 jaar oud was, ontdekte ik tot mijn grote schrik dat ik homo was. Dat is een ontdekking die je eigenlijk helemaal niet wil doen. Omdat de wereld om je heen immers heterogericht is, en dat heb je ook helemaal geïnternaliseerd in je systeem. Je gaat er vanuit dat je hetero bent, daarover is geen twijfel mogelijk. Totdat je dus 12 jaar oud wordt en merkt dat het hetero-zijn helemaal niet bij je past. Dat je je emotioneel en seksueel tot jongens aangetrokken voelt. Dan begint de strijd en de wrijving, want wat je ook probeert, wat ik ook probeerde (laat ik het bij mezelf houden) het is totaal nutteloos geweest. Ik heb als een leeuw gevochten tegen mijn homo-zijn, het jarenlang in mijzelf verborgen en er met niemand over gesproken. Uiteindelijk kreeg ik last van ernstige neerslachtige buien. Ook mijn ouders gingen scheiden en het leek er op dat een zwarte deken over mijn leven neerdaalde. Het leven werd grauw en ik voelde me erg alleen in mijn gevoelens. Door het te onderdrukken, te negeren, werd de schaduw van mijn tienerbestaan langer en langer. Ik sleepte me voort en wist met mijzelf geen raad.

    Ik bevond me op het scherpst van de snede, wankelde over de afgrond naar de zelfvernietiging. Het heeft talloze jaren geduurd voordat ik – met hulp – weer een beetje met mezelf in het reine kwam. Maar toch bleef ik mijn homo-zijn verbergen, totdat het niet langer meer ging. Ik durfde echter niet naar homo-bars te gaan of zo, daarvoor ben ik ook helemaal niet het type. Ik probeerde een paar keer te reageren op een serieuze kennismakingsadvertentie in de krant. De eerste keren dat ik op die wijze met homo’s in contact kwam, werden een fiasco. Het waren heel aardige mensen, maar… Ik was doodsbang, waardoor ik me totaal niet kon ontspannen in een gesprek. Ik wilde alsmaar wegvluchten. Op een gegeven moment leerde ik een man kennen waar het goed mee klikte. We intensiveerden ons contact en eindelijk kon ik op ontspannen wijze ook van seksualiteit genieten. Het was als een openbaring! Ik had het gevoel dat ik “er eindelijk doorheen was”. Na al die jaren lijden was ik in mijn emotionele gevoelens en in mijn seksualiteit geaccepteerd. Ik had het mijn moeder trouwens al eerder verteld dat ik homo was, zij vond het aanvankelijk erg moeilijk om dat te accepteren. Maar toen ik eenmaal mijn leven als homo ging leiden en mijn huidige partner leerde kennen, zag ze wel in dat dit is wie ik ben. Er valt bij mij niets te proberen om van het homo-zijn af te komen, het hoort bij mij. Ik kan het niet beredeneren, ik bén het.

    Ik ben de 50 jaar gepasseerd en leef al 21 jaar gelukkig samen met mijn huidige man. We zijn getrouwd in 2001, toen homo’s voor de wet dezelfde rechten kregen als de hetero’s. Als ik terug kijk op mijn leven, dan zie ik dat God mij heeft gewild wie ik nu ben. Een engel met een vlammend zwaard verspert mij de weg naar het hetero-ideaal. Ik kan géén hetero zijn, op het gevaar af van emotionele destructiviteit. Zoals gezegd heb ik van alles geprobeerd om van mijn homo-zijn af te komen, het is gewoon onmogelijk. Ik hoop dat dit levensverhaal mensen aanzet tot nadenken. En dat we leren om elkaars broeders en zusters te zijn in Christus. Als we de vier evangeliën doorlezen van A tot Z, dan lezen we nergens dat Jezus het homo-zijn veroordeelt. In de tijd dat Hij op aarde was, bestond het woord “homo” of “homoseksualiteit” helemaal niet. Het enige waarover met name Paulus mijns inziens schrijft in zijn brieven, is dat hij waarschuwt voor (tempel)prostitutie en voor seksueel ontspoorden. De huidige homo zoekt echter de liefde voor elkaar, op exact dezelfde wijze als dat de hetero dat doet. Ik weet heus dat er mensen zijn die seksueel een losbandig leven leiden, maar dat heeft niets met homoseksualiteit te maken. Hetero’s kunnen ook losbandig leven. Paul Jambers heeft ooit een gigolo geïnterviewd, dat is een mannelijke prostituee. Hij vroeg: “U zult wel heel veel homo’s op bezoek krijgen, denk ik?” “Geenszins”, antwoordde de gigolo, “negen van de tien mannen die hier komt, is hetero en heeft vaak zelfs vrouw en kinderen thuis.” Hiermee wil ik géén oordeel vellen, maar het is wel een teken aan de wand wat er allemaal gebeurt.

