Artikel 1

Spreektekst bij het debat in de Eerste Kamer over uitbreiding van artikel 1 met de discriminatiegronden ‘handicap’ en ‘seksuele gerichtheid’.

Drie woordjes. Daarover spreken we vandaag. En niet alleen vandaag, de initiatiefnemers of eigenlijk hun voorgangers hebben dit twaalfeneenhalf jaar geleden voorgesteld en er is sindsdien behoorlijk over gediscussieerd. Ook in deze Kamer is er – bijna twee jaar geleden – uitgebreid en gepassioneerd over gedebatteerd. En nu bespreken we de tweede lezing. Inhoudelijk natuurlijk letterlijk hetzelfde als wat hier op 9 februari 2021 aan de orde was. We zouden wat dat betreft ook gelijk kunnen gaan stemmen. Maar dat doen we niet. Niet alleen omdat we recht willen doen aan de inzet van onze collega-volksvertegenwoordigers die dit initiatief hier verdedigen namens de Tweede Kamer. Ook niet alleen omdat een grondwetswijziging bijna per definitie inhoudelijke behandeling verdient. En zelfs niet alleen om de aanwezigheid en belangstelling serieus te nemen van mensen die zich herkennen in die drie woorden “handicap en seksuele gerichtheid”. Er is alle reden om het inhoudelijke gesprek vandaag voort te zetten omdat een vermelding in de Grondwet belangrijk is, maar niet genoeg. 

Over dat ‘belangrijk’ wil ik kort iets zeggen en daarbij vooral ook de initiatiefnemers danken en prijzen. Bij de eerste lezing heeft mijn fractie benadrukt dat het hier vooral over normstelling gaat. Dat werd in de rest van het debat een discussie over het verschil tussen symboolwaarde en symboolwetgeving. Het woord normstelling is dan misschien toch echt beter. Met deze toevoeging maken we als wetgever duidelijk discriminatie op grond van handicap of seksuele gerichtheid niet toelaatbaar is. Zeker, op geen enkele grond is het toelaatbaar. En ja, natuurlijk, met een kale versie van artikel 1 zou het ook niet toelaatbaar zijn. Maar het expliciteren van deze gronden geeft erkenning aan mensen die juist op deze punten discriminatie ervaren. Als Chief Diversity Officer bij de Vrije Universiteit hoor ik de verhalen van studenten en medewerkers die door een beperking of door hun seksuele gerichtheid uitsluiting of discriminatie ervaren. En het kan doorwerken in de gewone wetten en als zodanig ook echt concrete werking krijgen.

Maar over het ‘niet genoeg’ heb ik vooral een aantal vragen aan de regering, waarbij ik ook de initiatiefnemers van harte uitnodig om op mijn vragen te reflecteren. Deze Kamer heeft in het afgelopen jaar een parlementair onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van antidiscriminatiewetgeving. We hadden namelijk gemerkt dat de wet op papier wel mooi is, maar in de praktijk niet voorkomt dat mensen discriminatie tegenkomen. Onderling, maar ook van de kant van de overheid. Onderzoek naar de toeslagenaffaire, de politie, de belastingdienst en recent Buitenlandse Zaken toonde steeds weer aan dat discriminatie en racisme institutioneel van aard zijn, dat wil zeggen: structureel ingebakken in onze systemen en onze vanzelfsprekendheden. Gisteren hebben we de indringende woorden van de minister-president gehoord over ons koloniale slavernijverleden. En ook daar gaat het niet alleen om excuses voor wat er in het verleden gedaan is, maar ook om het in de toekomst anders te doen. Voor die verandering is meer nodig dan een paar extra woorden in artikel 1. Dus:

In de eerste plaats: bij de eerste lezing is aan de orde gesteld dat de formulering ‘seksuele gerichtheid’ ook in de Algemene wet gelijke behandeling zou moeten worden doorgevoerd. Wij hebben begrepen dat een concept-wetsvoorstel van die strekking in 2020 in consultatie is gegeven. Daarna zijn we het spoor bijster. Wat is er van dat concept-wetsvoorstel geworden en wat is de regering op dit punt van plan?

