Het grote verhaal

De verkiezingen van 18 Maart gaan over de Provincie, maar iedereen weet dat ze ook over de Eerste en ja, indirect over de regering gaan. Ze zijn een testcase geworden voor dit kabinet en voor de vraag of het kabinet en de drie gedogers genoeg draagvlak hebben om door te gaan. Dat is de vraag naar de macht en die is belangrijk. Maar veel belangrijker dan dat is de vraag naar het verhaal. Waar gaan we naar toe met zijn allen? Zijn we op weg naar een samenleving, naar een wereld die steeds verder uit elkaar valt, waar groepen tegenover elkaar worden opgezet, waar arm en rijk, hoog- en laag opgeleid, moslim, christen en atheïst, hier en daar, nu en straks – elkaar niets meer te zeggen hebben? Een wereld waarin mensen de aarde alleen maar zien als gebruiks- wegwerpmateriaal? Of zijn we op weg naar een wereld in balans, een economie van de bloei in plaats van de groei, een samenleving van ontmoeting en ontspanning in plaats van opjagen en wantrouwen, een wereld van rechtvaardigheid en solidariteit in plaats van het recht van de sterkste?

Sommige politici en partijen lijken er trots op te zijn dat ze geen groot verhaal hebben. Ze noemen het pragmatische politiek, ze zien zichzelf als belangenbehartigers van een bepaalde groep, of ze zeggen dat te veel visie in de politiek ongewenst is. Anderen pretenderen wel een verhaal te hebben maar bewegen daar in hun compromispolitiek zo ver vandaan dat ze de kiezers die dat verhaal aansprak, gedesillusioneerd van zich vervreemden. Meer en meer ben ik ervan overtuigd dat we het juist over dat grote verhaal moeten hebben en vervolgens heel concreet laten zien hoe dat zich in concrete politieke keuzes vertaalt.

Waar willen we naartoe? Dat is een vraag naar onze dromen en verlangens – van onszelf, van onze kiezers – maar het is ook een vraag die zich moet vertalen in een politiek programma en beleid. Waarom zetten we ons nu precies in voor bed, bad en brood voor vluchtelingen, voor vrije artsenkeuze, voor vergroening van de belastingen, voor windenergie en voor goed onderwijs?

Achter al die keuzes zit het grote verhaal dat er iets helemaal mis is met de wereld waarin we leven. Op alle mogelijke manieren is de wereld uit balans. Ecologisch, moreel, sociaal, geopolitiek … We kunnen niet door blijven op de weg die we gaan. De aardbevingen in Groningen laten zien dat dat niet ongestraft kan doorgaan. De afbrokkeling van ijskappen op Antarctica laat zien hoe het klimaat ontregeld raakt. De groeiende groep kinderen met obesitas laat zien hoezeer we vastlopen in een gevaarlijk consumptiedenken. De afvalbergen en plasticsoep laten zien dat we te veel rommel maken en achterlaten. Dat is de donkere kant van het verhaal: we moeten erkennen dat wij als mens de afgelopen eeuwen niet de hoeder van de aarde zijn geweest maar de verwoester. De wereld zou beter af zijn zonder ons omdat we ons niet gedragen als deel van dat grote gebalanceerde ecosysteem, maar doen alsof we alles naar onze hand kunnen en mogen zetten.

De uitnodigende kant van het verhaal gaat dan ook precies over het terugkomen in die balans. Het is een toekomstbeeld van een wereld in balans en van mensen in balans. In die wereld gebruiken we als mensen niet meer dan de aarde kan aanvullen en laten we niet meer achter dan de aarde kan verwerken. In die wereld leven we van de wind en laten we ons verwarmen door de zon. In die wereld is het verzamelen van bezit geen doel maar is delen van de goederen een middel om gelukkig te worden. In die wereld is betaald werk niet het hoogste goed maar een zinvolle plaats in de samenleving. In die wereld is zorg geen product maar een relatie. In die wereld krijgt iedereen wat zij nodig heeft en draagt iedereen bij wat hij kan bieden.

Dat verhaal is meer dan een droom. Het is een politiek programma waaraan we elke dag werken. Het is een toekomstbeeld dat we nu al op allerlei plaatsen werkelijkheid zien worden, meestal op kleine schaal. Mensen zijn al lang bezig om een andere manier van leven te ontwikkelen met eigen energie, kleine zorgvoorzieningen, deeleconomie en repair cafés. Maar het is tegelijk ook een groot verhaal dat haaks staat op het huidige politieke beleid en scherp oordeelt over doorgeschoten marktwerking en het falen van de economische ideologieën. De uitdaging die voor ons ligt, is niet alleen duidelijk te roepen dat het anders moet, maar ook te laten zien dat het anders kan en al bezig is anders te worden. En dat doen we vanuit dat grote verhaal van de noodzaak en mogelijkheid van een leven in balans.

Column De Linker Wang Maart 2015

Advertenties

5 reacties

Opgeslagen onder Politiek

5 Reacties op “Het grote verhaal

  1. Ellen Schoof

    Herkenbare idealen voor mij, GroenLinkser.