    Iemand die hetero is, heel goed, ik accepteer hem of haar zoals hij of zij is. Iemand die homo is, heel goed, ik accepteer hem of haar zoals hij of zij is. “Homo” en “hetero” zijn echter etiketten, en mensen passen zelden bij een etiket, omdat het een generalisatie is op seksuele geaardheid, op huidskleur, op wat dan ook. En een mens is veel meer dan een simpele generalisatie. Kijk gewoon eens verder dan de spreekwoordelijke neus lang is. Het meest veilige etiket is mijns inziens “mens”. Er wordt wel eens gezegd dat homo’s “er immers voor kiezen” om homo te zijn. Dat klopt van geen kanten, want iemand die hetero is, “kiest” daar ook niet voor. Het is trouwens ook een zeer impopulaire keuze, om homo te zijn. Je hebt als puber het gevoel dat de hele wereld anders is dan jij, of dat jij anders bent. En dat zoiets verschrikkelijk is. Laten we ons toch wat meer invoelend opstellen naar de ander, die anders-is. Al die veroordeling, wat schieten we daar mee op? Daarmee worden jongeren opgescheept met een “probleem”, en seksualiteit dient in mijn optiek geen probleem te zijn. Het is eerder onmenselijk dat van homo’s verwacht wordt dat ze zichzelf zouden moeten veranderen. Dat kan tot zelfmoord leiden, en dat gebeurt ook… In mijn leven was en is het onmogelijk om emotioneel en seksueel te “veranderen”, misschien is het in het leven van Daniël wel mogelijk. Dat is zijn keuze en zijn gevoel. Ik heb daar – zoals gezegd – respect voor. Maar maak er s.v.p. geen “successtory” van, want dat is het niet.

    Met vriendelijke groet,

    Basho Roshi 😉

    • Basho Roshi

      Oops, ik zie dat ik een nare en verwarrende typefout heb gemaakt in mijn reactie vandaag, en wel in de eerste zin, mijn excuses. Er moet staan “geleden” in plaats van “gelezen”, dus:

      “Onderstaand schrijven heb ik enkele dagen geleden op http://www.cip.nl geplaatst naar aanleiding van het verhaal aldaar van ene Daniël die ondanks zijn homoseksuele gevoelens toch heeft gekozen voor een leven als hetero in Christelijke kring.” etcetera.

      Met beleefde groet,

      Basho Roshi 🙂

  2. Eliza B.

    Bedankt Ruard voor je inzet en je moeite.
    Ik waardeer je boek ‘Adam en Evert’ zeer.
    Er is nog – steeds – een hele weg te gaan, niet alleen bij cgg maar zeker ook in Evangelisch Nederland. Ik betreur de moeite die velen (gaan) ondervinden in de gemeentes.
    Niemand kiest er voor homoseksueel te zijn, onze steun en inzicht/support is hard nodig. Jij draagt hier aan bij.

  3. Het hele stuk van de CGK brings back memories…..van 30 jaar geleden!

  4. Mooi stuk Ruard. Goed inkijkje in de staat van acceptatie van homoseksualiteit in de kerken. Ik moest lachen toen ik las dat het stuk tot stand is gekomen mede door inspraak van “het homoseksueel gerichte gemeentelid”. Nog een lange weg te gaan.

