Schoenmakers

Wat hebben de ophef over topsalarissen bij een bank en de bezetting van het Maagdenhuis met elkaar te maken? In elk geval dit dat ze de discussie oproepen wat er gebeurd is met maatschappelijke instellingen als banken, universiteiten, zorginstellingen en woningbouwstichtingen (om die er maar gelijk bij te nemen). Doen ze nog wel wat ze moeten doen, of zijn ze totaal ontspoord?

Natuurlijk zijn de concrete vragen verschillend. Bij de banken ging het erom dat ze steeds meer verstrikt waren geraakt in volstrekt onbegrijpelijke financiële producten en in hun zoektocht naar grotere winsten feitelijk over de kop gingen. Nu de ergste ellende is opgelost, blijken de bankiers aan de top nog steeds niet werkelijk tot andere inzichten te zijn gekomen. Ze zien hun eigen houding niet als deel van het probleem maar denken dat ze de redders van de bank zijn die geheel buiten hen om in zwaar weer was gekomen.

Bij de universiteiten is de aanleiding wat anders. Het zogenaamde ‘rendementsdenken’ waar het verzet zich tegen richt, is eerder een Haags dan een Amsterdams probleem. Politici hebben jarenlang afgedwongen dat universiteiten steeds meer als fabriek gingen werken, zodat studenten sneller en meer gestandaardiseerd werden afgewerkt. En daarbij past niet dat je studenten – of docenten – te veel medezeggenschap geeft. Integendeel: na de democratisering van de jaren zestig zijn we weer volop in een top down structuur terecht gekomen. Het verzet van de studenten en docenten is minstens zo sterk gericht tegen dat gebrek aan inspraak als tegen het ‘rendementsdenken’.

De overeenkomst zit echter dieper en is terug te brengen tot de oude en simpele wijsheid: schoenmaker, blijf bij je leest. Of anders gezegd: wanneer je een organisatie niet aanstuurt vanuit de waarden die daarbij horen, dan gaat het vroeger of later heel erg fout.

Bij universiteiten, hbo’s en andere scholen gaat het om onderwijs. De enige waarde die bepalend mag zijn, is dan ook het maximaal bijdragen aan de ontwikkeling van scholieren en studenten. Zodra je als instelling of overheid in het beleid andere motieven gaat inbouwen, zet je de deur open voor diplomafraude en vastgoedspeculaties. Zelfs de maatregelen die bedoeld zijn om studenten zo snel mogelijk te laten studeren, worden binnen de kortste keren middelen om studenten uit te dagen tot efficiëntie en niet tot verdieping. Als docent ben ik helemaal niet geïnteresseerd in de vraag of mijn studenten hun vak in acht weken hebben afgerond. Ik wil dat ze er het maximale uithalen. En daarom daag ik ze graag aan het eind uit om nog net een stapje verder te komen, maar dat mag eigenlijk niet…

Bij banken gaat het om het verbinden van tekort en overschot, om spaargelden van de een te gebruiken om de ander een lening te verschaffen. Met die maatschappelijke taak zorgen ze ervoor dat mensen huizen kunnen kopen en bedrijven kunnen beginnen. Maar zodra ze dat doen om winst te maken en vervolgens gaan speculeren met steeds ingewikkelder financiële producten, loopt het mis.

Schoenmaker, blijf bij je leest. Scholen draaien om onderwijs, ziekenhuizen bieden zorg, banken delen financiële ruimte, woningbouwstichtingen zorgen voor betaalbare huizen. Niet meer en niet minder. Want als ze meer dan dat willen doen, dan wordt het uiteindelijk altijd minder.

Misschien zijn we langzamerhand op het punt gekomen dat de wal het neoliberale schip keert. Het brede verzet tegen bizarre bankierssalarissen en de Maagdenhuisbezetting passen in een stroom waarbij ook de Occupy-beweging en de discussie over marktwerking in de zorg horen. Het is een beweging van herbezinning op de oorspronkelijke waarden en van verzet tegen een wereld waarin alles alleen maar als financiële kans of risico wordt gezien. Langzamerhand is dat verzet niet meer iets waar alleen zogenaamde radicale types zich mee bezighouden. De vragen leven veel breder. Opeens zijn alle politici tegen rendementsdenken, is er breed draagvlak in de Tweede Kamer voor soberder salarissen voor bankiers en klinkt marktwerking in de zorg niet meer als het toverwoord dat de problemen moet oplossen.

Misschien. Maar we moeten niet vergeten dat veel van die politici die nu tegen rendementsdenken zijn zelf hebben bijgedragen aan het ontstaan ervan. En allerlei onderdelen van dat rendementsdenken steunen ze nog steeds. Dezelfde politici die bankiers ter verantwoording roepen, accepteren dat de financiële wereld draait zoals die draait. En de kritiek op marktwerking in de zorg is soms niet meer dan kosmetisch.

Schoenmaker, blijf bij je leest. Dat is geen oproep tot conservatisme of tot het vermijden van alle risico’s. Het is een waarschuwing om niet te vergeten waar het eigenlijk allemaal om ging. Een school is voor onderwijs, een ziekenhuis voor zorg en een samenleving voor ons gezamenlijk welzijn. Wie dat vertaalt in termen als productie, rendement en de BV Nederland, die heeft het niet alleen verkeerd begrepen; die heeft de kiem gelegd voor ontsporing en misbruik.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Politiek

2 Reacties op “Schoenmakers

  1. Pingback: Redactioneel – De Linker Wang – mei 2015 | Weblog Theo Brand

  2. Helder en duidelijk verhaal.

    Zonnige groet,