  2. Ik stem in en straks op. De saamhorige maatschappelijke initiatieven uit dit ethisch kapitaal mogen van mij elke dag – als tegenwicht/in balans brenger – in de slot evaluatie van het journaal (- als slot na de wereld ellende -die elk uur eindeloos herhaalt wordt voor alzheimers)

  3. Age Kamermans

    Politieke partijen hebben een grote samensmelting ondergaan: ze zijn inhoudelijk samengesmolten en hun verschillen zijn miniem geworden. Ze verschillen niet langer werkelijk ideologisch-inhoudelijk, maar alleen op procenten, in kwantitatieve kenmerken van de oplossingen die ze aandragen voor in stukken gehakte problemen. Onder condities van depolitisering is politiek verworden tot probleemmanagement. De diagnose ‘depolitisering’ is niet slechts een beschrijving van de situatie waarin ‘rechts’ aan de macht is. Integendeel, depolitisering is een verschijnsel, dat al bij Paars, dat de eenheid van politieke tegenstellingen belichaamde, expliciet werd. Bovendien is het nu juist een beschrijving van het gebrek aan alternatief, dat voor de huidige rechtse machthebbers geboden wordt op ‘links’. Depolitisering is de reductie van politiek tot probleemmanagement waarin juist die fundamentele ideologische strijd verdwijnt. Waarin niet langer expliciet utopische toekomstvisies met elkaar strijden en waarin niet langer vragen van solidariteit en rechtvaardigheid aan bod komen.

    Partijen die geen ideeën hebben, moeten verdwijnen. De partijstructuur spreekt sowieso niemand meer aan in het tijdperk na de verzuiling. En partijen die ideeën zoeken om te kunnen overleven, zetten de boel op zijn kop: je hebt ideeën, en dus ben je het potentieel waard als politieke partij te overleven. Zodra de ideeën weg zijn, is er niets van waarde in een partij om te overleven. Het bestaan van een politieke partij zelf is geen reden voor voortbestaan. Dat is een schaamteloosheid die expliciet wordt, vooral bij partijen als CDA en PvdA, wanneer commissies in het leven geroepen worden die moeten nadenken over de vraag waar de partij in vredesnaam voor staat. Politieke partijen, als alle organisaties, worden gekenmerkt door een vorm van goal displacement: ze gaan als eerste doel hun eigen overleven zien. Maar in een democratie zou een partij meer fluïde moeten zijn. Ook of juist een partij als GroenLinks. Zodra de ideeën op zijn, is het zaak plaats te maken voor nieuwe mensen of nieuwe partijen, in plaats van een stelsel te bezetten en zendtijd in te nemen die voor betere doeleinden gebruikt kan worden.
    Niet het revitaliseren van GroenLinks, maar revitalisering van het streven naar alternatieven moet ons streven zijn. De vraag is dan bijvoorbeeld niet hoe we de trein van onze economische ordening rijdend kunnen houden, want het is bekend dat die gebaseerd is op een eeuwige snelheidstoename die niet vol te houden is, maar hoe hem te stoppen zonder dat de schok daarvan ons fataal wordt. Want de trein waar we op zitten, is niet langer die van de moderne Vooruitgang, het is een doelloos voortrazende trein, en het is tijd om over te stappen op andere voertuigen van het collectief. Dat roept vragen op naar alternatieven in de manier waarop handelgedreven kan en mag worden, in de manieren waarop mondiale interdependenties asymmetrisch uitpakken, wat rechtvaardigheidsvragen oproept die momenteel in de politiek zelden gesteld worden.

    Menselijke drijfveren zijn steeds een mengeling van egoïsme en altruïsme, van persoonlijk machtsstreven en dienstbaarheid aan de andere. Aan al deze gevoelens ontsnapt ook de politicus niet. Er bestaat voor elke politicus de neiging de afweging tussen beginselen en macht te doen uitkomen in het voordeel van de macht omdat er van de macht een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitgaat.

    Die neiging is voortdurend aanwezig bij iedereen die politieke ambitie heeft, maar vooral bij diegenen die politieke verantwoordelijkheid dragen. Wellicht is deze verleiding veel groter dan bij voorbeeld gebruik maken van de politiek om zich te verrijken. Bij sommigen neemt in dit verband het cynisme met de leeftijd toe als gevolg van allerhande ervaringen. Anderen kennen precies de omgekeerde ervaring omdat zij de relativiteit der dingen steeds meer inzien. Het dilemma tussen behoud of veroveren van de macht en het hoog houden van beginselen is een altijd aanwezig moreel dilemma.

    Politiek heeft noodgedwongen te maken met macht. Het heeft niet dikwijls zin te vroeg of te laat gelijk te hebben bij de kiezers in een politieke democratie. Dan is men ofwel profeet ofwel historicus. De politicus moet het vertrouwen van de mensen van zijn tijd hebben wil hij over de politieke middelen beschikken om iets te kunnen realiseren in de samenleving. Hij dient aan te sluiten bij de gemeenschap. In dit verband moet hij streven naar een maximalisatie van stemmen zoals een ondernemer om te overleven moet streven naar een maximalisatie van de winst. Voor beide gelden evenwel ethische randvoorwaarden (cf. het zogenaamde ethisch minimum).
    Keuzen gaan dikwijls over het ‘minste’ kwaad in plaats van de ethische uitgangspunten .
    Ethiek heeft trouwens altijd betrekking op de ‘andere’.
    Hiertegenover staat de machiavellistische traditie van de politiek als brutaal streven naar macht, als
    een techniek van manipulatie van mensen. Zo’n partij wil GroenLinks niet zijn. Wij staan aan de winnende kant!

  4. Goed beschreven.
    Instemmende groet,

  5. H. Meinsma

    Helemaal eens. Dit verhaal is precies waar het om gaat. Hier moeten wij allemaal op gericht zijn als we integer wereldburger willen zijn.