Het virus van kortzichtigheid

Video-column voor VU@Home. Tekst (NL) na de break

Tijdens een crisis treedt er altijd blikvernauwing op. Dat is nu eenmaal een overlevingsmechanisme. Nu de Corona-crisis een groot deel van de wereld in de greep houdt, verschuift de aandacht automatisch naar de korte termijn en de naar de directe omgeving. Dat is begrijpelijk, en de medici, zorgverleners en talloze anderen verdienen onze dankbaarheid voor hun inzet en hun kennis. Maar de blikvernauwing is ook riskant. Als we één ding kunnen leren van deze pandemie dan is het dat alles met alles samenhangt. Hoe we omgaan met deze crisis is daarom ook een morele zaak.

Het oneerlijke virus

De Corona-maatregelen zijn ingrijpend en leggen de samenleving een heel eind stil. Dat lijkt ons allemaal te treffen. Maar wie iets beter kijkt, die ziet dat het juist nu heel veel uitmaakt hoe goed je het voor de uitbraak al had. De een zet zijn of haar werk relatief gemakkelijk thuis voort, de ander werkte op oproepbasis en heeft opeens geen inkomen meer. De een heeft een huis met genoeg ruimte en faciliteiten, de ander zit met twee banen en drie kleine kinderen opgesloten. De een heeft toegang tot informatie, hulptroepen en contactmogelijkheden, de ander raakt nog verder geïsoleerd. Corona is misschien blind, maar de gevolgen zijn heel ongelijk verdeeld.

Vrouwen en jongeren bijvoorbeeld hebben vanouds een kwetsbaarder positie op de arbeidsmarkt en voelen daarom de pijn eerder en harder. Migrantengemeenschappen komen nu al snel klem te zitten. Dak- en thuislozen en asielzoekers worden in de wachtkamer van de maatschappelijke aandacht gezet. Behandeltrajecten in de psychiatrie worden gestaakt omdat het zorgpersoneel elders nodig is. Hier in Nederland, maar veel sterker nog in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en andere landen met grote welvaartsverschillen en weinig publieke voorzieningen zijn het de rijken die hier goed doorheen komen en de armen die het niet zullen redden. Wat gebeurt er als Corona echt doorbreekt in vluchtelingenkampen in Griekenland en rond Syrië of bijvoorbeeld in Afrika op plaatsen waar de gezondheidszorg matig functioneert?

Dat alles vereist meer dan een goed vangnet dat regeringen nu proberen te organiseren. De morele vraag is hoe we een samenleving zo inrichten dat de meest kwetsbaren grond onder de voeten krijgen. Veerkracht is niet alleen een persoonlijke mentale kwaliteit. Veerkracht zegt vooral iets over hoe rechtvaardig een samenleving is. De scheve verhoudingen worden in deze tijd scherper dan ooit gevoeld en dat betekent dat we het juist nu moeten hebben over bijvoorbeeld gender, sociale achterstanden, minderheidsgroepen, en toekomstige generaties, zeker omdat de klimaatcrisis er ook nog aan komt. Niet als ideologische hobby, maar uit pure noodzaak voor het ontwikkelen van eerlijk beleid.

Wijsheid

Uiteindelijk is de Corona-crisis daarmee ook een morele en levensbeschouwelijke zaak. Wat moeten we doen? hoe moeten we leven? hoe doen we recht? Wat mogen we hopen? Bij wie mogen we horen? Existentiële vragen die ook in alle levensbeschouwingen centraal staan. Als we vandaag een ding nodig hebben, dan is het wijsheid, en dat is precies waar het in levensbeschouwelijke tradities om draait. Levensbeschouwing gaat niet alleen over individuele troost en zingeving. Het gaat vooral om de vraag hoe we met elkaar willen samenleven en hoe we de blik op de toekomst gericht houden. Op die manier zijn deze toekomstbeelden geen nachtmerrie maar worden ze het startpunt voor een hoopvolle en initiatiefrijke reactie.

Dit is de achtergrond van het religieuze gebruik om in crisistijden te bidden, offers te brengen of anderszins de goden aan te roepen. Dat is (als het goed is) geen magisch middel om wonderen af te dwingen. Het veronderstelt niet dat een hogere macht verantwoordelijk is voor het virus of dat we zonder die hogere macht het virus niet kunnen bedwingen. De kerkvader Augustinus schreef al dat wij niet bidden om God te instrueren maar om ons eigen hart te construeren, dat wil zeggen te richten op het hogere, op een groot verhaal over het leven en de samenleving. Laat dat nu net zijn wat we midden in deze crisis nodig hebben.

De vraag wat we in een crisis kunnen doen, wordt altijd op drie niveaus beantwoord. De eerste uitdaging is overleven. Dat zijn we ons in Corona-tijden zeer bewust. Daarbij hoort een zekere blikvernauwing, en daarom is dat overlevingsinstinct niet genoeg. De tweede uitdaging is er met elkaar en voor elkaar het beste van te maken. Daarom snappen we opeens weer dat zorg en onderwijs ‘cruciale beroepen’ zijn. Daarom is het zo mooi om te zien hoe creatief mensen zijn om iets voor elkaar te betekenen en de samenleving leefbaar te houden. We zijn meer dan een BV Nederland; onze samenleving is de ontmoeting van al die goedwillende, gemotiveerde en geïnspireerde mensen die echt wel iets voor elkaar over hebben en die je vooral niet alleen maar als consumenten moet benaderen.

Maar de derde uitdaging klopt op de deur. Dat is de vraag om voorbij de primaire kortzichtigheid en voorbij de zorg voor dichtbij te kijken naar wat nodig is voor deze aarde en voor de toekomst van ons allen. Als alles met alles samenhangt, dan betekent compassie dat we uit die samenhang de hoop putten dat we het samen anders, beter kunnen doen. In het licht van compassie worden onze zorg en aandacht voor elkaar tekenen van die hoop en symbolen dat we niet alleen oog hebben voor de medemens dichtbij, maar ook voor die veraf, niet alleen voor de mens van nu, maar ook voor de generaties na ons. Alleen in het licht van de hoop verslaan we het virus van kortzichtigheid.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Het virus van kortzichtigheid

  1. Frans Kamsteeg

    Mooie tekst. Van kortzichtigheid naar vergezichten naar hopelijk meer zelfinzichten.