In de tweede plaats: omdat het hier gaat om een fundamentele normstelling, vraagt dit niet alleen mooie woorden en de mogelijkheid om ook juridisch aanspraak te maken op gelijke behandeling. Het vraagt ook om concrete en proactieve actie van de regering en maatschappelijke partners om die gelijke behandeling te realiseren. Welke stappen ziet de regering concreet voor zich als het gaat om het realiseren van de gelijke rechten van mensen met een beperking en van mensen met een niet-heteroseksuele gerichtheid? Welke acties zijn er nodig in de zorg, het onderwijs, enzovoorts? Wat doet de regering bijvoorbeeld op het terrein van het openbaar vervoer waar zeker na de pandemie bus en trein worden uitgekleed en mensen met een beperking extra in hun mobiliteit worden beperkt? Hoe ziet de regering bijvoorbeeld het doelgroepenvervoer waarbij mensen met een beperking 700 taxikilometers voor OV-tarief mogen afleggen en alles daarboven onbetaalbaar is? Dat is nog geen 13,5 kilometer per week. Moeten ze dan verder maar thuisblijven? Hoe kijkt de regering terug op het programma Onbeperkt Meedoen? Is dat klaar? Was het succesvol? Welke vervolgplannen liggen er?

In de derde plaats: Zoals altijd wanneer deze onderwerpen aan de orde komen, vragen we de regering naar de stand van zaken rond het Facultatief Protocol bij het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Op 9 maart zei de minister in de Tweede Kamer dat het haar te lang duurde. Zij weet dat dat ook voor deze Kamer geldt die bij herhaling en al minstens acht jaar sinds de motie Strik in 2014 aandringt op versnelling en voortdurend met kluitjes in het riet wordt gestuurd. Wel, we zijn weer negen maanden verder. Als zelfs de minister ongeduldig wordt, zien we graag voortgang… Hoe staat het ermee? Wat heeft de minister nodig om te slagen waar haar voorgangers faalden? 

In de vierde plaats: Zeker als het gaat over grondrechten is de eenheid van ons Koninkrijk van belang. De grondwet geldt niet alleen in Europees Nederland maar ook in Caribisch Nederland. Wat doet de regering om ook op Bonaire, Saba en Sint Eustatius de rechten van burgers met een beperking en van burgers met een niet-heteroseksuele gerichtheid te verbeteren? Wat doet de regering eraan om daarbij niet alleen te zorgen voor goede regels maar ook daadwerkelijke inclusie en acceptatie te stimuleren? En als we naar de rest van het Koninkrijk kijken: ik weet dat de Nederlandse Grondwet daar niet geldt, maar we vormen als Koninkrijk wel een waardengemeenschap. Is de regering bereid om ook de andere landen in het Koninkrijk te bevragen op hun positie ten aanzien van discriminatie op het punt van handicap en seksuele gerichtheid en is zij bereid om de andere landen te ondersteunen bij concreet beleid als aan die ondersteuning behoefte is?

Voorzitter, het zijn maar drie woordjes. Maar als je in een rolstoel zit is het toch verre van eenvoudig om deze openbare vergadering bij te wonen, ook al gaat het over jou. Als je slechtziend bent, is de maatschappij vol drempels en belemmeringen waardoor je de weg vaak moeilijk kunt vinden. Als je te maken hebt met een psychische aandoening of chronische ziekte, wordt het vaak erg ingewikkeld om echt mee te doen in de samenleving. En dan is dat woordje ‘handicap’ in de grondwet opeens wel heel belangrijk. En als je bespot, mishandeld, buitengesloten wordt omdat je toevallig niet past in boy-meets-girl-model, dan zijn die woordjes ‘seksuele gerichtheid’ in de grondwet opeens wel heel belangrijk. 

Dus daarom bijzonder veel dank aan opeenvolgende Tweede Kamerleden die vanaf 2010 doorgewerkt hebben om dit voor elkaar te krijgen. Dank aan de maatschappelijke organisaties die vaak al veel langer actief zijn om de wetgever zover te brengen dat er echt oog is voor discriminatie op grond van handicap of seksuele gerichtheid. 

En daarom ook mijn vragen aan de regering. Gaat u de Awgb aanpassen? Wat gaat u doen om de rechten van mensen met een handicap en van LHBTI+ burgers te laten materialiseren? Hoe staat het met het Facultatieve protocol? En wat gaat de regering doen in Caribisch Nederland en de rest van het Koninkrijk? Want als deze grondwetswijziging de norm scherper stelt, dan zal de regering zelf als eerste aan de bak moeten om zich aan die norm te houden. 

Dus nogmaals dank aan de verdedigers en wij zien uit naar hun reflectie op onze vragen en naar de antwoorden van de minister.

Advertentie

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Artikel 1

  1. Hans Harwig

    Opnieuw weer dank voor je heldere betoog Het zou ook een mooie plek gehad kunnen hebben tijdens de studiedag in Utrecht tgv het boek” Verbonden voor het leven” van Ad de Bruijne Een mooie dag waar ik je zeker verwacht had Het ga je van harte goed Hans Harwig Vrijheidsplaat 56 8303 KE Emmeloord 06- 53319 275 jbharwig@gmail.com