  5. D. Quant

    Over homoseksuelen spreken, en tegelijk zonder hen? Daar kan geen zegen op rusten. En zo is het ook niet gegaan. Zowel in het studietraject als in het besluittraject binnen de synode is het homoseksueel gerichte gemeentelid ons zeer dichtbij gekomen. Daarover kunnen vanwege de vertrouwelijkheid geen details worden prijsgegeven, maar prof. Ganzevoort kan dáárover gerust zijn. Wel is er in dit alles een tegenover: wat zegt de Heer van de kerk hierover in zijn Woord? Maar dan gaan we die zoektocht van gehoorzaamheid ook weer in gezamenlijkheid aan.
    D. Quant, voorzitter generale synode Chr. Geref. Kerken

    • De Heer van de kerk zegt hier niets over. Jezus zegt alleen maar ‘Hebt elkander lief, dit gebiedt ik u.’ In Christus is geen slaaf of vrije, geen homo of hetero, maar alles in Christus. God bevrijdt zowel homo als hetero, neemt de zondaars aan, homo of hetero, maakt geen enkel verschil in mensen hoe ze ook zijn. God heeft de mensen lief zonder voorwaarden vooraf.

    • Dank voor uw reactie. Dat waardeer ik zeer. Mijn punt was niet dat er niet met homoseksuele gemeenteleden zou zijn gesproken. Dat zal ongetwijfeld zijn gebeurd. Mijn punt was en is dat hun ervaringen, vragen en visies niet aan bod komen, behalve dan vanuit het perspectief van de kerk (met een terechte schulderkenning voor onbarmhartigheid in het verleden). In de hele structuur en inhoud van het rapport zijn zij onderwerp van gesprek en geen gesprekspartner.

  6. Hoi Ruard, goed stuk! Alleen vraag ik mij wel af of er nog gays en lesbians zijn overgebleven om. mee te praten? 50 jaar geleden vond dezelfde discussie plaats in. de geref. kerk syn. en de NH kerk. Daar zijn de meesten aanvaard. Mijn vriend en. ik zijn 43 jaar samen en lid van een kerk die ons accepteert. Waar praten we nog over? Liefs,
    Hans Zellenrath

  7. Lezer

    Fijn… Dat krijg ik altijd te horen als ik mijn achternaam bij een reactie zet… Over stereotypische reactie gesproken… Beetje jammer.
    Maar goed, ik zeg niet dat er geen positieve dingen in het commentaar staan, ik merk alleen op dat je eigen leeshouding al duidelijk wordt in de eerste alinea, namelijk in de toevoeging “dan je zou kunnen vrezen”.
    Daar is de onbevangenheid al verdwenen…
    En zoals de titel van het rapport luidt “homoseksualiteit en homoseksuele relaties” gaat het daarover… En over dat onderwerp is met betrokken gesproken. Op een heel pastorale manier wat mij betreft.
    Verder een goede middag gewenst. J. Lezer

    • Excuus als ik “Lezer” ten onrechte niet als naam zag. Als je altijd die reactie krijgt op je achternaam, wordt het tijd om na te denken hoe je dan jezelf presenteert. Misschien met voornaam erbij oid.
      Hoe dan ook, ik denk dat veel potentiële lezers van het rapport een bepaalde vrees zouden kunnen hebben over het pastorale gehalte. Dat is niet per se mijn vooringenomenheid, maar een aanspreken van mijn lezers. Mijn punt blijft: in het rapport zijn de betrokkenen object van de discussie en hebben ze zelf geen stem. Hoeveel er ook met hen gesproken mag zijn. Maar insgelijks een goede middag (en avond) gewenst.

  8. Lezer

    Grappig om te lezen dat Ganzevoort zichzelf schuldig maakt aan de vooringenomen houding die hij de schrijvers van het rapport verwijt…
    En als hij het rapport echt goed gelezen had, dan had hij kunnen weten dat de schrijvers wél gesproken hebben met betrokkenen; zelfs uitvoerig en intensief… (en had hij nog een aantal relatieveringen op zijn beweringen kunnen vinden). Meneer Ganzevoort: u hebt zelf al vooringenomen (vanaf pagina 2!) gelezen en begint te beoordelen voordat u het hele rapport hebt laten uitspreken…

    • Hoewel ik anonieme reacties altijd een beetje laf vind, reageer ik toch graag. Ik zeg niet dat de schrijvers niet met betrokkenen gesproken hebben. Ze hebben dat zelfs ook in de literatuur vermeld. Ik zeg dat de stem van betrokkenen door de structuur en inhoud niet aan bod komt. Ik heb overigens allerlei positieve dingen over het rapport gezegd, maar ik heb inderdaad ook kritiek.